PKN
  » Wijkgemeente I » Pastoraat en kringen 
Hervormde Gemeente te Berkenwoude
Liturgie Stille Zaterdag 3 april 2021

Liturgie Stille Zaterdag 3 april 2021
Thema: Doorbrekend licht



Welkom en mededelingen 

Luisteren naar: Als ik je zie in de hemel, van de CD: Ik ben er voor jou,
Gezongen door Trijntje Oosterhuis, die de rol van Maria speelde in The Passion van 2021, een bewerking van het lied: Tears in heaven van Eric Clapton.

Gebed

Inleidende woorden en toelichting bij de bloemschikking

Lezen: Marcus 15: 40-47, Graflegging
Terwijl kruiswegstatie graflegging wordt getoond

Van een afstand keken ook enkele vrouwen toe, onder wie Maria uit Magdala en Maria de moeder van Jakobus de jongere en van Joses en Salome. Toen hij in Galilea verbleef, waren deze vrouwen hem gevolgd en hadden ze voor hem gezorgd, net als vele andere vrouwen die met hem waren meegereisd naar Jeruzalem. Toen de avond al gevallen was (het was de ‘voorbereidingsdag’, dat wil zeggen de dag voor de sabbat), kwam Josef van Arimetea, een vooraanstaand raadsheer, die zelf ook de komst van het koninkrijk van God verwachtte. Hij raapte al zijn moed bijeen en ging naar Pilatus, die hij om het lichaam van Jezus vroeg. Het bevreemdde Pilatus dat hij al dood zou zijn en hij riep de centurio bij zich, aan wie hij vroeg of Jezus al gestorven was, en toen de centurio dat bevestigd had, gaf hij het lijk aan Josef. Josef kocht een stuk linnen, haalde Jezus van het kruis en wikkelde hem in het linnen. Daarna legde hij hem in een graf dat in de rots was uitgehouwen en rolde een steen voor de ingang. Maria van Magdala en Maria de moeder van Joses keken toe in welk graf hij werd gelegd.

Marcus 16: 1-8: Het lege graf
Kruiswegstatie verrijzenis wordt getoond

Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria uit Magdala en Maria de moeder van Jakobus en Salome geurige olie om hem te balsemen. Op de eerste dag van de week gingen ze heel vroeg in de ochtend, vlak na zonsopgang, naar het graf. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie zal voor ons de steen voor de ingang van het graf wegrollen?’ Maar toen ze opkeken, zagen ze dat de steen al was weggerold: het was een heel grote steen. Toen ze het graf binnengingen, zagen ze rechts een in het wit geklede jongeman zitten. Ze schrokken vreselijk. Maar hij zei tegen hen: ‘Wees niet bang. U zoekt Jezus, de man uit Nazareth, die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, hij is niet hier; kijk, dat is de plaats waar hij was neergelegd. Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: “Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd.”’ Ze gingen naar buiten en vluchtten bij het graf vandaan, want ze waren bevangen door angst en schrik. Ze waren zo erg geschrokken dat ze tegen niemand iets zeiden.

Woorden van licht

Luisteren naar: U geeft een toekomst vol van hoop, van Sela
https://www.youtube.com/watch?v=0czjb1Wze20

Terug naar hoe het begon, lezen: Genesis 1:1-2:3

 In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water. God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht. God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis; het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.

God zei: ‘Er moet midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt’. En zo gebeurde het. God maakte het gewelf en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven. Hij noemde het gewelf hemel. Het werd avond en het werd morgen. De tweede dag.

God zei: ‘Het water onder de hemel moet naar één plaats stromen, zodat er droog land verschijnt.’ En zo gebeurde het. Het droge noemde hij aarde, het samengestroomde water noemde hij zee. En God zag dat het goed was. God zei: ‘Overal op aarde moet jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten dragen met zaad erin.’ En zo gebeurde het. De aarde bracht jong groen voort: allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd morgen. De derde dag.

God zei: ‘Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren, en ze moeten dienen als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde.’ En zo gebeurde het. God maakte de twee grote lichten, het grootste om over de dag te heersen, het kleine om over de nacht te heersen, en ook de sterren. Hij plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde, om te heersen over de dag en de nacht en om het licht te scheiden van de duisternis. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het morgen. De vierde dag.

God zei: ‘Het water moet wemelen van levende wezens, en boven de aarde, langs het hemelgewelf, moeten vogels vliegen.’ En hij schiep de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en ook alles wat vleugels heeft. En God zag dat het goed was. God zegende ze met de woorden: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en vul het water van de zee. En ook de vogels moeten talrijk worden, overal op aarde.’ Het werd avond en het werd morgen, de vijfde dag.

