PKN
  » Wijkgemeente I » Pastoraat en kringen 
Hervormde Gemeente te Berkenwoude
Pastoraat

Emmaüswandeling o.l.v Ds. M. Berends-van Waardenberg
Pastoraat
Dinsdagmiddag blijft de kerk open van 15:00 tot 17:00 uur, bellen van tevoren hoeft niet. Wilt u liever wandelen, op de donderdagmiddag/avond, ook dat kan. In dat geval wel graag even bellen met Ds. M. Berends – van Waardenberg 06- 30477292
 
Liturgie zondag 9 augustus 2020

Liturgie zondag 9 augustus 2020
Liturgie zondag 9 augustus 2020

Welkom door de ouderling van dienst

Moment stilte

(allen staan)

Zanggroep : NLB 221 : 1, 2
1. Zo vriendelijk en veilig als het licht,
zo als een mantel om mij heen geslagen,
zo is mijn God, ik zoek zijn aangezicht,
ik roep zijn naam, bestorm hem met mijn vragen,
dat Hij mij maakt, dat Hij mijn wezen richt.
Wil mij behoeden en op handen dragen.

2. Want waar ben ik, als Gij niet wijd en zijd
waakt over mij en over al mijn gangen.
Wie zou ik worden, waart Gij niet bereid
om, als ik val, mij telkens op te vangen.
Ik leef niet echt, als Gij niet met mij zijt
Ik moet in lief en leed naar U verlangen.

Onze hulp en begroeting

Allen zitten

Woord ter inleiding

Gebed om ontferming

Zanggroep/ Glorialied: NLB 304
1. Zing van de Vader die in den beginne
De mensen schiep, de dieren en de dingen :
Hemel en aarde wil zijn naam bezingen :
houd hem in ere !

2. Zing van de Zoon, het licht van onze ogen
Bron van geluk voor wie Hem wil geloven :
Luister naar Hem het woord van alzo hoge :
houd hem in ere !

3. Zing van de Geest, de adem van het leven,
Duurzame kracht die mensen wordt gegeven
Waar wij ook gaan, we hebben niets te vrezen :
houd hem in ere !

Gebed bij de opening van de Schrift

Eerste lezing: Jona 2
De HEER liet Jona opslokken door een grote vis. Drie dagen en drie nachten zat Jona in de buik van de vis. 2Toen begon hij in de buik van de vis tot de HEER, zijn God, te bidden:
3 ‘In mijn nood roep ik de HEER aan
en hij antwoordt mij.
Uit het rijk van de dood schreeuw ik om hulp –
u hoort mijn stem!
4 U slingerde mij de diepte in, naar het hart van de zee.
Door kolkend water ben ik omgeven,
zwaar slaan uw golven over mij heen.
5 Ik dacht: Verstoten ben ik, verbannen uit uw ogen.
Maar eens zal ik opnieuw
uw heilige tempel aanschouwen.
6 Het water stijgt tot aan mijn lippen,
muren van water storten op mij neer,
zeewier om mijn hoofd verstikt mij.
7 Ik zink tot de bodem, waar de bergen oprijzen,
naar het rijk dat zijn grendels voorgoed achter mij sluit.
Maar u trekt mij levend uit de dood omhoog,
o HEER, mijn God!
8Nu mijn levensadem mij verlaat
roep ik u aan, HEER,
en mijn gebed komt tot u
in uw heilige tempel.
9Zij die armzalige afgoden vereren,
verlaten u, trouwe God.
10Maar ik zal mijn stem in dank verheffen
en u offers brengen;
mijn geloften los ik in.
Het is de HEER die redt!’
11Toen, op bevel van de HEER, spuwde de vis Jona uit op het land.

Zanggroep: NLB 917: 1-3
1.Ga in het schip, zegt Gij,
steek van het strand.
Vaar tegen wind en tij,
vaar naar de overkant,
wacht daar op Mij.

2.  Geeft Gij ons nu een steen,
Meester, voor brood?
Laat Gij ons nu alleen?
Laat Gij ons in de nood?
Zendt Gij ons heen?

3. Wij zien alleen nog maar
water en wind.
Zegt Gij dan: Wacht Mij daar?
Wij, nu de nacht begint,
weten niet waar.

Evangelielezing: Matteüs 14 : 22-33
22 Meteen daarna gelastte hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant, hij zou ook komen nadat hij de mensen had weggestuurd. 23 Toen hij hen weggestuurd had, ging hij de berg op om er in afzondering te bidden. De nacht viel, en hij was daar helemaal alleen. 24 De boot was intussen al vele stadiën van de vaste wal verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven geteisterd. 25 Tegen het einde van de nacht kwam hij naar hen toe, lopend over het meer. 26 Toen de leerlingen hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: ‘Een spook!’ en schreeuwden het uit van angst. 27 Meteen sprak Jezus hen aan: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang!’ 28 Petrus antwoordde: ‘Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.’ 29 Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. 30 Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: ‘Heer, red me!’ 31 Meteen strekte Jezus zijn hand uit, hij greep hem vast en zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’ 32 Toen ze in de boot stapten, ging de wind liggen. 33 In de boot bogen de anderen zich voor hem neer en zeiden: ‘U bent werkelijk Gods Zoon!’

Zanggroep: NLB 917: 4-6
4. Wandelt Gij als een schim
over het meer?
Werd Gij een verre glimp?
Heer, zijt Gij onze Heer,
kom van de kim!

5. Kom met uw scheppingswoord
in onze ziel!
Spreek dat de wind het hoort!
Kom, dat het water knielt,
bij ons aan boord!

6. Ik ben het, zegt Gij dan.
Kom maar met Mij
mee naar de overkant.
Wees maar niet bang, zegt Gij,
hier is mijn hand.

Preek

Zanggroep: NLB 352: 1, 2, 7
1. Jezus, meester alle dingen,
Woord van God van den beginne,
in het lot van stervelingen
brengt gij tekenen tot stand.

2. Gij weerstaat de boze machten
storm en ontij, donk’re nachten
en ’t gevaar dat wij niet achten:
richt U op en strek uw hand!

7. Zend uw adem, wend de steven,
dat uw schepelingen leven
door uw goede Geest gedreven
met het loflied in de mond!

Dankgebed en voorbede

Stil gebed

Gezamenlijk gebeden Onze Vader

Collecte

Slotlied/ Samenzang: NLB 416
1. Ga met God en Hij zal met je zijn
jou nabij op al je wegen
met Zijn raad en troost en zegen.
Ga met God en Hij zal met je zijn.

2. Ga met God en Hij zal met je zijn
bij gevaar, in bange tijden
over jou Zijn vleugels spreiden
Ga met God en Hij zal met je zijn

3. Ga met God en Hij zal met je zijn:
In zijn liefde je bewaren
In de dood je leven sparen
Ga met God en hij zal met je zijn.

4. Ga met God en Hij zal met je zijn
tot wij weer elkaar ontmoeten
in Zijn naam elkaar begroeten
Ga met God en Hij zal met je zijn

Zending en zegen
Gezongen Amen
Orgelspel
 
 
Liturgie zondag 2 augustus 2020

Liturgie zondag 2 augustus 2020
Mededelingen  en Stilte

Zingen: Lied 212: 1,2,3

Votum en groet

Zingen: lied 212: 4,5

Kyriegebed

Zingen: Lied 150

Gebed bij de opening van de Schrift

Lezing O.T.: Psalm 71: 1-16

Orgelspel: Lied 900 (3x)

Lezing N.T.: Handelingen der Apostelen 9: 32-43

Zingen: Lied 362: 1,3

Overdenking

Orgelspel

Zingen: Lied 695: 1,2,3,5

Dankgebed- voorbeden-stilgebed
We zingen het 'Onze Vader' met Lied 1006

Slotlied: 315

Zegen
 
 
Liturgie zondag 26 juli 2020

Liturgie zondag 26 juli 2020
Liturgie  26 juli 2020

Binnenkomst                                      

Welkom en mededelingen (ouderling)

Stilte

Psalm 84: 1, 2 (Hoe lieflijk, hoe goed is mij, Heer)

Bemoediging en Groet

Inleiding

Kyrie gebed

Glorialied 868: 1, 2 (Lof  zij de Heer, de almachtige koning der ere)

Gebed bij de opening van de Schriften

1 Koningen 3: 5-12

Lied 994: 1, 3 (Voor hen die ons regeren)

Matteus 13: 44-52

Lied 848: 1, 3, 4 (Al wat een mens te kennen zoekt)

Overdenking

Orgelspel

Lied 313: 1, 5  (Een rijke schat van wijsheid)

Dankgebed, voorbeden, stilgebed en gezamenlijk gebeden Onze Vader.

Slotlied 415: 1, 2, 3 (Zegen ons, Algoede)

Wegzending en zegenbede                    
afgesloten met gezongen Amen
 
 
Liturgie zondag 19juli 2020

Liturgie zondag 19juli 2020
                                   Liturgie 19 juli 2020
 
Welkom door de ouderling van dienst

Moment van stilte

Lied 210: 1, 2

Onze hulp en begroeting

Gebed om ontferming

Glorialied: 929

Gebed bij de opening van de Schrift

Eerste lezing: Psalm 104

Lied 984: 1,2

Evangelielezing: Matteüs 13: 24-30, 36-43

Lied  319: 1, 5, 6, 7

Preek

Lied 765

Dankgebed en voorbede

Stil gebed

Gezamenlijk gebeden en  Onze Vader

Collecte

Slotlied 993

Zending en zegen

 
 
Liturgie zondag 12 juli 2020

Liturgie zondag 12 juli 2020
                                   Thema: Wat is wijsheid


Welkom en mededelingen

Stilte

Aanvangslied: 218, Dank U voor deze nieuwe morgen

Votum en groet

V.           Onze hulp is in de naam van de Eeuwige God
A.           Die hemel en aarde gemaakt heeft
V.           Die trouw houdt tot in eeuwigheid
A.           En niet ophoudt voor zijn schepping te zorgen
V.           Genade voor u en vrede, van God de Schepper, van Christus, onze Heer, dat zijn heilige Geest in ons                         wonen zal
A.           Amen

Inleidende woorden

Gebed


Lied: 221, Zo vriendelijk en veilig als het licht

Gebed bij de opening van het woord

Eerste schriftlezing: Prediker 1: 12-18

Lied: 807, Een mens te zijn op aarde, vers 1 t/m 5

Tweede schriftlezing: 1Koningen 3:15-28

Lied: 313, Een rijke schat van wijsheid, vers 1 en 3

Preek

Luisteren naar: Lied van Prediker, Alles is lucht, van Stef Bos

Dank – en voorbeden – stil gebed – Onze Vader

Collecte met orgelspel

Slotlied: Lied 425, Vervult van uw zegen, uitgesproken, geen orgelspel

Wegzending en zegen

Orgelspel




 
 
Liturgie zondag 5 juli 2020

Liturgie zondag 5 juli 2020
Thema: Midden onder u…

Orgelspel

Welkom en mededelingen

Stilte

Aanvangslied 275, vers 1, 2 en 3 (cantorij)

Heer onze Heer, hoe zijt Gij aanwezig
en hoe onzichtbaar ons nabij.
Gij zijt gestadig met ons bezig,
onder uw vleugels rusten wij.

Gij zijt niet ver van wie U aanbidden,
niet hoog en breed van ons vandaan.
Gij zijt zo menselijk in ons midden
dat Gij dit lied wel zult verstaan.

Gij zijt onzichtbaar voor onze ogen
en niemand heeft U ooit gezien.
Maar wij vermoeden en geloven
dat Gij ons draagt, dat Gij ons dient.

Bemoediging en groet
  1.            Onze hulp is in de naam van de Eeuwige
  1.            die hemel en aarde gemaakt heeft
  1.            die trouw blijft tot in eeuwigheid
  1.            en niet loslaat het werk van zijn handen
  1.            De HEER zal bij u zijn
  1.            De HEER zal u bewaren

Zingen: lied 275, vers 4 en 5 (cantorij)

Gij zijt in alles diep verscholen,
in al wat leeft en zich ontvouwt.
Maar in de mensen wilt Gij wonen
met hart en ziel aan ons getrouwd.

Heer, onze Heer, hoe zijt Gij aanwezig
waar ook ter wereld mensen zijn.
Blijf zo genadig met ons bezig,
tot wij in U volkomen zijn.

Kyriegebed

Glorialied: lied 274 (voorgelezen, geen orgelspel)

Wij komen hier ter ere van uw naam
rond de verhalen die geschreven staan,
wij schuilen weg als vogels in het riet
zoekend naar warmte, naar een ander lied.

Ontferm U God, kyrie eleison,
wees ons nabij, kijk speurend naar ons om,
kom met uw vrede, uw barmhartigheid,
zonder U raken wij de liefde kwijt.

Wij zingen samen van uw gloria,
dank voor het leven, dank U voor elkaar,
geef ons uw geestdrift, vuur ons leven aan,
leg zo uw glimlach over ons bestaan.

Orgelspel

Gebed bij de opening van het Woord

Eerste schriftlezing: Leviticus 26: 1-6 (lector)

Maak geen afgodsbeelden, zet geen godenbeelden neer, richt geen gewijde stenen op en plaats in jullie land geen stenen met afbeeldingen om je daarvoor neer te buigen, want ik, de HEER, ben jullie God. Neem steeds mijn sabbat in acht en heb eerbied voor mijn heiligdom. Ik ben de HEER. Als jullie mijn bepalingen opvolgen, je aan mijn geboden houden en ze naleven, zal ik jullie op gezette tijden regen schenken, zodat het land opbrengst geeft en de bomen vrucht dragen. Dan zal de dorstijd duren tot de druivenpluk, en de druivenpluk tot de zaaitijd. Je zult volop te eten hebben en onbezorgd in je land kunnen wonen. Ik zal het land rust en vrede geven, zodat je kunt slapen zonder te worden opgeschrikt. Ik zal ervoor zorgen dat de wilde dieren je met rust laten en dat het land niet geteisterd wordt door oorlogsgeweld.

Zingen: Lied 753, verzen 1, 2, 3 en 6 (cantorij)
 
  1.    Er is een land van louter licht
    waar heiligen heersers zijn.  
    Nooit gaat de gouden dag daar dicht        
    in duisternis of pijn.
 