God zei: ‘De aarde moet allerlei levende wezens voortbrengen: vee, kruipende dieren en wilde dieren.’ En zo gebeurde het. God maakte alle soorten in het wild levende dieren, al het vee en alles wat er op de aardbodem rondkruipt. En God zag dat het goed was. God zei: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken; zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’ God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen. Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag, heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’ Ook zei God: ‘Hierbij geef ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn. Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondlopen, geef ik de groene planten tot voedsel.’ En zo gebeurde het. God keek naar alles wat hij gemaakt had en zag dat het zeer goed was. Het werd avond en het werd morgen. De zesde dag. Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid. Op de zevende dag had God zijn werk voltooid, op die dag rustte hij van het werk dat hij gedaan had. God zegende de zevende dag en verklaarde die heilig, want op die dag rustte hij van heel zijn scheppingswerk.

Woorden van licht

Zingen: lied 601, Licht dat ons aanstoot in de morgen, vers 1 en 2

Licht dat ons aanstoot in de morgen,
voortijdig licht waarin wij staan
koud, één voor één, en ongeborgen,
licht overdek mij, vuur mij aan.
Dat ik niet uitval, dat wij allen
zo zwaar en droevig als wij zijn
niet uit elkaars genade vallen
en doelloos en onvindbaar zijn.

Licht, van mijn stad de stedehouder,
aanhoudend licht dat overwint.
Vaderlijk licht, steevaste schouder,
draag mij, ik ben jouw kijkend kind.
Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen
of ergens al de wereld daagt
waar mensen waardig leven mogen
en elk zijn naam in vrede draagt.

Naar een nieuw land: Lezen Exodus 12:1-8, 11-14, 22-28

Exodus 12:1-8
De HEER zei tegen Mozes en Aäron, nog in Egypte: ‘Voortaan moet deze maand bij jullie de eerste maand van het jaar zijn. Zeg tegen de hele gemeenschap van Israël: “Op de tiende van deze maand moet elke familie een lam of bokje uitkiezen, elk gezin één. Gezinnen die te klein zijn om een heel dier te eten, nemen er samen met hun naaste buren een, rekening houdend met het aantal personen en met wat ieder nodig heeft. Het mag het jong van een schaap zijn of het jong van een geit, als het maar een mannelijk dier van één jaar oud is zonder enig gebrek. Houd dat apart tot de veertiende van deze maand; die dag moet de voltallige gemeenschap van Israël de dieren in de avondschemer slachten. Het bloed moeten jullie bij elk huis waarin een dier gegeten wordt, aan de beide deurposten en aan de bovendorpel strijken. Rooster het vlees en eet het nog diezelfde nacht, met ongedesemd brood en bittere kruiden.

Exodus 12:11-14
Zo moeten jullie het eten: met je gordel om, je sandalen aan en je staf in de hand, in grote haast. Dit is een maaltijd ter ere van de HEER, het pesachmaal. Ik zal die nacht rondgaan door Egypte, en ik zal daar alle eerstgeborenen doden, zowel van de mensen als van het vee, en ik zal alle Egyptische goden van hun voetstuk stoten, want ik ben de HEER. Maar jullie zal ik voorbij gaan: aan het bloed zal ik jullie huizen herkennen, en door dat merkteken zal de dodelijke plaag waarmee ik Egypte straf, jullie niet treffen. Die dag moet voortaan een gedenkdag zijn, die je moet vieren als een feest ter ere van de HEER. Dit voorschrift blijft voor altijd van kracht, alle komende generaties moeten die dag vieren.’”

Exodus 12:22-28
Toen riep Mozes de oudsten van Israël bij elkaar. ‘Elke familie moet een lam of een bokje kiezen,’ zei hij. ‘En dat moet worden geslacht als pesachoffer. Laat ieder daarna een bos majoraantakken nemen, die in de schaal met bloed dopen en het bloed aan de bovendorpel en aan de beide deurposten strijken. Ga dan tot de morgen de deur niet uit, want de HEER zal door Egypte heen gaan om hen te straffen. Maar ziet hij bij een deur bloed aan de bovendorpel en aan de posten, dan zal hij die deur voorbijgaan, hij zal de doodsengel geen toestemming geven om uw huizen binnen te gaan en u te treffen. Dit voorschrift blijft voor u en uw kinderen voor altijd van kracht. Ook als u eenmaal in het land bent dat de HEER u geven zal, zoals hij heeft beloofd, moet u dit gebruik in ere houden. En als uw kinderen dan vragen: “Wat betekent dit gebruik?” antwoord dan: “Wij brengen de HEER een pesachoffer omdat hij de huizen van de Israëlieten voorbij is gegaan toen hij de Egyptenaren strafte, ons heeft hij gespaard.”’ Toen knielden de Israëlieten en bogen ze zich diep neer, en ze deden wat de HEER aan Mozes en Aäron had bevolen.

Woorden van licht

Lied 816

Dat wij onszelf gewonnen geven
aan het bevrijdende bestaan,
aan wat ons uitdaagt om te leven.
Dat wij de stille roep verstaan.

Dat wij versteende zekerheden
verlaten om op weg te gaan.
dat niet de greep van het verleden
ons achterhaalt en stil doet staan.

Omdat de huizen die wij bouwden
geen onderkomen kunnen zijn.
omdat het bloedeloos vertrouwde
ons achterdochtig maakt en klein.

Dat wat wij hebben ons niet gijzelt,
dat wij van elke dwang bevrijd
naar onbekende plaatsen reizen.
Dat Gij ons onderkomen zijt.

Lezen psalm 36
Vertaling: Gerard Swüste, uit: Altijd hetzelfde lied, 150 psalmen bewerkt en toegelicht

Voor de koorleider:
van de dienaar van de LEVENDE, van David.

Zo spreekt de misdaad
in het hart van slechte mensen:
‘Ik ben niet bang voor God,
ik kan zijn blik weerstaan!’
Zo tevreden met zichzelf,
zonder blikken of blozen
hebben ze weet van hun fouten.
Wat uit hun mond komt
is onrecht en bedrog:
tot bezinning komen, goed doen,
het komt niet in hen op;
zelfs in bed liggen ze op onrecht te broeden,
ze kiezen een weg die niet goed is,
het kwaad, ze krijgen er nooit genoeg van.
JIJ,
tot aan de hemel reikt je goedheid,
tot in de wolken reikt je trouw,
je gerechtigheid staat als een berg,
je rechtvaardig oordeel heeft de diepgang van zeeën,
mens en dier, JIJ geeft ze vrijheid.
Kostbaar is je goedheid, God,
mensen mogen geborgen zijn
in de schaduw van je vleugels,
ze laven zich aan wat je in huis hebt,
je laat ze drinken van je stromen van genot.
Want bij jou is de bron van het leven,
in jouw licht zien wij het licht.
Blijf goed voor wie jou kennen,
Blijf rechtvaardig voor oprechte mensen!
Laat de voet van de patser mij nooit vertrappen!
Laat de hand van slechte mensen mij nooit verjagen!
Kijk, ze vallen, mensen die onrecht doen,
ze worden omvergekegeld
en kunnen niet meer overeind komen.

Woorden van licht

Lied: psalm 42 vers 1 en 2

Even als een moede hinde
naar het klare water smacht,
schreeuwt mijn ziel om God te vinden,
die ik ademloos verwacht.
Ja, ik zoek zijn aangezicht,
God van leven, God van licht.
Wanneer zal ik Hem weer loven,
juichend staan in zijn voorhoven?

Tranen heb ik onder ’t klagen
tot mijn spijze dag en nacht
als mijn haters honend vragen:
‘Waar is God die gij verwacht?’
Ik gedenk hoe ik vooraan
in de reien op mocht gaan,
om mijn dank Hem op te dragen
in zijn huis op hoogtijdagen.

Door het water: lezen Exodus 14:15-22

De HEER zei tegen Mozes: ‘Waarom roep je mij te hulp? Zeg tegen de Israëlieten dat ze verder trekken. Jij moet je staf geheven houden boven de zee en zo het water splijten, zodat de Israëlieten dwars door de zee kunnen gaan, over droog land. Ik zal de Egyptenaren onverzettelijk maken zodat ze hen achterna gaan, en dan zal ik mijn majesteit tonen door de farao en zijn hele leger, zijn wagens en zijn ruiters, ten val te brengen. De Egyptenaren zullen beseffen dat ik de HEER ben, als ik in mijn majesteit de farao, met als zijn wagens en ruiters, ten val heb gebracht.’ De engel van God, die steeds voor het leger van de Israëlieten uit was gegaan, stelde zich achter hen op. Zodat hij tussen het leger van de Egyptenaren en dat van de Israëlieten kwam te staan. Aan de ene kant bracht de wolk duisternis, aan de andere kant verlichtte de vuurzuil de nacht. Die hele nacht konden de legers niet bij elkaar komen. Toen hield Mozes zijn arm boven de zee, en de HEER liet de zee terugwijken door gedurende de hele nacht een krachtige oostenwind te laten waaien. Hij veranderde de zee in droog land. Het water spleet, en zo konden de Israëlieten dwars door de zee gaan, over droog land; rechts en links van hen rees het water op als een muur.