  1.    Daar is het altijd lentetijd,     
    in bloei staat elke plant.        
    Alleen de smalle doodszee scheidt 
    ons van dat zalig land.
 
  1.    Men ziet het veld aan de overkant  
    in groene luister staan,         
    als Israël 't beloofde land      
    zag over de Jordaan.
 
  1.    God, laat ons staan als Mozes hier 
    hoog in uw zonneschijn,       
    en geen Jordaan, geen doodsrivier 
    zal scheiding voor ons zijn.

Tweede schriftlezing: Matteüs 25: 31-40 (lector)

31 Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle enge­len, zal hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon. 32 Dan zullen alle volken voor hem worden samengebracht en zal hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt; 33 de schapen zal hij rechts van zich plaatsen, de bokken links. 34 Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader ge­zegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de we­reld voor jullie bestemd is. 35 Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, 36 ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwa­men naar mij toe.” 37 Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: “Heer, wanneer heb­ben wij u hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en u te drinken gegeven? 38 Wan­neer hebben wij u als vreemdeling gezien en opgenomen, u naakt gezien en ge­kleed? 39 Wanneer hebben wij gezien dat u ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar u toe gekomen?” 40 En de koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jul­lie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat heb­ben jullie voor mij gedaan.”

Zingen: Lied 992, verzen 1, 2 en 3 (cantorij)

Wat vraagt de Heer nog meer van ons
dan dat wij recht doen en trouw zijn
en wandelen op zijn weg?

Wat vraagt de aarde meer van ons
dan dat wij dienen en hoeden
als mensen naar Gods beeld?

Wat vragen mensen meer van ons
dan dat wij breken en delen
als ons is voorgedaan?

Preek

Orgelspel

Zingen: lied 528 (cantorij)

1. Omdat Hij niet ver wou zijn     
is de Heer gekomen.    
Midden in wat mensen zijn     
heeft Hij willen wonen. 
Midden onder u staat Hij die gij niet kent.   
Midden onder u staat Hij die gij niet kent.
 
2. Overal nabij is Hij        
menselijk allerwegen.   
Maar geen mens herkent Hem, Hij   
wordt gewoon verzwegen.      
Midden onder u staat Hij die gij niet kent.   
Midden onder u staat Hij die gij niet kent.
 
3. God van God en licht van licht
aller dingen hoeder      
heeft een menselijk gezicht    
aller mensen broeder.  
Midden onder u staat Hij die gij niet kent.   
Midden onder u staat Hij die gij niet kent.
 
4. Wil daarom elkander doen     
alle goeds geduldig.     
Wees elkaar om zijnentwil      
niets dan liefde schuldig.        
Midden onder u staat Hij die gij niet kent.   
Midden onder u staat Hij die gij niet kent.
 
5. Wees verheugd, van zorgen vrij:      
God die wij aanbidden  
is ons rakelings nabij,  
wonend in ons midden.
Midden onder u staat Hij die gij niet kent.   
Midden onder u staat Hij die gij niet kent.

Dank- en voorbeden  - stil gebed – Onze Vader

Collecte (Orgelspel)

Slotlied 835 (cantorij)
  1.    Jezus, ga ons voor     
    deze wereld door,      
    en U volgend op uw schreden        
    gaan wij moedig met U mede.        
    Leid ons aan uw hand
    naar het vaderland.
 
  1.    Valt de weg ons lang, 
    zijn wij klein en bang, 
    sterk ons, Heer, om zonder klagen  
    achter U ons kruis te dragen.
    Waar Gij voor ons trad,        
    is het rechte pad.
 
  1.    Krimpt ons angstig hart        
    onder eigen smart,     
    moet het met de ander lijden,
    Jezus, geef ons kracht tot beide.    
    Wees Gij zelf het licht 
    dat ons troost en richt.
 
  1.    In de woestenij,
    Heer, blijf ons nabij     
    met uw troost en met uw zegen      
    tot aan 't eind van onze wegen.      
    Leid ons op uw tijd     
    in uw heerlijkheid.
Zegen

Gesproken amen

Orgelspel
 
 
Liturgie Zondag 28 juni 2020

Liturgie Zondag 28 juni 2020
Liturgie Zondag 28 juni 2020
Tijdens de dienst speelt Erik van der Does de Bye vier delen uit de Zesde Mis van de Nederlandse componist Joannes Baptista Scheepen. Deze mis (officieel Missa Sexta genoemd) komt uit een reeks, genaamd Ses Missae Novae, dateert uit het eind van de 18e eeuw. Het betreft het Kyrie, het Sanctus, het Agnus Dei en als uitleidend orgelspel het Dona Nobis Pacem

Orgelspel

Welkom door ouderling van dienst - moment van stilte

Votum en groet en enkele woorden ter inleiding op de dienst

Opening in wisselspraak (oneven / even : voorganger / allen)
‘Het licht dat weer opnieuw begint’ LB 214

1. Het licht dat weer opnieuw begon,
de dag, de pas ontwaakte zon,
verhogen Hem die boven is
en die alleen te loven is.

2. Heft op uw hart en uw gelaat
gelijk het licht dat opengaat,
wees als de engelen bereid,
wijd God uw ganse levenstijd!

3. Laat uw geweten zuiver zijn,
helder als de dag en zonneschijn,
want God ziet alles van omhoog
klaar als de dag met helder oog.
 
4. En laat uw licht als hemellicht
schijnen voor ieders aangezicht,
zodat het ieder helder is
 dat God uw licht, uw helper is.

5. De hemel immers is nabij!
Mijn licht, mijn dag, mijn zon zijt Gij
en door de stralen van uw gloed
wordt alles wat er leeft gevoed.

6. Dit is uw dag, want Gij zijt daar
dit is een dag als duizend jaar.
Verdrijf mijn zonde als de dauw,
o God wie ik mij toevertrouw!

7. Nu dan het licht verrezen is
loof Hem die ‘t eeuwig wezen is
en houd u voor de dag bereid
dat Hij verschijnt in heerlijkheid.

8. Lof zij de Vader, eeuwig licht,
de Zoon, zijn enig aangezicht,
lof zij de Geest, der liefde vuur,
loof God vandaag van uur tot uur!

Gebed om ontferming, gevolgd door orgelspel: Kyrië

Gesproken (door allen) – ‘Alle eer en alle glorie’ LB 305
1. Alle eer en alle glorie
geldt de luisterrijke naam!
Vier de vrede die Hij heden
uitroept over ons bestaan.
Aangezicht vol van licht\
zie ons vol ontferming aan!

2. Alle eer en alle glorie
geldt de Zoon, de erfgenaam!
Als genade die ons toekomt
is Hij onze nieuwe naam.
Licht uit licht, vergezicht,
steek ons met uw stralen aan.

3. Alle eer en alle glorie
geldt de Geest die leven doet,
die de eenheid in ons ademt
vlam, die ons vertrouwen voedt!
Levenszon, liefdesbron
maak de tongen los voorgoed!

Gebed bij de opening van de Schrift

Eerste lezing - Jeremia 29, 1-14
Hier volgt de brief die de profeet Jeremia vanuit Jeruzalem heeft gestuurd aan de overgebleven oudsten onder de ballingen, aan de priesters, de profeten en alle anderen die Nebukadnessar vanuit Jeruzalem naar Babel had gevoerd. Hij schreef deze brief toen koning Jechonja, de koningin-moeder, de hovelingen, de leiders van Jeruzalem en Juda en de smeden en wapenmakers al uit Jeruzalem waren weggevoerd. Hij liet hem bezorgen door Elasa, de zoon van Safan, en Gemarja, de zoon van Chilkia, de gezanten die namens koning Sedekia van Juda naar koning Nebukadnessar in Babel reisden. De brief had de volgende inhoud: ‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël, tegen de ballingen die hij vanuit Jeruzalem naar Babel heeft laten voeren:  Bouw huizen en ga daarin wonen, leg tuinen aan en eet van de opbrengst, ga huwelijken aan en verwek zonen en dochters, zoek vrouwen voor je zonen en huw je dochters uit, zodat zij zonen en dochters baren. Jullie moeten in aantal toenemen, niet afnemen. Bid tot de HEER voor de stad waarheen ik jullie weggevoerd heb en zet je in voor haar bloei, want de bloei van de stad is ook jullie bloei. Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Laat je niet misleiden door je profeten en waarzeggers. Hecht geen geloof aan hun dromen; ze dromen slechts wat jullie wensen. Wat ze jullie in mijn naam profeteren zijn leugens. Ik heb hen niet gezonden – spreekt de HEER.  Dit zegt de HEER: Als er in Babel zeventig jaar voorbij zijn, zal ik naar jullie omzien. Dan zal ik mijn belofte gestand doen door jullie naar Jeruzalem te laten terugkeren. Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de HEER. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: ik zal je een hoopvolle toekomst geven.  Jullie zullen mij aanroepen en tot mij bidden, en ik zal naar jullie luisteren. Jullie zullen mij zoeken en ook vinden, als jullie mij tenminste met hart en ziel zoeken. Ik zal me door jullie laten vinden – spreekt de HEER – en ik zal in je lot een keer brengen. Ik zal jullie samenbrengen uit alle volken en plaatsen waarheen ik je verbannen heb – spreekt de HEER – en je laten terugkeren naar Jeruzalem, waaruit ik je heb laten wegvoeren.

Gesproken ‘Gestuurd op wegen ongedacht’ LB 831 (gemeente leest refrein – lector de coupletten)

1. Gestuurd op wegen ongedacht,
als eenzaam vechter in de nacht
draag ik de mantel van profeet.

Refrein: . Met Gods verdriet ben ik bekleed.
Stem, die ons uitdaagt, vind bij ons gehoor!
Woord als daglicht, altijd laaiend vuur,
woon op onze lippen, adem in ons oor!

2. Ik riep: Gij vraagt te veel van mij.
Gij zijt te groot, ga mij voorbij!
Maar spreken moest ik, aangeraakt
ben ik nu tot zijn stem gemaakt.

Refrein

3. Zijn woorden ploegen door mijn grond.
Ziuj leggen bloot, ze slaan een wond.
Hij roept om ons en klaagt ons aan.
Kan Hij niet zonder ons bestaan?

Refrein

4. Zo ongelegen komt zijn woord,
een fluistering die ongehoord
zich in mijn bloed gedrongen heeft,
als liefde waar ik mij aan geef.

Refrein

5. Hij is een woord dat niet verwaait,
een vuur waarin de liefde laait,
een hamer die de rotsen splijt,
een God die aan ons mensen lijdt.

Refrein

6. Hij striemt de vrome zekerheid,
maar streelt de twijfels en de strijd.
Wij buigen ons voor zijn gericht
en vinden zo zijn aangezicht.

Refrein

7. Ik bande Hem uit hart en hoofd.
Zijn naam dacht ik in mij gedoofd.
Vergeefs ontliep ik zijn geluid,
want als een vlam slaat Hij mij uit.

Refrein

8. Verliet ik dan de moederschoot
alleen voor leven totterdood?
Was zij, die mij het leven gaf
mij maar geworden tot een graf …

Refrein

9. Ik ben gevangen in zijn stem,
mijn leven spreekt alleen van Hem,
mijn God; Hij zit mij in het bloed.
Dat maakt mijn bitter leven zoet.

Refrein

Evangelielezing - Matteus 10, 34-42
Denk niet dat ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard. Want ik kom een wig drijven tussen een man en zijn vader, tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; de vijanden van de mensen zijn hun eigen huisgenoten! Wie meer van zijn vader of moeder houdt dan van mij, is mij niet waard, en wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van mij, is mij niet waard. Wie niet zijn kruis op zich neemt en mij volgt, is mij niet waard. Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, die zal het behouden.Wie jullie ontvangt ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt hem die mij gezonden heeft. Wie een profeet ontvangt omdat het een profeet is, zal als een profeet beloond worden, en wie een rechtvaardige ontvangt omdat het een rechtvaardige is, zal als een rechtvaardige beloond worden. En wie een van deze geringe mensen een beker koel water te drinken geeft alleen omdat het een leerling van mij is, ik verzeker jullie: die zal zeker beloond worden.’

Overweging

Gesproken lied (door allen – in twee groepen (oneven / even: links / rechts, of mannen / vrouwen) )
‘Wat zijn de goede vruchten’ LB 841

1. Wat zijn de goede vruchten,
die groeien aan de Geest?
De liefde en de vreugde,
de vrede allermeest,
geduld om te verdragen
en goedertierenheid,
geloof om veel te vragen,
te vragen honderd-uit.

2. Geloof om veel te geven,
te geven honderd-in
wij zullen leren leven
van de verwondering:
dit l;even, deze aarde,
de adem in en uit,
het is van Gods genade
en zijn lankmoedigheid.

3. En wie zijn ziel niet prijsgeeft
maar vasthoudt tot het eind,
wie zijn bestaan niet kruisigt
hoezeer hij levend schijnt,
hij gaat voorgoed verloren,
het leven dat hij koos
is tevergeefs geboren
en eindigt vruchteloos.

4. Maar wie zich door de hemel
laat helpen uit de droom,
die vindt de boom des levens,
de messiaanse boom
en als hij zich laat enten
hier in dit aardse dal,
dan rijpt hij in de lente
tot hij vruchtdragen zal.
 
Dankgebed en voorbede

Gereedmaken van de tafel – collecte

Er volgt nu een collecte voor diaconie en kerkrentmeesters voor de aanwezige
kerkgangers. U kunt als (thuis)luisteraar desgewenst uw gift voor diaconie
en kerkrentmeesters overmaken op de rekeningnummers die in de nieuwsbrief
of op de website staan vermeld. De kosten voor het kerkenwerk gaan gewoon
door en daarom van harte bij u aanbevolen

Orgelspel

Als inleiding op het dienst van de Tafel – gesproken lied
(door allen – in twee groepen (oneven / even: links / rechts, of mannen / vrouwen) )
‘Roept God een mens tot leven’ LB 346

Tafelgebed – ‘Machtige God’ (Dienstboek 26, p. 289-292, Voorganger en Allen)
V: De Heer zal bij u zijn!
A:De Heer zal u bewaren.
V: Verheft uw harten!
A: Wij hebben ons hart bij de Heer.
V: Laten wij danken onze God!
A: Het past ons de Heer te danken.