Woorden van licht

Lied 352, Jezus, meester aller dingen, vers 1, 3, 5, 6

Jezus, meester aller dingen,
woord van God van den beginne,
in het lot der stervelingen
brengt Gij tekenen tot stand.

Mozes heeft behoud gevonden,
Farao, ging diep ten onder,
Gij doet wonder boven wonder,
draag ons naar de overkant.

Gij hebt, uit de dood verrezen,
’t boos getij terecht gewezen,
en het water zal U vrezen,
’t water brengt ons weer aan land.

Hoe hebt Gij ons lot gedragen
om het oude te begraven,
Jezus, goede hoop en haven,
uitzicht van het nieuwe land.

Lezen Jesaja 43:1-7

Welnu, dit zegt de HEER,
die jou schiep, Jakob, die jou vormde, Israël:
‘Wees niet bang, want ik zal je vrijkopen,
ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij!
Moet je door het water gaan – ik ben bij je;
door rivieren – je wordt niet meegesleurd.
Moet je door het vuur gaan – het zal je niet verteren.
de vlammen zullen je niet verschroeien.
Want ik, de HEER, ben je God,
de Heilige van Israël, je redder.
Voor jou geef ik Egypte als losgeld,
Nubië en Seba ruil ik in tegen jou.
Jij bent zo kostbaar in mijn ogen,
zo waardevol, en ik houd zoveel van je
dat ik de mensheid geef in ruil voor jou,
ja alle volken om jou te behouden.
Wees niet bang, want ik ben bij je.
Ik haal je nakomelingen uit het oosten terug,
uit het westen breng ik jullie bijeen.
Tegen het noorden zeg ik: Geef hier!
Het zuiden gebied ik: Laat los!
Breng mijn zonen terug van verre,
mijn dochters van de einden der aarde,
allen over wie mijn naam is uitgeroepen,
en die ik omwille van mijn majesteit
geschapen heb, gemaakt en gevormd.’

Woorden van licht

Lied: psalm 139, vers 1, 7 en 8

Heer, die mij ziet zoals ik ben,
dieper dan ik mijzelf ooit ken,
kent Gij mij, Gij weet waar ik ga,
Gij volgt mij waar ik zit of sta.
Wat mij ten diepste houdt bewogen,
’t ligt alles open voor uw ogen.

Gij hebt mij immers zelf gemaakt,
mij met uw vingers aangeraakt,
met toegewijde tederheid
mijn nieren en mijn hart bereid,
mij in de moederschoot geweven,
mij met uw wonderen omgeven.

Ik loof U die mijn Schepper zijt,
die met uw liefde mij geleidt,
Gij hebt mijn oerbegin aanschouwd,
in ’t diepst der aarde opgebouwd.
Niets blijft er voor uw oog verborgen.
Ja, Gij omringt mij met uw zorgen.

Een nieuw licht: Lezen Openbaring 21: 1-6, 21b-27, 22:1-5

Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer.
Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan, ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht. Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’ Hij die op de troon zat zei: ‘Alles maak ik nieuw!’ Ik hoorde zeggen: ‘Schrijf het op, want wat hier wordt gezegd is betrouwbaar en waar.’ Toen zei hij tegen mij: ‘Het is voltrokken! Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Wie dorst heeft geef ik vrij te drinken uit de bron met water dat leven geeft.

Openbaring 21:21b – 27
De straten van de stad waren van zuiver goud en schitterden als glas. Maar een tempel zag ik niet in de stad, want God, de Heer, de Almachtige, is haar tempel, met het lam. De stad heeft het licht van de zon en maan niet nodig; over haar schijnt Gods luister, en het lam is haar licht. De volken zullen in haar licht leven en de koningen op aarde betuigen daar hun lof. De poorten zullen overdag nooit gesloten worden, en nacht zal het er niet meer zijn. De volken zullen in haar hun lof en eer komen betuigen. Maar alles wat verwerpelijk is en iedereen die zich met gruwelijke dingen en leugens inlaat, komt de stad niet binnen, alleen zij die in het boek van het leven staan, het boek van het lam.

Openbaring 22: 1-5
Hij liet me een rivier zien met water dat leven geeft. De rivier was helder als kristal en ontsprong aan de troon van God en van het lam. In het midden van het plein van de stad en aan weerskanten van de rivier stond een levensboom, die twaalf vruchten gaf, elke maand zijn eigen vrucht. De troon van God en van het lam zal daar in de stad staan. Zijn dienaren zullen hem vereren en hem met eigen ogen zien, en zijn naam staat op hun voorhoofd. Het zal er geen nacht meer zijn en het licht van een lamp of het licht van de zon hebben zij niet nodig, want God, de Heer, zal hun licht zijn. En zij zullen als koningen heersen tot in eeuwigheid.