Machtige God,
met alle eerbied
noemen wij uw naam,
die Gij gegeven hebt
aan wat er leeft en ademhaalt.
De hemel en het land,
het licht van deze dag
en ook wijzelf, God,
zijn er dank zij U,
die al van mensen houdt
vóór zij geboren zijn.
Wij noemen U van harte
onze God en Vader,
die doet wat Gij zegt
en ons in leven houdt,
die naar ons zoeken blijft
tot Gij ons in den vreemde vindt,
omwille van uw Zoon,
de eerste van ons allen.
In stad en land,
in mensen en machten,
in levenden en doden
wordt Gij vermoed en uitgesproken,
tot deze aarde eens
de stad van vrede is,
het nieuw Jeruzalem,
waar alle leed geleden is
en al ons kwaad vergeten.
Luister dan ook,
als wij U zegenen, God,
en er klinkt:

Orgelspel: Sanctus

Heilig, heilig, heilig,
Heer God van alle machten.
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer.
Hosanna in de hoge.

Heer onze God,
Gij zijt heilig en goed –
en zó bekend met ons
dat onze namen staan
geschreven in uw hand.
Geen mens zult Gij vergeten
dank zij Jezus Christus,
de Zoon van uw genade,
die Gij hebt voortgebracht
en uitgezonden hebt
om tranen te drogen
van mensen die geslagen zijn,
om het hart te helen
van mensen die gebroken zijn,
om brood te worden voor vandaag
en de vrede zelf te zijn.
Wij danken U
dat Hij ons ruimte geeft
en vrijheid schept.
Wij danken U
dat Hij de naam geworden is
voor heel ons leven
ten einde toe.

Want in de nacht
dat Hij zijn leven gaf,
nam Hij brood in zijn handen,
Hij zegende U, Hij brak het
en gaf het aan zijn leerlingen
met de woorden:
Neemt en eet hiervan, gij allen,
want dit is mijn lichaam,
dat voor u gegeven wordt.

Ook nam Hij de beker,
zegende U weer,
en gaf hem aan zijn leerlingen
met de woorden:
Neemt deze beker
en drinkt hier allen uit,
want deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u en voor allen vergoten wordt
tot vergeving van de zonden.
Blijft dit doen om Mij te gedenken.

Als wij dan eten van dit brood
en drinken uit deze beker,
verkondigen wij de dood des Heren
totdat Hij komt.

Heer onze God,
zo gedenken wij Hem
die weet wat lijden is
en de dood heeft gezien,
die Gij hebt opgewekt
en een naam gegeven hebt
hoog boven alle namen.
Jezus de Heer is Hij,
Die Is En Blijven Zal,
– uw rechterhand –
en tot Hij komt,
verkondigen wij Hem
door deze levensbeker
en door dit brood
dat wordt gedeeld.

Wij bidden U:
zend dan uw Geest in ons,
die over deze aarde gaat,
en maak ons tot een volk
dat recht doet
om gerechtigheid;
maak leven en welzijn
toch groter en sterker
dan oorlog en dood;
en laat ons mensen zijn
die woningen bouwen
voor uw stad van vrede;
breek het geweld in ons
en breng ons thuis bij U
uit kracht van Hem,
de Mensenzoon,
hier in ons midden.

Dan zal uw naam
geheiligd zijn op aarde,
en komen zal uw koninkrijk
door Hem en met Hem
in kracht en in Geest
tot in eeuwigheid.
Amen.

Onze Vader

Vredeswens en nodiging

Delen van Brood en Beker – orgelspel: Agnus Dei

Slotgebed

Gesproken lied (door allen) – Laat de woorden die we hoorden LB 422
1. Laat de woorden
die we hoorden
klinken in het hart.
Laat ze vruchten dragen
alle, alle dagen
door uw stille kracht.

2. Laat ons weten,
nooit vergeten
hoe U tot ons spreekt:
sterker dan de machten
zijn de zwakke krachten,
vuur dat U ontsteekt.

3. Laat ons hopen
biddend hopen,
dat de liefde wint.
Wil geloof ons geven
dat door zo te leven
hier Gods rijk begint.

Zegenbede

Uitleidend orgelspel: Dona Nobis Pacem. 
 
 
Liturgie zondag 21 juni 2020

Liturgie zondag 21 juni 2020
Thema: Ave Maria

Welkom en mededelingen

Stilte

Aanvangslied: 695, Heer, raak mij aan met uw adem

Met voorafgaand orgelspel
Heer, raak mij aan met uw adem,
reik mij uw stralend licht,
wijs mij nieuwe wegen,
geef op uw waarheid zicht.

Raak met uw adem mijn onrust
tot ik de rust hervind.
Al mijn wonden heelt Gij:
Gij ziet in mij uw kind.

Wees ook de Geest die mij aanvuurt
en al mijn twijfels bant.
Als geroepen kom ik:
mijn tijd is in uw hand.

Kom en doorstraal mijn dagen,
Geest van God uitgegaan,
die mijn ogen opent
voor wie nu naast mij staan.

Heer, raak ons aan met uw adem,
geef ons een vergezicht!
Draag ons op uw vleugels,
zegen ons met uw licht!

Votum – drempelgebed – en groet

We spreken ons geloof uit, in God, onze Schepper, Bron van Leven en Licht.
En dat doen we samen. Met de woorden van lied 875.

Votum (gelofte):
Vg         Father, we love you, we worship and adore you,
Glorify your name in all the earth.
Glorify your name, glorify your name
Gloryfi your name in all the earth.
  1.          Jesus, we love you,we worship and adore you.
Glorify your name in all the earth.
Glorify your name, glorify your name
Gloryfi your name in all the earth.
  1.         Spirit, we love you,
we worship and adore you,
Glorify your name in all the earth.
Glorify your name, glorify your name
Gloryfi your name in all the earth.
  1.         Gebed
Zoals een bloem zijn kelk heft naar de zon,
een boom zijn armen uitbreidt naar de hemel,
ja zelfs het zaad, diep in de akkergrond,
zoekt naar het licht en opstaat om te leven,
zo zoekt ons hart naar U, o eeuwig licht,
zo taalt ons lied naar U, o God van vrede. (NLB 220, vers 1)
 
  1.         Groet
Genade voor u en vrede
Van God onze Vader
En van de Heer Jezus Christus.
 
  1.          Amen.

Luisteren naar lied: Abba Father van InSalvation

https://www.youtube.com/watch?v=oIv2Hopv6Yg

You loved me first                                                           Jij hield het eerst van mij
You've chosen me                                                          Jij hebt mij gekozen
You stole my heart                                                          Jij hebt mijn hart gestolen
You're my destiny                                                           Jij bent mijn lotsbestemming

And I stand in awe of You                                              En ik ben vol ontzag voor jou

Hallelujah, I love You                                                      Halleluja, Ik hou van jou
Forever we will be                                                           Voor altijd zal het zijn
Forever You and me                                                      Voor altijd jij en ik

Love so divine                                                                 Liefde, zo goddelijk
Love that remains                                                           Liefde die blijft
Love brought me home                                                  Jij bracht me thuis
Love is Your name                                                         Jouw naam is liefde

Abba Father                                                                    Abba, Vader
Draw me to Your heart                                                   Trek me naar jouw hart
Hold me in Your arms                                                    Houd me in jouw armen

Inleiding thema

Lezen column Jaap Brederveld door gemeentelid

In het rooms-katholieke Noord-Brabant, waar ik opgroeide als gereformeerd jochie, was Maria nooit ver weg, in een bidkapelletje, op een kruispunt of als beeld of schildering in een katholieke kerk. Maar zo was ze ook gevaarlijk voor ons. Want wij kregen mee: voor die beelden werd door de katholieken geknield, een overtreding van het tweede gebod. een ‘weesgegroetje’ kon er bij ons niet af.

Toch nam Maria ook in mijn traditie een hoogstaande plaats in, als moeder van Jezus, van Gods Zoon. Ze bloeide vooral op in de kersttijd, met natuurlijk het kinderkerstspel in de kerk. daarin schopte ik het zelf nog eens tot Jozef, de man aan de kant, naast Maria. Maria sprak voor protestanten het meest uit haar lofzang. Maar ze was en bleef een mens tussen de andere bijbelse figuren.

Jaren later leerde ik, als buurtpastor in oecumenisch verband, in mijn buurt een man kennen, katholiek opgevoed. Achter hem lag een rotjeugd dankzij een vader met losse handen. Met God de Vader had hij helemaal niets meer, alleen Maria bleef dichtbij. Mooi om, naast God de Vader en Jezus, Maria te hebben, in wie iets doorstraalt van Gods moederlijke kant.

Jaap Brederveld. Bond van Evangelische Gemeenten.

Kyriegebed: Ave Maria Luisteren naar Ave Maria
In een bewerking van Bach en Gounod

https://www.youtube.com/watch?v=UyeLHA6bBME

Ave Maria, gratia plena. 
Dominus tecum, benedicta tu in mulieribus, 
et benedictus fructus ventris tui, Jesus. 
Sancta Maria, Mater Dei, 
ora pro nobis peccatoribus, 
nunc et in hora mortis nostrae. 
Amen. 


Wees gegroet, Maria, vol van genade. 
De Heer zij met u, gezegend zijt gij onder alle vrouwen 
en gezegend is de vrucht van uw schoot, Jezus. 
Heilige Maria, Moeder Gods, 
bid voor ons, zondaars, 
nu en in het uur van onze dood. 
Amen 


Lezen lied 740 door gemeentelid, eventueel begeleid door het orgel

Maria heeft ontvangen
de Geest, een blij bericht.
Gods woord is haar verlangen,
zij weet zich opgericht.
De vrucht, vertrouwde vreemde,
groeit stilaan in haar schoot.
Zij baart en wordt ontheemde,
redt Jezus van de dood.

Zij ziet de jongen weggaan,
Hij zoekt een nieuw verband.
Zij zal niet in de weg staan,
zij schaart zich aan de kant
van dwaze, sterke moeders,
zo kwetsbaar in hun kind,
die toch de hoop behoeden,
dat kostbaar leven wint.

Die boodschap van nieuw leven,
de redding van de mens,
dat woord door God gegeven,
een wrede, zoete wens.
Daar hangt Hij, roept zijn Vader;
de hemel zwijgt, kleurt zwart.
Hij sterft en zij komt nader,
een zwaard doorsteekt haar hart.

De moeder draagt het lichaam
van haar verloren kind,
het kind dat zij het licht gaf
en hier zijn einde vindt.
Zij wiegt hem in haar armen,
ze laat hem niet meer los.
Ze kan hem niet meer warmen,
een koud en bitter lot.

Geslagen zijn Maria,
de vrienden dof en dicht.
Maar daar is, alleluja,
de redder in nieuw licht.
Hij wenst hun allen vrede,
zendt hen met vrede uit.
God heeft voor ons gestreden,
Maria zingt en juicht.

Gebed bij de opening van de schrift

Eerste schriftlezing: Spreuken 8: 22-31

De HEER heeft mij vóór al het andere verworven,
toen hij zijn scheppingswerk begon, schiep hij eerst mij.
Ik ben in het begin gemaakt, nog voor alles er was,
nog voor de aarde vorm kreeg.
Toen er nog geen oceanen waren, werd ik voortgebracht,
nog voor de bronnen met hun waterstromen.
Toen de bergen nog niet waren neergezet, werd ik voortgebracht,
nog voor de heuvels er waren.
De aarde en de velden had de HEER nog niet geschapen,
geen korrel zand was nog gemaakt.
Ik was erbij toen hij de hemel zijn plaats gaf
en een cirkel om het water trok,
de wolken aan de hemelkoepel plaatste,
de oceanen bruisend op liet wellen,
toen hij aan de zeeën grenzen stelde,
het water met zijn woord zijn plaats gaf,
de fundamenten van de aarde legde.
Ik was zijn lieveling,
een bron van vreugde, elke dag opnieuw.
Ik was altijd verheugd in zijn aanwezigheid,
vond vreugde in zijn hele aarde
en was blij met alle mensen.

Lied Dan zal ik leven, van Huub Oosterhuis, gezongen door Trijntje Oosterhuis

https://www.youtube.com/watch?v=2FJtOIKdPMM

Dan zal ik leven

Het zal in alle vroegte zijn
als toen.
De steen is weggerold.
Ik ben uit de grond opgestaan.
Mijn ogen kunnen het licht verdragen.
Ik loop en struikel niet.
Ik spreek en versta mijzelf.
Mensen komen mij tegemoet -
wij zijn in bekenden veranderd.
Het zal in alle vroegte zijn
als toen.
De ochtendmist trekt op.
Ik dacht een dorre vlakte te zien.
Volle schoven zie ik, lange halmen, aren
waarin de korrel zwelt.
Bomen omranden het bouwland.
Heuvels golven de verte in,
bergopwaarts, en worden wolken.
Daarachter,
kristal geworden, verblindend,
de zee die haar doden teruggaf.
Wij overnachten in elkaars schaduw.
Wij worden wakker van het eerste licht.
Alsof iemand ons bij naam en toenaam
heeft geroepen.
Dan zal er nieuw leven zijn.
Dan zullen wij leven.
Dan zal ik leven.

Tweede schriftlezing: Johannes 2:1-11
Toen, op de derde dag daarna, werd er een bruiloft gevierd in Kana in Galilea,
en daar was de moeder van Jezus bij.
Maar ook Jezus hadden zij uitgenodigd, met zijn leerlingen, om op het feest te zijn.
Toen dreigde de wijn op te raken, en de moeder van Jezus zegt tegen Hem: ‘Zij hebben geen wijn meer!’
En Jezus zegt: ‘Val mij niet lastig, vrouw! mijn uur is nog niet gekomen.’
Maar zijn moeder zei tegen degenen die dienden aan tafel: ‘Doe nu precies wat Hij zegt.’
Nu stonden daar zes stenen watervaten, klaargezet, naar Joods gebruik, voor de reiniging, met een inhoud van twee, drie metreten elk. Toen zegt Jezus tegen die mensen: ‘Giet jullie die vaten vol water.’ En zij goten ze vol tot de rand.
Daarop zegt Hij: ‘Schep er nu wat uit  en breng het de tafelmeester.’
En dat deden zij.
De tafelmeester proefde ervan, - van het water dat wijn was geworden; en hij wist niet waar het vandaan kwam, maar de dienaren wisten het wel, die het water hadden geschept. En hij roept de bruidegom erbij, die tafelmeester, en zegt:
‘Anderen geven hun beste wijn eerst, en hebben de mensen wat op, dan de mindere. U hebt de beste wijn achtergehouden en die bewaard: tot nu.’ Dit was het eerste van Jezus’ tekenen; verricht in Kana, in Galilea.
Zo liet Hij iets zien van zijn heerlijkheid, - en zijn leerlingen hebben het gelovig verstaan.

Lied 525

Wij willen de bruiloftsgasten zijn
van Kana in Galilea.
Wij drinken daar van de bruiloftswijn.
Wij willen van harte vrolijk zijn
met Jezus en met Maria.

Maria sprak in bekommerdheid;
‘Er is niet genoeg te drinken.’
Maar Hij zei: ‘Nog is het niet mijn tijd.’
Zij wist in haar hart: Hij is bereid,
en zal het ons zeker schenken.

En toen de maaltijd ten einde liep,
zag Hij naar de lege vaten,
en deed ze vullen door die Hij riep,
en scheppen wat Hij te drinken schiep.
Zij proefden: wijn was het water.

Wij mogen met Jezus gezeten zijn
te Kana tussen de gasten.
Een ander schenkt eerst de goede wijn
en drinkt de mindere op het eind.
Hier komt het beste het laatste.

Wij zijn op het bruiloftsfeest genood
met Jezus en met Maria.
Hij draagt ons over de watervloed
en laaft ons hart met zijn hartebloed
te Kana in Galilea.

Preek

Orgelspel

Lied lezen 811 door gemeentelid

Zoals een moeder zorgt
voor kinderen, haar toevertrouwd,
en waarborgt dat zij leven:
zo werkt een god van liefde,
en geen uur verflauwt zijn vuur.
Niet meer verstomt het woord
dat Hij ons heeft gegeven.

Het neemt ons bij de hand,
dat woord, geduldig voert het ons
uit angstland weg naar vrijheid.
Zo onbegaanbaar dwars die weg, zo hoog,
zo heet en droog-
laat mij niet moeten gaan
als Gij niet zelf nabij zijt.

Een waterval van licht,
van vreugde en gerede hoop,
van inzicht en vertrouwen:
zo overkomt Gij mensen, ik besta
uw woord en ga.
Nog weet ik niets van U,
Ooit zal ik U aanschouwen.

Dank – en voorbeden – stil gebed – Onze Vader

Collecte

Slotlied: 793 in wisselzang

Bron van liefde, licht en leven,
voor elkaar zijn wij gemaakt
door uw hand elkaar gegeven,
door uw vinger aangeraakt.
Laat ons op uw toekomst hopen,
gaandeweg U tegemoet;
dat wij samen lachend lopen
in uw grote bruiloftsstoet.

Bron van liefde, licht en leven,
zon die hartverwarmend schijnt,
woord van hogerhand gegeven,
trouw en teder tot het eind-
al zou ons een vijand haten,
al gaat zelfs de liefste heen,
liefde zal ons nooit verlaten;
Gij laat ons geen dag alleen.

Bron van liefde, licht en leven,
laat uw vreugde in ons zijn;
is de blijdschap weggebleven,
liefde maakt van water wijn.
Dat wij dan elkaar beminnen
zó dat zelfs de dood niet scheidt;
niets kan liefde overwinnen
liefde heeft de eeuwigheid.

Zegen

Gesproken amen

Orgelspel





 
 
Afbeelding bij preek zondag 21 juni 2020

Afbeelding bij preek zondag 21 juni 2020
 
Preek zondag 14 juni 2020 Preek zondag 14 juni 2020
Gemeente,

Op mijn nieuwe werkplek in de Zaanstreek leeft de traditie in de werkgemeenschap van collega-predikanten om een keer per jaar twee studiedagen met elkaar door te brengen. Meestal overnachten we ergens en de gezelligheid en het informele contact is natuurlijk net zo belangrijk als de inhoudelijke kant van de studiedagen. Dit jaar gooit Corona roet in het eten wat betreft de overnachting, maar ook op 1,5 m gaan we in september samen studeren. Ons studieobject dit jaar is de bestseller van Rutger Bregman “De meeste mensen deugen”. Wellicht heeft u er al over gehoord of het boek zelfs gelezen. De these van Bregman, zelf zoon van een dominee, is een uitdagende voor predikanten. Hij gaat in tegen het mensbeeld van veel christelijke stromingen dat de natuur van de mens verdorven is en dat de mens geneigd is tot alle kwaad. Bregman zegt: de laatste jaren is dit negatieve mensbeeld steeds meer aan het veranderen in verschillende wetenschappelijke disciplines, beginnend bij de psychologie, maar ook de sociologie en biologie zien de mens van “nature” steeds positiever.

Ik moet zeggen dat ik het boek van Bregman – ik ben nu halverwege -  fascinerend vind, maar ook vrij irritant. Ik ben namelijk niet overtuigd van zijn wetenschappelijke methode en heb het gevoel dat hij te selectief bewijs voor zijn positief mensbeeld aanhaalt.

Begrijpt u mij niet verkeerd, ik kan me ook niet vinden in stellingen over de fundamentele verdorvenheid van de mens en de erfzonde die het de mens onmogelijk maakt om op een of andere manier te deugen, om zich voor mens en God – in moreel opzicht – staande te houden. Dus gedeeltelijk ben ik het ook wel met Bregman eens. De mens kan deugen, zeker wel, misschien zijn er ook meer mensen die deugen op aarde dan wijzelf vaak geneigd zijn te denken. Maar de mens is ook in staat tot gruwelijk kwaad.

Als je het bijbelboekje Jona leest, krijg je het idee dat de profeet Jona het zeker niet eens zou zijn met Rutger Bregman. Volgens mij houdt Jona een niet al te positief mensbeeld erop na. Jona wordt door God geroepen om naar Nineve te gaan. De grote stad die voor geen meter deugt. Waar het kwaad ten hemel schreiend is. De mensen daar weten het verschil tussen links en rechts niet, het zijn net dieren, zo lijkt de bijbelauteur te zeggen. Dieren zonder moreel kompas. 
Hier zou Bregman trouwens ook een kantlijn bij willen plaatsen, want dieren zijn ook wel in staat tot samenwerking en sommige soorten kunnen zeer zeker onderscheid maken tussen goed en slecht gedrag.

Het wordt tijd dat deze ondeugende stad Nineve een profeet van Israël over de vloer krijgt. Iemand die aanzegt wat goed en kwaad is, iemand die de rechte weg wijst, gerechtigheid en vrede de mensen aan het hart legt. Maar Jona heeft geen zin om profeet te zijn en vertrekt in plaats van naar het oosten, naar het westen, waar hij tegen wil en dank als profeet de zedeloze matrozen tot een belijdenis brengt. Niet zomaar een belijdenis van een of ander god die zowel de storm op zijn geweten heeft als de redding veroorzaakt, maar ze belijden “de Heer”. De godsnaam YHWH klinkt hier, die God die er is, het geheimenis van Israël openbaart zich aan de “heidenen” zonder dat Gods profeet er enige moeite voor heeft gedaan.

Natuurlijk moeten we dit boek Jona niet al te serieus nemen. Of beter gezegd, we moeten het boek zeer serieus nemen en juist daarom niet in de letterlijke zin, niet al te ernstig. Want het bijbelboek Jona is een grote grap, Joodse gein in zijn mooiste vorm. Een profetische malloot die tussen de serieuze andere profeten tussen gesmokkeld is.

Er staan talloze grappen in het boek Jona die ons in de Nederlandse vertaling volledig ontgaan. Dat begint al bij de naam “Jona” die enerzijds vredesduif betekent en anderzijds met een woordspeling zoiets als “gewelddadige onderdrukker”.  De ongenuanceerdheid van het verhaal hoort ook bij de grap dat Jona naar het uiterste westen vertrekt, terwijl hij naar het oosten geroepen wordt. En het “vluchten” van Jona is ook vrij bijzonder, wanneer hij vlucht van de plaats “Jafo”, de mooie plek, naar de plaats Tarsis, “tarschisch” als de plaats van vernietiging.

En terwijl in psalmen, ook in die psalm van Jona die hij zingt in de buik van de grote vis, wat op zich natuurlijk ook weer een enorme grap is, in de psalmen komen de goddelozen meestal niet al te best ervan af omdat ze de rechtvaardige naar het leven staan. Maar zo is deze “rechtvaardige”, deze Jona wel de enige in heel het boekje die God wil ontvluchten en verlaten. De heidenen, de goddelozen bekeren zich tot God, ja zelfs (of juist) de dieren en planten luisteren naar Gods stem, maar die rechtvaardige, die godvrezende heeft geen benul van Gods onvoorstelbaar grote genade.

Lieve mensen, nu moeten we niet de mist ingaan en denken: Jona, dat is toch een Joodse profeet? Ja, de staat Israël, al die ultraorthodoxe Joden, ja, die doen het ook in al hun vroomheid niet goed. Nee, mensen behalve dat dit een zeer bedenkelijke en antisemitische gedachte zou zijn, gaat het ook volledig voorbij de bedoeling van dit bijbelboek.

Ook is het makkelijk om aan de broeders en zusters aan de orthodoxe kant hier in Berkenwoude en elders te denken en te roepen: ja, die vrome godvrezendheid mag best met een korreltje gein. Ook dan gaan we de mist in.

De profeet Jona is juist niet de ander, maar Jona dat zijn wijzelf. En we moeten deze grap die over onszelf gaat uithouden en niet een ander uitlachen. We moeten over onszelf lachen. Onszelf voor ons hoofd slaan, onszelf niet al te serieus nemen, onszelf aan goddelijke humor uitleveren.

Jona is een parabel, een gelijkenis, in bepaalde opzicht zeer vergelijkbaar met de verhalen die Jezus vertelt. Denk maar aan de verloren zoon die alles wat God verboden heeft gedaan heeft, graag ook, en vervolgens niet zo zeer uit diepe berouw, maar meer uit praktisch opportunisme terug naar het huis van de Vader gaat en daar als een koningskind wordt ontvangen. Overladen met genade, vreugde, gastvrijheid, terwijl de oudere broer vol afgunst kijkt naar die kleine broer van hem. De pointe van de gelijkenis van de verloren zoo, is niet dat wij ons herkennen in de verloren zoon (ook al zijn we dat natuurlijk ook wel).

De boodschap is, dat we, geconfronteerd met een absurde, niet voor te stellen genade van God, het niet kunnen en willen geloven dat God zo vergevend, zo oneindig in liefde is. Het is al moeilijk genoeg, misschien zelfs net zo onmogelijk, om te kunnen geloven dat wij Gods genade krijgen, zomaar als cadeau, zonder dat we daarvoor echt iets hebben gedaan. Maar nog moeilijker is het om te geloven dat ook de ander, hij/zij die we niet kunnen uitstaan, die vrede en gerechtigheid aan de laars lapt, die het niet zo netjes doet, dat ook op de onrechtvaardige God betrokken is in liefde. Dat God niet ophoudt om lief te hebben tot God antwoord krijgt op zijn eeuwigdurende vraag: mens, waar ben je?

God kijkt anders dan wij, dan Jona. Terwijl God ziet dat die goddelozen in de grote stad inderdaad beginnen om anders te leven, terwijl God de kans, de toekomst, de verandering ziet, ziet Jona de inconsequentie en de onberekenbaarheid wanneer liefde een streep door de rekening zet en menselijke logica op z’n kop zet. God kijkt naar de toekomst, Jona kijkt naar het verleden. God ziet de kans, het goede in de mens, Jona ziet het gebrek, het slechte wat in een ieder van ons net zo aanwezig kan zijn als het goede. Misschien is Jona een realist, misschien heeft hij zelfs gelijk.

Maar God neemt geen genoegen met hoe het is, maar geloof en hoopt tegen beter weten in hoe het zou kunnen en zou moeten zijn.

We leven in een verwarrende wereld en daarvan worden we op dit moment ons nog meer bewust dan anders. Een klein virus zet de wereld op z’n kop en je herkent het gewone leven haast niet meer terug. De koele schaduw, het goede leven, dat wat wij als zegening hebben ervaren, misschien zelfs als een wonder, zoals Jona die groeiende wonderboom ervaart – het kan van de een op de andere dag voorbij zijn en dan treft ons ongeluk of ziekte. Het leven is onvoorspelbaar, maar moeten wij God daarvan de schuld geven? Zouden we geluk meer verdienen dan ongeluk? Waarom zouden nu, in deze corona-tijd, meer vraagtekens bij het geloof in Gods genade kunnen worden gezet, dan in andere tijden?

En onze godvrezende zoektocht naar goed en kwaad, ons oordeel dat wij zo snel klaar hebben over anderen, vooroordelen die discriminatie in de hand werken, die te vaak een verschil maken tussen zwart en wit, hebben wij er werkelijk goed zicht op wie goed en wie kwaad is? Welke mensen deugen en welke niet? Kunnen wij zien als God? Kunnen wij die onvoorstelbare liefde en genade afmeten en denken te weten wie ze verdient en wie niet?

In al zijn joligheid, met alle grappen van het boek Jona, is de boodschap wel degelijk serieus. God is liefdevol en genadig, geduldig, trouw en waarachtig en dat op een schaal die ons verstand werkelijk te boven gaat. En tegen alle doemdenken in, waarin ik ook maar al te graag verval, is er hoop op verandering, hoop op een wereld die nieuw is. Waar vrede een werkwoord is voor alles en allen, waar Gods ontferming een ieder naar het leven heeft gehaald, waar de mens bekeert is tot medemens, tot medeschepsel, mens als beeld van God, vol liefde, vol genade.

Bij alle kwaad die ten hemel schreit, bij alle ongerechtigheid in deze wereld. Bij al die onzekerheid, alles wat het leven moeilijk en haast ondraagbaar maakt, laat God niet af van het werk van zijn handen. Blijft de knipoog van goddelijke liefde zich over ons, over alles en iedereen ontfermt. En geeft hoop, vertrouwen dat de toekomst in goede handen is en blijft. Amen.
 