Luisteren naar: Het licht komt eraan: Pearl Jozefzoon

https://www.youtube.com/watch?v=dqACz_5umtU

Het licht wordt binnengedragen tijdens de laatste zinnen van bovenstaand lied  

Als de kaars op de standaard is geplaatst

Voorganger
Het licht van Christus
die in heerlijkheid verrezen is,
moge de duisternis
uit ons leven verdrijven.

De nacht is voorbijgegaan,
de dag is aangebroken:
de zon der gerechtigheid
gaat over ons op.

Christus, gisteren en heden,
Begin en einde – Alfa en Omega,
Hem behoren tijd en eeuwigheid,
Heerlijkheid en heerschappij,
In de eeuwen der eeuwen.
Amen.

Zingen: lied 600

Licht, ontloken aan het donker,
licht, gebroken uit de steen,
licht, waarachtig levensteken,
werp uw waarheid om ons heen!

Licht, geschapen, uitgesproken,
licht, dat straalt van Gods gelaat,
licht uit licht, uit God geboren,
groet ons als de dageraad!

Licht, aan liefde aangestoken,
licht, dat door het donker brandt,
licht, jij lieve lentebode,
zet de nacht in vuur en vlam!

Licht verschenen uit den hoge,
licht, gedompeld in de dood,
licht, onstuitbaar, niet te doven,
zegen ons met morgenrood!

Licht, straal hier in onze ogen,
licht, breek uit in duizendvoud,
licht, kom met ons stralen tooien,
ga ons voor van hand tot hand!

Afsluitende woorden

Voorganger
Het licht is ons voorgegaan
En straalt als een lopend vuur.
Het wijst ons de weg hoe wij
In vrede kunnen gaan.
Dit licht is voor ons de zon!
Het zegt hoe de goede God
het donker van onze nacht
met liefde overwon.

Zending en zegen

V. Gaat heen in de vrede van de Heer. Halleluja.
A. God zij lof en dank. Halleluja.

Slotlied 286, Waar de mensen dwalen in het donker
Waar de mensen dwalen in het donker,
draai je om en zie het nieuwe licht,
zie het licht dat God ons gaf in Jezus,
zie de mens die ieder mens verlicht.

Refrein:
Want het licht is sterker dan het donker
en het daglicht overwint de nacht,
zoek je weg niet langer in het duister,
keer je om en zie Gods nieuwe dag.

Waar de mensen leiden onder onrecht
in een wereld die geen vrede vindt,
heb vertrouwen, draag het kruis met blijdschap,
er is licht dat alles overwint.

Refrein

Steek een kaars aan tegen al het duister,
als een teken in een bange tijd,
dat ons leven niet in wanhoop eindigt
dat de vrede sterker is dan strijd.

Refrein

Orgelspel






 
terug
 
 
 
 

Kerkdienst o.l.v. Ds. J.Roding
datum en tijdstip 26-09-2021 om 10.00 uur
meer details

Kerkdienst o.l.v. Ds. M. van Waardenberg
datum en tijdstip 03-10-2021 om 10.00 uur
meer details

 
Actueel wijk 1:

Nieuws
Liturgie 

Kringwerk Seizoen 2021-2022

Aanmelden / afmelden mailinglist wijk 1 
 
Meeluisteren met:
Wijk I
Iedere zondag vanaf 10:00 uur.  

Versoepeling Erediensten
Vanaf 26 juni geldt: MONDKAPJES zijn niet meer verplicht, Er vindt weer GEMEENTELIJKE SAMENZANG plaats.
Voor verdere details zie onder knopje Nieuws bij Actueel Wijk 1 ( zie boven )

Livestream
Op dit moment worden er geen nieuwe kerkdiensten van wijk I  live uitgezonden via YouTube.. Klik HIER om naar eerder opgenomen livestreams te gaan.

Wijk II
Iedere zondag vanaf 10:00 en 18:30 uur.

Is het driehoekje grijs? Dan kunt u proberen om de pagina te verversen. Wanneer deze grijs blijft is er geen uitzending.

Op dit moment worden er geen nieuwe kerkdiensten van wijk II live uitgezonden via YouTube. Klik HIER om naar eerder uitgezonden diensten te gaan.

 
contact:
info@hervormdberkenwoude.nl

Adres kerk:
Dorpsstraat 20
2825 BN Berkenwoude

 
ANBI
ANBI-gegevens. meer informatie
 
  Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.