 
Orde van Dienst 14 juni 2020 Orde van Dienst 14 juni 2020
Orde van dienst 14 juni 2020

Orgelspel

Welkom door ouderling van dienst

Lied 103e
Voorganger
Bless the Lord, my soul, and bless God’s holy name.
Bless the Lord, my soul, who leads me into life.

Gemeentelid:
Hij vergeeft je alle schuld,
Hij geneest al het leed dat je lijdt;
Je leven koopt Hij vrij van het graf,
Hij omringt je met liefde en goedheid.

De Heer is barmhartig en genadig,
Geduldig is hij en groot is zijn liefde.
Hij behandelt ons niet naar onze zonden,
Hij vergeldt ons niet naar onze schuld.

Zoals een vader van zijn kinderen houdt,
Zo houdt Hij van allen die Hem aanbidden.

De liefde van de Heer duurt eeuwig
Voor wie Hem aanbidden.
 
Votum en groet

Kyriegebed tekst lied 299j

Gemeentelid:
1 Om de mensen en de dieren
om de honger en de dood
om de kleinen en de groten,
al uw schepselen in nood

2 om een wereld zonder toekomst,
om de macht die ons kleineert,
roepen wij voor alle volken:
Kyrieleis, ontferm u, Heer.

3 Eer zij de God van de hemel,
Zijn naam richt de geschiedenis,
Eer aan de koning der volken:
Gloria in excelsis.

Allen:
Vrede bij mensen op aarde,
Waar zijn toekomst al begonnen is,
Vrede bij kleinen en groten:
Gloria in excelsis.

Gebed om de Geest (diaken)

Goede God,
Gij zijt de kracht van ons leven,
Daarom vragen wij aan U:
Laat ons voortdurend gericht zijn
Op wat strookt met uw heil en uw wil
En help ons daar ernst mee te maken,
Niet alleen met onze woorden, maar boven alles metterdaad.
Open ons hart voor uw Woord
Nu en in eeuwigheid. Amen.

Inleiding

Het verhaal van de walvis afgewisseld met lied 178

Lied 178: 1-3

1 Wie wil uit zijn hokje komen
Op het roepen van Gods stem?
Wie wil van zijn goedheid dromen
En de vriendelijkheid van Hem?

2 Jona, jij bent aangewezen
Om profeet van God te zijn
en het kwaad de les te lezen
in de stad van schone schijn.

3 Jona, wil jij dienaar wezen
Van het goddelijke woord?
Of blijf jij vol angst en vrees en
Goor jij alles overboord?


Lied 178: 4-6

4 Schepen varen op de golven
tussen wind en water door
Soms wordt daar hun graf gedolven
gaan zij aan de zee teloor.

5 Als de schepelingen bang zijn
voor de branding of het strand
zal God zelf de steven wenden
met een vaste stuurmanshand.

6 Jona, wil jij Noach heten
In de ark van goddelijk woord?
Wil je van die naam niet weten?
Ga je liever overboord?

Lied 178: 7-9

7 Vissen wonen in de diepte
van de grondeloze zee
Niemand is er die hen roept
alleen de dood zwemt met hen mee.

8 Tot Gods woorden zullen klinken
die tot op de bodem gaan.
Daar roept God de grote vis
die Gods vraag niet kan weerstaan.

9 Jona, wil je alles missen
In dat donkere dodenoord,
En een prooi zijn van de vissen;
Heel je leven overboord?

Lied 178:13-15

13 Jona luisterde naar God en
ging op weg naar Ninevé,
naar de stad van zoveel mensen
en nog bovendien veel vee.

14 Zo kwam Jona uit het donker,
ging voortdurend aan de slag.
Hij ging wonder boven wonder
als een zeeman overstag.

15 Zo ging Jona toch gehoorzaam
naar het grote Ninevé
en hij bracht uit zijn vooronder
woorden van Gods goedheid mee.

Schriftlezing Jona 3:10-4:11
Toen God zag dat zij inderdaad begonnen anders te leven, kwam hij terug op wat hij gedreigd had te doen, en hij deed het niet. Dit wekte grote ergernis bij Jona en hij werd kwaad. Hij bad tot de Heer; Ach Heer, heb ik het niet gezegd toen ik nog thuis was? Daarom wilde ik naar Tarsis vluchten. Ik wist het wel: u bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid. Laat mij maar sterven, Heer: ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven Maar de Heer zei: ‘Is het terecht dat je zo kwaad bent?’ Nadat Jona Nineve had verlaten, was hij aan de oostkant van de stad gaan zitten. Hij had er een hut gemaakt om in de schaduw af te wachten wat er met de stad zou gebeuren. Nu liet God, de Heer, een wonderboom opschieten om Jona schaduw boven zijn hoofd te geven en zijn ergernis te verdrijven. Jona was opgetogen over de plant. Maar de volgende morgen bij het aanbreken van de dag, liet God de plant door een worm aanvreten, zodat hij verdorde. En toen de zon opkwam, liet God een verzengende wind uit het oosten waaien; de zon brandde zo op Jona’s hoofd dat hij door de hitte werd bevangen. Hij bad om te mogen sterven’: Ík ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.’ Maar God zei tegen Jona: ‘Is het terecht dat je zo kwaad
bent over de plant?’ Jona antwoordde: Ík ben verschrikkelijk kwaad, en terecht!’ Toen zei de Heer: Áls jij al verdriet hebt om die wonderboom, waar jij geen enkele moeite voor hebt hoeven doen en die jij niet hebt laten groeien, een plant die in één nacht opkwam en in één nacht verging, zou ik dan geen verdriet hebben om Nineve, die grote stad, waar meer dan honderdtwintigduizend mensen wonen die het verschil tussen links en rechts niet eens kennen, en dan nog al die dieren?’   

Lied 158b

Een schoot van ontferming is onze God.
Hij heeft ons gezocht en gezien
zoals de opgaande zon aan de hemel.
Hij is ons verschenen toen wij in
duisternis waren, in schaduw van dood
Hij zal onze voeten richten
op de weg van de vrede.

Overdenking

Orgelspel

Gebeden   
Heer onze God,
U danken wij om uw liefde en genade, om uw bevrijding, uw redding door alles heen.
Als wij bang zijn,
Als wij vluchten,
Als wij ondergaan – Gij zijt er.

Wij bidden U om creativiteit.
Dat wij wegen vinden om ook in deze tijd elkaar nabij te zijn.

Wij bidden U om solidariteit.
Dat wij mensen niet aan hun lot overlaten, maar elkaar bijstaan in moeilijke tijden.

Wij bidden U om kracht en sterkte.
Dat U in angst, verdriet, in ziekte en lijden steeds weer reddend aanwezig bent.

Wij bidden U om vrede en gerechtigheid,
In een wereld die nieuw moet worden.

Wij bidden U om wijsheid,
Voor regeringen, voor mensen die leiding geven, dat zij de macht voor het goede inzetten.

Wij bidden U om geloof en vertrouwen in uw toekomst.
Dat we niet vertwijfelen maar de mogelijkheid van elke nieuwe dag zien.
In de stilte leggen wij voor U neer wat in onze harten omgaat.

Stilte & Onze Vader

Collecte en oproep tot financiële steun

Slotlied 852

U komt mij, lieve God,
zo nederig nabij,
in dagen van gemis
en moeite vindt U mij.

U daalt het duister in,
U deelt mijn angst en pijn,
zo dodelijk bedroefd
als maar een mens kan zijn.

Een man van smarten die
ter aarde valt en schreit,
een lotgenoot, een vriend,-
O Heer die bij mij zijt,

Ik bid U, laat het licht
dat doorbrak in uw smart,
de zon die Pasen heet,
ook dagen in mijn hart.

Zegen gesproken

V: In ons hart en in ons huis
Allen: De Zegen van God
V: In ons komen en in ons gaan
Allen: De vrede van God
V: In ons leven op onze zoektocht
Allen: De liefde van God
V: Bij het einde nieuw begin
Allen: De armen van God om ons te ontvangen, thuis te brengen.
Amen.  


 
 
Preek Trinitatis 7 juni 2020

Preek Trinitatis 7 juni 2020
Preek ‘Zing voor de Heer een nieuw gezang’

Gemeente van Christus, lieve mensen van God,

Genoeg…
Wanneer is het genoeg?
Welke druppel maakt dat de emmer overloopt?

Drie maanden duurt de coronacrisis nu en de mensen zijn het zat.
Mensen komen samen, in Amsterdam, in New York, in Hong Kong.
Ze trekken zich niets aan van de regels rondom corona, de anderhalve meter samenleving.
Ze zijn het zat. De eenzijdige berichtgeving.
Alsof er niets anders in de wereld speelt dan dit virus dat zoveel angst en terreur zaait. De mensen gevangen houdt. Er zit zo weinig vooruitgang in. Het duurt te lang.

De wereld bestaat uit meer dan corona.
De afgelopen week heeft de beweging ‘Black Lives Matter’ weer een enorme opleving gekregen. De dood van George Floyd heeft diepe sporen getrokken in de samenleving. De mensen zijn het zat. Geweld, machtsmisbruik, superioriteit, vernedering, achterstand. Ze pikken het niet meer. Het is genoeg.

Mensen zakken door het ijs.
De verwarde man, die zich aardig staande wist te houden door de sociale contacten en de regelmaat van de dag, kan zijn masker niet meer goed ophouden. Zijn verwardheid blijkt veel erger te zijn dan men altijd dacht en raakt aan dementie.
Dertigers, die hun dagen vulden met werk en sport, komen er nu achter dat zij daar buiten eigenlijk geen sociaal netwerk hebben en voelen zich eenzaam.
Relaties die door het wegvallen van afleiding, onder druk komen te staan. Opgebouwde spanningen kunnen niet meer worden vermeden en zorgen voor veel stress en gevoelens van opgesloten zijn.

Drie maanden coronacrisis, het is genoeg en het geklaag is niet van de lucht. Mensen zijn bang en boos. Mensen raken verdeeld in voor en tegenstanders van de coronamaatregelen. Zij die bang zijn verwijten de demonstranten onverantwoordelijkheid, straks komt er een nieuwe lockdown en zijn we weer terug bij af.
Zij die het zat zijn willen verder, ze willen leven! Ze willen vooruit. Er zijn er ook die berusten, maar het is een angstige berusting. Het kan nog wel een jaar duren voor er een vaccin is en al die tijd moeten we binnen blijven. Dat is behoorlijk deprimerend, dat wil niemand, en eigenlijk is dit geen echte oplossing.

Het is genoeg, we zijn het zat.
Volhouden is moeilijk, de eenzijdige berichtgeving is als het manna van de Israëlieten. We verlangen naar komkommers, we verlangen naar watermeloenen, naar uien en knoflook. We willen wel eens wat anders horen, we snakken naar positief nieuws. De belofte dat we op weg zijn naar beloofd land - want ja, ooit zal deze pandemie over zijn, er komt heus wel een vaccin - die belofte laat op zich wachten en dat geeft spanning. Gevoelens van onmacht, frustratie en onzekerheid. Wij mensen zijn daar niet goed in. Het is moeilijk om daar mee om te gaan. We kunnen ons voelen als Mozes, dit is echt te zwaar God, waarom doet U mij dit aan?

De reactie van God is tamelijk opmerkelijk.
Hij biedt geen luisterend oor. Hij zucht en steunt en klaagt niet met Mozes en het volk mee. Zegt niet: ‘Ja, het is zo zwaar, maar ooit komt het wel goed, bid maar wacht maar alles wordt nieuw.’ Geen passieve God, die vol begrip zijn vaderarmen opent waarin we onze toevlucht kunnen nemen. God wordt boos. Gods reactie op het geklaag van het volk is hevige woede. God verliest zijn geduld. Zijn toorn ontbrand. Hij is hevig verontwaardigd. Zoals een stier door zijn neusgaten briest en met zijn hoeven schraapt als het uitgedaagd wordt, klaar voor de aanval, zo reageert God, zijn neusvleugels gaan op en neer, zijn drift houdt hij nog net in.

Mozes voelt Gods woede en wordt ook kwaad, niet op het volk, maar op God.
Hij voelt zich gemangeld tussen God en volk. Van twee kanten wordt er aan hem getrokken. Het klagende volk en de grote opdracht van hogerhand. Hij kan het niet meer samenbrengen. Hij wil er tussenuit. Hij wil het opgeven. God zoekt het maar uit met dat volk. Per slot van rekening is het niet zijn volk, het is Gods volk, en het is Gods idee om dat zooitje ongeregeld weg te leiden uit Egypte.

En dan komt God met een oplossing. Wederom speelt God niet de begripvolle liefdevolle vaderfiguur die ons sust en geruststelt. Mozes moet aan de slag. Kies mensen uit die je helpen, je hoeft het niet alleen te doen. Ik zal mijn geest verdelen over zeventig anderen. God zet Mozes aan het werk. God accepteert Mozes’ aangeboden ontslag niet. Je moet doorgaan, maar wel anders. Zo zal het gaan, zo moet het lukken.

God accepteert geen geklaag en gekreun, passieve overgave is niet zijn ding. God zelf is vol passie om zijn missie te doen slagen. Mensen uit angstland brengen naar beloofd land, land met toekomst, land van melk en honing, land van overvloed en vol van leven.

Egypte, het land van de verdrukking, de chaos en de dood.
Het is voor God ontoelaatbaar dat mensen daar naartoe terug willen. Egypte heeft een januskop. Want het is een rijk land, er is overvloed, er is eten.
Het lonkt en roept: kom terug, kom hier, we hebben vis, vlees, alles, hier is het goed, hier moet je zijn. Maar je bent er niet voor niets uit weggetrokken, toch? Het was daar niet, je bestemming, je kon niet zijn wie je wilde zijn. Het beloofde leven, de toekomst, het is daar niet, je moet het daar niet meer willen zoeken, dat ligt achter je.

We weten niet hoe we uit de coronacrisis zullen komen.
Dingen zullen veranderen.
Vandaag kunnen we voor het weer met een paar kerkgangers bij elkaar komen. We willen niets liever dan terug gaan naar de oude tijd, de vertrouwde vorm weer oppakken, manieren die we kennen voortzetten. Maar we beginnen gelijk al anders. Ja, we zitten met kerkgangers in de kerk, maar samen zingen kunnen we niet. Het orgel speelt, maar wij zingen niet mee.

Drie maanden duurt de coronacrisis nu en we zijn het zat.
We zijn blij met dit nieuwe begin van samenkomen.
Maar er is nog veel onzeker.
We zijn er nog niet. Er ligt nog behoorlijk veel woestijn voor ons en gaan we het redden? Met manna alleen? Zijn we wel sterk genoeg om daarmee de tocht voort te zetten?
God komt niet alleen Mozes te hulp, door zijn taak te ontlasten. Hij laat het ook kwartels regenen en komt tegemoet aan de roep van het volk om vlees. Grote zwermen vogels trekken over en vallen neer. Er is vlees! Eenmaal gedroogd kun je weer een tijdje vooruit.

Zing voor de Heer een nieuw gezang.
Hij laaft u heel uw leven lang,
met water uit de harde steen.
Het is vol wonderen om je heen.

God komt ons tegemoet. Zijn geest doet onvermoede dingen.
De wind, ze kan opsteken, ze kan van richting veranderen.
Vanuit zee kunnen zwermen vogels aankomen en doodmoe neervallen.
Vlees uit de hemel.
Dat is nog eens andere koek.
Een wonder is het, en ze vallen je zomaar toe.
Een frisse wind waait oude stofnesten weg.
Doemdenken, klagen, berusten, passiviteit, het past niet bij de geest van Pinksteren.

Vandaag vieren we de eerste kerkdienst met kerkgangers, een klein en pril begin, een voorzichtige herstart. Vandaag vieren we ook zondag Trinitatis. De Vader brengt zijn Geest over op zijn Zoon. De Zoon leidt geestverwanten op en zo doortrekt Gods Geest de wereld. ‘Maak alle volken tot mijn leerlingen’, zegt Jezus tegen zijn elf leerlingen. Ga op weg, ik ben met jullie, alle dagen tot aan de voltooiing van deze wereld.

De wereld is niet af. Niet volmaakt, niet perfect.
Maar… ‘De grootste waanvoorstelling, zei de mol, is dat het leven perfect zou moeten zijn.’

Een levenswijsheid die komt uit de fabel: ‘De jongen, de mol, de vos en het paard’, geschreven door Charlie Mackesy.

Inderdaad, het leven is niet perfect.
Misschien is zij dat ooit geweest, in een ver verleden toen God de aarde schiep, zijn ontwerp voor een goede aarde aan de wereld presenteerde.
Maar zijn uitvoerders zijn vaak zo onbeholpen.
Zo menselijk, zoals Mozes, zoals wij.

Met deze wereld moeten we het doen.
We kunnen klagen en zuchten maar daar redden we het niet mee.
Doorgaan moeten we en doorgaan zullen we.

Wij zullen naar zijn land geleid
Doorleven tot in eeuwigheid
En zingen bij zijn wederkeer
Een nieuw gezang voor God de Heer.

Een nieuw gezang voor God de Heer.
Waar we ook zijn en wat we ook doen, we hebben onze stem altijd bij ons.

Met die stem kunnen we klagen en onrecht aanklagen.
Met die stem kunnen we zeuren en bemoedigende woorden uitspreken.
Met die stem kunnen we zuchten en we kunnen zingen.
Misschien dat het op wereldschaal niet zoveel uitmaakt, die ene stem, maar voor onszelf betekent het veel. Want we kunnen het verschil maken. We doen ertoe.
Wij zijn geen stofje in de wind, dat verwaait.
Wij zijn zaadjes gedragen door de wind.
Niet passief, maar passievol, een laaiend vuur, een bron van zegen.

Amen.
 
 
Liturgie zondag 7 juni 2020

Liturgie zondag 7 juni 2020



Zondag Trinitatis





Thema: Zing voor de Heer een nieuw gezang







Welkom en mededelingen







Stilte

















Aanvangslied psalm 150: orgelbewerking

Inleidende woorden en votum en groet in beurtspraak met de gemeente

Voorganger:   Onze hulp is in de naam van de ENE,
Allen:                 die ruimte gemaakt heeft voor de lucht, zodat wij kunnen ademen,
en voor het land, zodat wij daarop kunnen lopen.
Voorganger:   Die ENE, die altijd trouw blijft en die niet loslaat het werk dat zo liefdevol is begonnen.
Allen:                 Daarom mogen we blij zijn en de rust en de vrede ervaren.
Voorganger:   Dit durven we zeggen, in vertrouwen op de onuitspreekbare naam van de ENE,  die onze vader en moeder wil zijn,
die zich in ons, zijn kinderen, laat zien in de geest van de liefde. 
Allen:                 Amen

Psalm 150 in een bewerking van Gerard Swüste

Zing voor hem!
Zing voor God! In zijn heiligdom!
Zing voor hem! In zijn machtige firmament!
Zing voor hem! Om zijn enorme kracht!
Zing voor hem! Om zijn grenzeloze grootheid!
Zing voor hem! Met blazen op de ramshoorn!
Zing voor hem! Met harp en citer!
Zing voor hem! Met pauken en dans!
Zing voor hem! Met snaren en fluit!
Zing voor hem! Met geluid van cimbalen!
Zing voor hem! Met geschal van cimbalen!
Alles wat adem heeft, zing voor hem!
Zing voor hem!

Gebed

Zingen lied 655: Zing voor de Heer een nieuw gezang
Door voorganger en gemeentelid
 
  1.            Zing voor de Heer een nieuw gezang!
               Hij laaft u heel uw leven lang
               met water uit de harde steen.
               Het is vol wonderen om u heen.
 
  1.           Hij gaat u voor in wolk en vuur,
               gunt aan uw leven rust en duur
               en geeft het zin en samenhang.
               Zing dan de Heer een nieuw gezang!
 
  1.            Een lied van uw verwondering
               dat nog uw naam niet onderging,
               maar weer opnieuw geboren is
               uit water en uit duisternis.
 
  1.           De hand van God doet in de tijd
               tekenen van gerechtigheid.
               De Geest des Heren vuurt ons aan
               de heilige tekens te verstaan.

V + Gl   Wij zullen naar zijn land geleid
               doorleven tot in eeuwigheid
               en zingen bij zijn wederkeer
               een nieuw gezang voor God de Heer.



Gebed bij de opening van het Woord

Eerste schriftlezing: Numeri 11: 4 – 7, 10 -17, 24-25a

Het samenraapsel van vreemdelingen dat met hen meetrok, was onverzadigbaar, en ook de Israëlieten begonnen weer te klagen. ‘Hadden we maar vlees te eten!’, zeiden ze. ‘We verlangen terug naar de vis die we in Egypte volop te eten hadden, naar de komkommers en watermeloenen, de prei, uien en knoflook. We drogen uit, we zien nooit iets anders dan dat manna.’

Mozes hoorde hoe alle families bij de ingang van hun tent zaten te klagen. Toen de HEER in hevige woede ontstak, maakte Mozes zich kwaad. Hij vroeg de HEER: ‘Waarom doet u uw dienaar dit aan? Bent u mij zo weinig genegen, dat u mij de last van heel dit volk te dragen geeft? Ben ik soms zwanger geweest van dit volk, heb ik het ter wereld gebracht? En dan wilt u mij gebieden om het in mijn armen te dragen, zoals een voedster een zuigeling draagt, en het zo naar het land te brengen dat u zijn voorouders onder ede beloofd hebt? Ze komen bij mij klagen dat ze vlees willen. Maar waar hal ik voor dit hele volk vlees vandaan? Ik kan alleen de last van dit hele volk niet dragen, dat is te zwaar voor mij. als u mij dit werkelijk wilt aandoen, dood me dan liever meteen. Dan blijft verdere ellende mij tenminste bespaard.

De HEER antwoordde Mozes: ‘Breng zeventig van de oudsten van Israël bijeen van wie je weet dat ze hun taak als opzichter van het volk goed vervullen, en laat hen naar de ontmoetingstent komen om zicht daar bij je te voegen. Ik zal neerdalen om daar met jou te spreken, en een deel van de geest die op jou rust zal ik op hen overdragen. Dan kunnen zij samen met jou de last van het volk dragen en hoef je dat niet langer alleen te doen.’

Mozes ging naar buiten en bracht de woorden van de HEER aan het volk over. daarna bracht hij zeventig oudsten van het volk bijeen en stelde hen rond de tent op. Toen daalde de HEER af, in de wolk. Hij sprak tot Mozes en droeg een deel van de geest die op hem rustte, op de zeventig oudsten over. zodra de geest die op hem rustte begonnen ze te profeteren.

Lied 542, uitgesproken

God, roept de mens op weg te gaan,
zijn leven is een reis:
‘Verlaat wat gij bezit en ga
naar ’t land dat Ik u wijs.’

Het volk van God was veertig jaar
- een mensenleven lang –
op weg naar het beloofde land,
het land van Kanaän.

Heer, geef ons moed en doe ons gaan
uw weg door de woestijn
en laat uw Zoon een laaiend vuur,
een nieuwe Mozes zijn.

Eer aan de Vader en de Zoon
en aan de heilige Geest,
God, die al voor de eerste mens
belofte zijt geweest.

Tweede schriftlezing: Matteüs 28: 16 – 20

De elf leerlingen gingen naar Galilea, naar de berg waar Jezus hen had onderricht, en toen ze hem zagen bewezen ze hem eer, al twijfelden enkelen nog. Jezus kwam op hen toe en zei: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Ga dud op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’

Lied: Ik zal er zijn, Sela

https://www.youtube.com/watch?v=_s0ETsS7tSg

IK ZAL ER ZIJN
Hoe wonderlijk mooi is uw eeuwige Naam. 
Verborgen aanwezig deelt U mijn bestaan.
Waar ik ben, bent U: wat een kostbaar geheim.
Uw naam is ‘Ik ben’ en ‘Ik zal er zijn’.
 Een boog in de wolken als teken van trouw,
staat boven mijn leven, zegt: Ik ben bij jou!
In tijden van vreugde, maar ook van verdriet,
ben ik bij U veilig, U die mij ziet.
 
De toekomst is zeker, ja eindeloos goed.
Als ik eens moet sterven, als ik U ontmoet:
dan droogt U mijn tranen, U noemt zelfs mijn naam.
U blijft bij mij Jezus, laat mij niet gaan.
 
‘Ik ben die Ik ben’ is uw eeuwige naam.
Onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan.
Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij:
uw naam is ‘Ik ben’, en ‘Ik zal er zijn’.
 
O Naam aller namen, aan U alle eer.
Niets kan mij ooit scheiden van Jezus mijn Heer:
Geen dood en geen leven, geen moeite of pijn.
Ik zal eeuwig zingen, dicht bij U zijn.

Preek

Orgelspel

Pinksterboom

Dank- en voorbeden – stil gebed – onze Vader

Collecte

Slotlied: Gebed om zegen

https://www.youtube.com/watch?v=gjqvLlSAWPg

Zegen mij op de weg die ik moet gaan.
Zegen mij op de plek waar ik zal staan.
Zegen mij in alles, wat U van mij verlangt.
O God, zegen mij alle dagen lang!

Vader, maak mij tot een zegen;
Ga mij niet voorbij.
Regen op mij met uw Geest, Heer,
Jezus, kom tot mij
Als de Bron van leven,
Die ontspringt, diep in mij.
Breng een stroom van zegen,
Waarin U zelf steeds mooier wordt voor mij.

Zegen ons waar we in geloof voor leven.
Zegen ons waar we hoop en liefde geven.
Zegen om de ander tot zegen te zijn.
O God, zegen ons tot in eeuwigheid!

Vader, maak ons tot een zegen;
Hier in de woestijn.
Wachtend op uw milde regen,
Om zelf een bron te zijn.
Met een hart vol vrede,
Zijn wij zegenend nabij.
Van uw liefde delend,
Waarin wij zelf tot bron van zegen zijn

Wegzending en zegen

Gesproken amen door allen

Orgelspel















 
 
Preek Pinksteren 2020 Preek Pinksteren 2020
Preek ’t Is feest vandaag…

Gemeente van Christus, lieve mensen van God,

’t Is feest vandaag, ’t is Pinksterfeest,
wij staan in vuur en vlam…

Is dat zo?
Voelen wij ons feestelijk vandaag?
Staan wij in vuur en vlam?
Voelen we de kern, de essentie van het Pinksterfeest?

Van alle christelijke feesten is Pinksteren het minst bekend.
Zelfs onder christenen neemt het Pinksterfeest geen belangrijke plaats in. Het is eindelijk voorjaar, de zon lokt. Op tweede Pinksterdag trekken we er graag op uit. Fijn zo’n extra vrije dag. De Pinksterzondag is voor velen een gewone zondag. We staan even stil bij wind en vuur, de Geest die neerdaalt. Veel begrijpen we er niet van. Zou dat komen omdat we zelf zo vaak niet ‘begeesterd’ zijn? En hoe komt dat dan? Enthousiasme kennen we wel. We zijn enthousiast over ons werk, de tuin, een sport, een hobby, een nieuwe aankoop. Enthousiasme is een heel normaal menselijk gevoel, en toch heeft het alles met ‘Geest’ te maken. Het is een Grieks woord: En Theos; God in zich hebben. Vanuit het Frans is het onze Nederlandse taal binnengekomen. In de zestiende eeuw werden personen die door de godheid waren geïnspireerd enthoesiasten genoemd -geestdriftigen - toegerust met de geest van God.

Op Pinksteren worden de leerlingen toegerust met de geest van God. Hoe komt het dat wij wel enthousiast kunnen zijn, maar ons niet toegerust voelen met de geest van God? In onze seculiere samenleving is de vanzelfsprekendheid van God verdwenen. Er wordt geen rekening meer gehouden met de dimensie van het goddelijke. Het bestaan van God is moeilijk geworden. We kunnen hem niet zien en vastpakken en berekenen en uitleggen.
Inderdaad… God is ongrijpbaar als de wind zelf, het teken waarin Zhij aan ons verschijnt.

Maar we moeten niet alleen de seculiere samenleving de schuld geven van het verdwijnen van God uit ons dagelijkse bestaan. Als kerk hebben wij ook schuld. Gortdroge preken en theorieën over hoe God dan wel zou zijn. Stelligheid en zeker weten hoe God denkt en werkt, het buitensluiten van andersdenkenden. De nadruk op regels, de zorg om de inkomsten, het draaiende houden van de organisatie, we komen altijd mensen tekort, de angst om oude vormen los te laten, de achterdocht tegen verandering, ‘want we hebben het toch altijd zo gedaan?’

Ervaren we het kerk-zijn wel als een feestje?
Waar is ons enthousiasme? Waar is onze begeestering, onze bezieling, ons vuur, onze hartstocht gebleven? Alles wat je aandacht geeft groeit. Als we het nu eens omkeren? Niet de nadruk op de krampachtigheid, de zorgen om de toekomst, de verdeeldheid leggen, maar uitgaan van wat jou drijft. Waarom je nog naar de kerk gaat, wat jij daar vindt. Verhalen van hoop, leven uit de belofte, verbondenheid ervaren, even uitgetild worden uit het dagelijkse bestaan, iets ervaren van wat uitstijgt boven de waan van alledag. Wie kan daar op tegen zijn? Dat is toch waarnaar ieder mens verlangt?

‘Het is beslist waar, zoals de filosofen zeggen, dat het leven naar achteren moet worden begrepen. Maar ze vergeten de andere kwestie, dat het leven naar voren moet worden geleefd.’

Woorden van de Deense filosoof Sören Kierkegaard.

Het leven moet naar voren worden geleefd…
Waar hoop je op? Waar verlang je naar? Wat is je droom? Wat zou je willen voor jezelf? Wat zou je willen voor een ander?

‘Daarna stelde de Heer tweeënzeventig anderen aan, die Hij twee aan twee voor zich uit zond, naar iedere stad en plaats waar Hij van plan was heen te gaan.’

Jezus heeft een droom, een missie, het Koninkrijk van God op aarde, God is koning, zijn gerechtigheid heerst, en alle mensen zijn zijn onderdanen. Heel de aarde buigt voor God, wiens boodschap is: ‘Vrede.’
Vrede…. Shalom… heelheid.

                                                 -0-0-0-0-0-

Twee geloven op een kussen
daar slaapt de duivel tussen…

Een gevleugelde uitdrukking, die met name de ouderen onder u wel zullen kennen, misschien heeft u er zelfs mee te maken gehad, katholieken en protestanten, zelfs hervormden en gereformeerden, zo vanzelfsprekend was een huwelijk niet tussen verschillende geloofsdenominaties. Pinksteren is het feest van de Geest, God sluit opnieuw een nieuw verbond, deze keer niet alleen met Israël, maar nu ook met heel de wereld. Pinksteren is het feest van de kerk, de kerk als gemeenschap van gelovigen in Jezus Messias. Maar daarmee is ook de breuk met het Jodendom ontstaan.

Paradoxaal is dat, is het niet?
Jezus Messias, de gezalfde van God, die naar de aarde gekomen is om te getuigen van Gods volheid, zijn liefde voor de mensen, zijn schepping. Jezus die zijn leven opofferde om vrede, heelheid, en verzoening tussen God en mensen, tussen mensen onderling te bewerkstelligen. Deze boodschap van Jezus die via zijn leerlingen de wereld is rondgegaan, heeft uiteindelijk ook gezorgd voor verdeeldheid.


Het is voor mensen maar moeilijk te begrijpen dat God nooit kijkt naar de buitenkant. Hij meet niet met de maatstaven waarmee de mensen meten. God kijkt niet naar kleur, geslacht, nationaliteit, geloof, de regeltjes waarin de religie is vormgegeven, sociale status of wat je doet voor de kost. God kijkt naar ons hart en vraagt aan ons: Wat beweegt jou? Waarvoor kom je in beweging? Wil je meedoen met mijn beweging en shalom – vrede – heelheid brengen in een wereld die kapot is en iedere keer weer kapot gemaakt wordt.

Maar bedenk wel… Ik zend jullie uit als lammeren onder de wolven… en velen zullen je niet serieus nemen, denkend dat je dronken bent…

‘De kerk moet een feestje zijn, zo aantrekkelijk, dat je er graag wilt zijn’, zei iemand tegen mij, afgelopen week.

Natuurlijk is het fijn als mensen elkaar vinden in de kerk. Juist in deze tijd wordt de ontmoeting, het samenkomen erg gemist. Kerkgang, gemeentevorming is een belangrijk sociaal gebeuren. Maar in wezen is het samenkomen in een gebouw niet de essentie van kerk-zijn. In Handelingen wordt de beweging rondom Jezus ‘De Weg’ genoemd. Het gaat erom dat je de Weg van Jezus gaat, het gaat erom dat je vrede – shalom – heelheid brengt in een gebroken wereld. Die Weg gaan, is vaak geen feestje. Als je die Weg gaat, zul je stuiten op onbegrip, je zult er niet altijd vrienden mee maken, eerder vijanden.

Op de dag dat ik deze preek schreef, trof ik een hevig geëmotioneerde dochter aan toen ik onze lunch wilde klaarmaken. ‘Wat is er?’ vroeg ik. De wereld deed haar pijn, antwoordde ze. Al haar vrienden hadden op sociale media het filmpje gedeeld van de zwarte man die op 27 mei in Minneapolis op zeer gewelddadige wijze om het leven is gekomen. Gestikt doordat een politieman hem te lang in een wurggreep hield.

‘Dat kun  je toch niet doen? Zo onachtzaam zo’n filmpje op je tijdlijn zetten?’ Respectloos vond ze het, dat keer op keer de dood van deze man werd bekeken. Iedereen reageert wel verontwaardigd, maar het is ook oppervlakkig. Lekker makkelijk om op je tijdlijn de hashtag #icantbreath te delen, maar voel je het ook echt, diep van binnen, doe je er wat mee? Kom je in beweging, of blijft het bij kijken alleen?

George Floyd, heette de zwarte man die door een politieman is vermoord, 46 jaar oud, opgegroeid in The Third Ward, een wijk in Houston waarin voornamelijk Afro-Amerikanen wonen. Geen een al te beste wijk. Een wijk waarin gangs – straatbendes -de wijk onveilig maken, waar geweld niet wordt geschuwd. George Floyd predikte het evangelie van Jezus Christus. Hij was mentor en voorbeeld voor de jonge mannen uit de wijk, die hij uit de gangs probeerde te houden. De mensen uit The Third Ward kennen hem als ‘een man van vrede’, Big Floyd was werkelijk een groots iemand. Dat uitgerekend iemand als hij zo’n gewelddadige dood moest sterven is wrang.

‘Ik kan niet ademen, ik kan niet ademen’, dat waren zijn laatste woorden. Woorden die de wereld bereikten, viral gingen onder de hashtagh #icantbreath. Beladen woorden. Niet alleen omdat het leven uit hem werd gedrukt. De zin ‘Ik kan niet ademen is de slogan van de Black Lives Matter-activisten, de activisten die opkomen voor de rechten van de Afro-Amerikanen. De onderliggende betekenis is: ‘Je geeft me geen ruimte’, ik kan geen kant op’.

Pinksteren is het feest van de Geest.
De Adem van God die ruimte schept waar benauwdheid heerst.
Waar mensen dreigen te worden verstikt,
daar blaast God met zijn levensadem ons nieuw leven in.
Nieuw elan, oplaaiend vuur, passie, een intens verlangen, enthousiasme.


Pinksteren is het feest van wind en vuur.
Een smeulend vuur wordt nieuw leven ingeblazen, bijna uitgedoofde kooltjes gloeien rood op, als je er hout bijlegt laait het op, wordt het groter.

Pinksteren is een en al beweging.
God rammelt aan de ramen van je bestaan. Doe je mee?
Sta op. Ga op weg. Kom thuis.

Wij leven in onrustige tijden. Wij leven in een onrustige wereld waarin het leven voor veel mensen geen feestje is. Maar Gods Geest nodigt ons uit om niet te blijven hangen in wat was, wat bezwaart, wat benauwt. Leef vooruit en geloof! Geloof in vrede – shalom- heelheid. De oogst is groot! Als zaden op de wind waaien gedachten, woorden en daden uit en inspireren zij anderen. De Geest van God waait als een wind op vleugels van de vrede.

Amen.
 
 
Liturgie Pinsteren 31 mei 2020

Liturgie Pinsteren 31 mei 2020

Thema: ’t Is feest vandaag!
   

      
Welkom en mededelingen



Stilte



Aanvangslied: 683, ’t is feest vandaag, ’t is pinksterfeest

’t Is feest vandaag, ’t is Pinksterfeest,
wij staan in vuur en vlam,
want Hij, die bij ons is geweest,
werkt verder aan zijn plan.

Wij weten het nu zonneklaar:
al ging Hij van ons heen,
wat Hij beloofd heeft, maakt Hij waar;
wij zijn niet meer alleen.

Wij gaan op weg, de wereld rond,
er is geen houden aan.
De woorden gaan van mond tot mond,
voor ieder te verstaan.

De wonderen zijn om ons heen
ze waaien op de wind.
’t Is feest vandaag, voor iedereen:
een nieuwe tijd begint!

Votum en groet

Inleidende woorden

Lied 666, De Heer is opgetogen

De Heer is opgetogen.
Hij steeg boven ons uit.
Wij staan met onze ogen voor een beslagen ruit.
Daarop heeft Hij geschreven:
Ik laat je niet alleen.
Een glimlach van zijn vrede
valt door die woorden heen.

De Heer is in de wolken,
onttrokken aan ons oog.
Maar Hij heeft alle volken
zijn koninkrijk beloofd.
Al blijft Hij nu verborgen
in teken en in taal,
straks, op de nieuwe morgen,
zien wij Hem allemaal.

Kyriegebed

Glorialied 672 Kom laat ons deze dag, vers 1, 3 en 6

Kom laat ons deze dag
met heilig vuur bezingen
en met vernieuwde vreugd,
want God deed grote dingen.
Eens gaf de heilige Geest
aan velen heldenmoed.
Bid dat Hij ons vandaag
verlicht met Pinkstergloed.

In ’t lichaam van de Heer
tot leden uitverkoren,
zijn wij door uwe kracht
als kinderen nieuw geboren.
Deel van uw gaven uit,
wees met uw kracht nabij.
Dat ieder op zijn plaats
een levend lidmaat zij.

Vul aan wat ons ontbreekt,
want stukwerk is ons pogen.
En wat ons afleidt van
de vrede uit den hoge,
laat dat, verheven licht,
in vuur en wind vergaan.
Houd Gij ons staande door
het wonder van Gods naam.

Gebed bij de opening van het Woord

Eerste schriftlezing: Handelingen 2:1-13

De komst van de heilige Geest
Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak, waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven. In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken. Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen? Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben, Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabië – wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.’ Verbijsterd en geheel van hun stuk gebracht vroegen ze aan elkaar: ‘Wat heeft dit toch te betekenen?’ Maar sommigen zeiden spottend: ‘Ze zullen wel dronken zijn.’

Lied 675, vers 1, Geest van hierboven

Geest van hierboven
leer ons geloven,
hopen, liefhebben door uw kracht!
Hemelse vrede,
deel U nu mede
aan een wereld die U verwacht!
Wij mogen zingen
van grote dingen,
als wij ontvangen
al ons verlangen,
met Christus opgestaan, Halleluja!
Eeuwigheidsleven zal Hij ons geven
als wij herboren Hem toebehoren,
die ons is voorgegaan. Halleluja!

Tweede schriftlezing: Lucas 10, verzen 1-11

Uitzending van de tweeënzeventig leerlingen
Daarna stelde de Heer tweeënzeventig anderen aan, die hij twee aan twee voor zich uit zond naar iedere stad en plaats waar hij van plan was heen te gaan. Hij zei tegen hen: ‘De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig; vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen. Ga op weg, en bedenk wel: ik zend jullie als lammeren onder de wolven. Neem geen geldbuidel, geen reistas en geen sandalen mee, en groet onderweg niemand. Als jullie een huis binnengaan, zeg dan eerst: “Vrede voor dit huis!” Als er een vredelievend mens woont, zal jullie vrede met hem zijn; zo niet, dan zal die vrede bij je terugkeren. Blijf in dat huis, en eet en drink wat men je aanbiedt, want de arbeider is zijn loon waard. Ga niet van het ene huis naar het andere. En als jullie een stad binnengaan en daar welkom zijn, eet dan wat je wordt voorgezet, genees de zieken die er zijn en zeg tegen hen: “Het koninkrijk van God heeft jullie bereikt.” Maar als jullie een stad binnengaan waar je niet welkom bent, trek dan door de straten en zeg: “Zelfs het stof van uw stad dat aan onze voeten kleeft, vegen we van ons af als aanklacht tegen u; maar bedenk wel: het koninkrijk van God is nabij!”

Lied: 670, Kom Schepper God, o heilige Geest, vers 1, 3, 5 en 6

Kom Schepper God, o heilige Geest,
daal in de mensenharten neer,
zij zijn uw schepselen geweest,
herschep hen in genade Heer.

Ontsteek een licht in ons verstand
en maak tot liefde ons hart bereid,
geleid met milde vaste hand
ons zwakke vlees in zekerheid.

Weer van ons ’s vijands list en nijd,
en geef ons vrede in plaats van haat,
opdat wij volgen waar Gij leidt
en mijden wat de zielen schaadt.

Maak ons geloof zo vol en schoon
dat het de Vader leert verstaan
en Jezus Christus, ’s Vaders Zoon,
o Geest van beiden uitgegaan.

Preek

Lied 691: De Geest van God waait als een wind

De Geest van God waait als een wind
op vleugels van de vrede,
als adem die ons leven doet,
deelt ons een onrust mede
die soms als storm durft op te staan,
geweld en kwaad durft tegengaan,
een koele bries die zuivert.

De Geest van God is als een vuur,
als vlammen felbewogen,
verterend wat aan onrecht leeft,
een gloed vol mededogen.
Een vonk van hoop in onze nacht,
een wenkend licht dat op ons wacht,
een warmte in hart en ogen.

In stilte werkt de Geest van God,
stuwt voort met zachte krachten,
een wijze moeder die ons hoedt,
een bron van goede machten.
Zij geeft ons moed om door te gaan,
doet mensen weer elkaar verstaan,
omgeeft ons als een mantel.

Pinksterboom

Dank- en voorbeden – stil gebed – Onze Vader

Collecte aankondiging

Slotlied: lied 686: De Geest des Heren heeft

De Geest des Heren heeft
een nieuw begin gemaakt,
in al wat groeit en leeft
zijn adem uitgezaaid.
De Geest van God bezielt
wie koud zijn en versteend
herbouwt wat is vernield
maakt één wat is verdeeld.

Wij zijn in Hem gedoopt
Hij zalft ons met zijn vuur.
Hij is een bron van hoop
in alle dorst en duur.
Wie weet vanwaar Hij komt
wie wordt zijn licht gewaar?
Hij opent ons de mond
en schenkt ons aan elkaar.

De Geest die ons bewoont
verzucht en smeekt naar God
dat Hij ons in de Zoon
doet opstaan uit de dood.
Opdat ons leven nooit
in weer en wind bezwijkt,
kom Schepper Geest, voltooi
wat Gij begonnen zijt.

Zegen

Gezongen Amen


 
 
Pinksterboom 2020

Pinksterboom 2020
 
Liturgie zondag 24 mei 2020

Liturgie zondag 24 mei 2020
Kort orgelspel over lied 663.

Welkom en mededelingen

Lied 663: 1 en  2
Al heeft Hij ons verlaten,
Hij laat ons nooit alleen.
Wat wij in Hem bezaten
is altijd om ons heen
als zonlicht om de bloemen
een moeder om haar kind.
Teveel om op te noemen
zijn wij door Hem bemind

Al is Hij opgenomen,
houd in herinnering,
dat Hij terug zal komen,
zoals Hij van ons ging.
Wij leven van vertrouwen,
dat wij zijn majesteit
van oog tot oog aanschouwen
in alle eeuwigheid.

Bemoediging en groet

Lied  221: 1, 2 en 3 :
Zo vriendelijk en veilig als het licht
zo als een mantel om mij heengeslagen
zo is mijn God, ik zoek zijn aangezicht,
ik roep zijn naam, bestorm Hem met mijn vragen,
Dat Hij mij maakt, dat Hij mijn wezen richt.
Wil mij behoeden en op handen dragen.

Want waar ben ik, als Gij niet wijd en zijd
waakt over mij en over al mijn gangen.
Wie zou ik worden, waart Gij niet bereid
om, als ik val, mij telkens op te vangen.
Ik leef niet echt, als Gij niet met mij zijt.
Ik moet in lief en leed naar U verlangen.

Spreek Gij het woord dat mij vertroosting geeft,
dat mij bevrijdt en opneemt in uw vrede.
Ontsteek die vreugde die geen einde heeft,
wil alle liefde aan uw mens besteden.
Wees Gij vandaag mijn brood, zowaar Gij leeft
Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden.

Kyriegebed

Lied 974: 1, 2 en 3 :
Maak ons uw liefde, God ,
tot opmaat van het leven!
Wij zijn geroepen om
haar zingend door te geven.
De wereld zegt ons niet
de goede woorden aan.
Vernieuw ons hart en doe
ons uw beleid verstaan.

Wij zijn aaneengevoegd,
bedacht met uw genade.
Op liefde hebt Gij ons
gebouwd, bedeeld met gaven.
En wat wij zijn draagt bij
tot welzijn van elkaar
In onze eenheid wordt
uw liefde openbaar.

Elkaar bidden wij toe:
volhard in het geloven,
verlies uw vreugde niet
en kom uw pijn te boven.
Laat lichten uw gezicht
over de duisternis
waarin de ander in
gemis gevangen is.

Dienst van het Woord
 Gebed

 Inleiding

1e Schriftlezing Ezechiël 39: 21-29  

Lied 126 a :
Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap,
dat zal een droom zijn. Als God ons thuisbrengt
uit onze ballingschap, dat zal een droom zijn.

Voorganger: Wij zullen zingen, lachen, gelukkig zijn.
Dan zegt de wereld: ‘Hun God doet wonderen”
Ja, Gij doet wonderen, ,God in ons midden,
Gij onze vreugde.

Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap,
dat zal een droom zijn. Als God ons thuisbrengt
uit onze ballingschap, dat zal een droom zijn.

Voorganger: Breng ons dan thuis, keer ons tot leven
zoals rivieren in de woestijn
die, als de regen valt, opnieuw gaan stromen.

Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap,
dat zal een droom zijn. Als God ons thuisbrengt
uit onze ballingschap, dat zal een droom zijn.

Voorganger: Wie zaait in droefheid zal oogsten in vreugde.
Een mens gaat zijn weg en zaait onder tranen.
Zingende keert hij terug met zijn schoven.

Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap,
dat zal een droom zijn. Als God ons thuisbrengt
uit onze ballingschap, dat zal een droom zijn.

2e Schriftlezing Johannes 17: 1-13

Lied 687: 1en 3
Wij leven van de wind
die aanrukt uit den hoge
en heel het huis vervult
waar knieën zijn gebogen,
die doordringt in het hart,
in de verborgen hof,
en uitbreekt in een lied
en opstijgt God ten lof.

Wij teren op het woord,
het brood van God gegeven,
dat mededeelzaam is
en kracht geeft en nieuw leven.
Dus zeg en zing het voort,
geef uit met gulle hand
dit manna voor elk hart,
dit voedsel voor elk land.

Overdenking
 
Orgelspel 

Gebeden –Onze Vader  -Stilte -Amen

Slotlied  418: 1,2 en 3 :
God schenk ons de kracht
dicht bij U te blijven,
Dan zal ons geen macht
uit elkander drijven.
Zijn wij in U een,
samen op uw wegen
Dan wordt ons tot zegen
lachen en geween.

Niemand kan alleen,
Heer ,uw zegen dragen;
zegen drijft ons heen
naar wie vrede vragen.
Wat Gij schenkt wordt meer
naar gelang wij delen,
horen, helpen, helen,
vruchtbaar in de Heer.

Vrede, vrede laat
Gij in onze handen,
dat wij die als zaad,
dragen door de landen,
zaaiend dag aan dag,
zaaiend in den brede,
totdat in uw vrede
ons hart rusten mag.

Zegen met gezongen ‘Amen’.

Orgelspel


Ter inspiratie  -   Gedicht bij de Dienst

Heer, raak mij aan met uw Adem

Heer, raak mij aan met uw Adem,
Reik mij uw stralend licht,
Wijs mij nieuwe wegen,
geef op uw waarheid zicht.

Raak met uw Adem mijn onrust
tot ik de rust hervind.
Al mijn wonden heelt Gij:
Gij ziet in mij uw Kind.

Wees ook de Geest die mij aanvuurt
en al mijn twijfels bant.
Als geroepen kom ik :
mijn tijd is in uw hand.


Kom en doorstraal mijn dagen,
Geest die van God uitgaat,
die mijn ogen opent
voor al wie naast mij staat.

Heer, raak mij aan met uw Adem,
geef mij een vergezicht!
Draag mij op uw vleugels,
en zegen mij met licht!


 
 
Liturgie Afscheidsdienst Abraham Koster

Liturgie Afscheidsdienst Abraham Koster
Orde van dienst
Waarin wij het leven van Abraham Koster gedenken
en voor zijn leven dankbaar zijn
op 23 mei 2020 in de Hervormde kerk te Berkenwoude.
                                                                              
Bij binnenkomst:
Iedereen gaat staan.

Gedachtenislied:
In stilte denk ik heden, Heer,
aan al die mensen van weleer,
aan mijn geliefde, heengegaan,
die ik nog zo voor mij zie staan.
Ontferm U Heer, 't gemis is groot,
hier in de schaduw van de dood.

Wanneer mijn laatste ure slaat
en ik de aarde stil verlaat,
breng mij dan veilig bij U thuis
en laat mij wonen in uw huis.
Herenig mij met wie ik mis,
die vóór mij thuisgekomen is.

Opdat wij samen in het koor,
dat juicht en zingt de hemel door,
voor eeuwig van 't gemis bevrijd,
uw Naam bejuub'len voor altijd

Welkom

Stilte

Lied: 598
Jan, Christa, Jaap en Anja steken nu aan de paaskaars een kaars aan.
Als alles duister is,
Ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft,
Vuur dat nooit meer dooft. (2x)

Schrift Lezing: psalm 23
Een psalm van David.
De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets. Hij laat mij rusten in groene weiden en voert mij naar vredige water, Hij geeft mij nieuwe kracht en leidt mij langs veilige paden tot eer van zijn naam. Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want u bent bij mij, uw stok en uw staf, zij geven mij moed. U nodigt mij aan tafel voor het oog van de vijand, u zalft mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over. Geluk en genade volgen mij alle dagen van mijn leven, ik keer terug in het huis van de Heer tot in lengte van dagen.

Overdenking

Lied 978: 1,2 en 3
Aan U behoort, o Heer der heren,
De aarde met haar wel en wee,
De steile bergen, koele meren,
Het vaste land, de onzeekere zee.
Van U getuigen dag en nacht.
Gij hebt ze heerlijk voortgebracht.

Gij roept het jonge leven wakker,
Een tuin bloeit rond het open graf.
Er ruisen halmen op de akker
Waar zich het zaad verloren gaf.
En vele korrels vormen saam’
Een kostbaar brood in uwe naam.

Gij hebt de bloemen op de velden
Met koninklijke pracht bekleed.
De zorgeloze vogels melden.
Dat Gij uw schepping niet vergeet.
’t Is alles een gelijkenis.
Van meer dan aards geheimenis.

Gedicht: als de liefde niet bestond (door Jaap)

Lied 793: 1,2 en 3
Bron van liefde, licht en leven,
Voor elkaar zijn wij gemaakt
Door uw hand elkaar gegeven,
door uw vinger aangeraakt.
Laat ons op uw toekomst hopen,
Gaandeweg  U tegemoet;
dat wij samen lachend lopen
in uw grote bruiloftstoet.

Bron van liefde, licht en leven,
Zon die hartverwarmend schijnt,
Woord van hogerhand gegeven,
Trouw en teder tot het eind
Al zou ons een vijand haten,
Al gaat zelfs de liefste heen,
Liefde zal ons nooit verlaten:
Gij, Gij laat ons niet alleen.

Bron van liefde, licht en leven,
Laat uw vreugde in ons zijn;
Is de blijdschap weggebleven,
Liefde maakt van water wijn.
Dat wij dan elkaar beminnen
Zo dat zelfs de dood niet scheidt;
Niet kan liefde overwinnen
Liefde heeft de eeuwigheid.

Gedicht: De droom, die geen bedrog is (door Jan)

Levensloop: (door Christa)

Lied 886
Abba, Vader, U alleen,
U behoor ik toe.
U alleen doorgrondt mijn hart,
U behoort het toe.
Laat mijn hart steeds vurig zijn.
U laat nooit alleen
Abba, Vader, U alleen,
U behoor ik toe.

Gedicht: (door Anja)

Zegen

Lied 416:1,2 en 4
Ga met God, en Hij zal met je zijn.
Jou nabij op al je wegen.
Met zijn raad en troost en zegen.
Ga met God, en Hij zal met je zijn.

Ga met God, en Hij zal met je zijn.
Bij gevaar, in bange tijden,
Over jou zijn vleugels spreiden.
Ga met God, en Hij zal met je zijn.

Ga met God, en Hij zal met je zijn,
Tot wij weer elkaar ontmoeten,
In zijn Naam elkaar begroeten.
Ga met God, en Hij zal met je zijn.

Uitdragen met orgelspel
We begeleiden Abraham naar de begraafplaats in besloten kring.

 
 
Preek 17 mei 2020

Preek 17 mei 2020
Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
  • De storm op het meer
Meester, kan het u niet schelen dat we vergaan?
Het is de noodkreet van de leerlingen van Jezus wanneer ze varen op een boot. 
Kan het u niet schelen dat we vergaan?

Die boot, die vaart daar op het meer van Galilea.
Een verraderlijk meer, dat het ene moment nog een kalm water kan zijn, maar waar plotseling de wind kan opsteken en het kan gaan stormen.

Ik moest in figuurlijke zin ook even denken aan de tijd waarin we nu leven.
Begin maart leefden de meesten van ons een redelijk kabbelend leven.
Maar van de een op de andere dag, zo leek het wel, werd dit leven verstoord door corona en alle maatregelen daaromheen.

Daarover straks meer.
Eerst terug naar dat meer van Galilea waar plotseling een storm opsteekt.
Sommige van de leerlingen van Jezus waren vroeger vissers geweest.
Die waren echt wel slecht weer gewend.
Maar dit was angstaanjagend, levensbedreigend.
En Jezus ligt daar zomaar te slapen, moe, na een lange dag werken.
Kan het u niet schelen dat we vergaan?

Ik heb dit verhaal al vaak gelezen en gehoord.
Maar de afgelopen weken bleef ik hangen bij een zin die me eerder nooit zo opgevallen was.
Kan het u niet schelen dat we vergaan?
Ik kan me die vraag van die leerlingen zo goed voorstellen.
Dit voorjaar hadden we een aantal weekenden op rij een fikse storm.
Misschien herinnert u het zich nog wel.
Stormen Ciara en Dennis.
En je zal tijdens zo’n storm maar op het water zitten.
Stel je eens voor, dat je met man en macht probeert je leven te redden bij zo’n alles verwoestende storm.
En één iemand ligt dan heel rustig te slapen.
Hoe logisch is dan die noodkreet naar Jezus Kan het u niet schelen dat we vergaan?  

Kan het u niet schelen dat we vergaan?
Een vraag, een schreeuw, een roep die we misschien wel goed herkennen.
Als het stormt in je eigen leven, als je het gevoel hebt overspoeld te raken.
Als het water je aan de lippen staat.
Als je het soms niet meer aankan en je de moed dreigt te verliezen.
Als het lijkt alsof God slaapt en je het ook wel uit zou willen roepen naar boven
Kan het u niet schelen dat we vergaan?

Actueel ook in deze tijd van corona.
Als het stormt in je eigen leven.
Omdat al het gewone ineens niet meer normaal is.
Als we over lijken te moeten gaan op het ‘nieuwe’ normaal, wat niet normaal aanvoelt.
Als het storm in je hoofd vanwege alle veranderen en maatregelen.
Heer, waar bent u dan?
Kan het u niet schelen dat we vergaan?
  • De ark van Noach
We lazen vanmorgen ook het slot van het verhaal van de ark van Noach.
Een mooi verhaal, maar ook moeilijk, vanwege de vragen die het op kan roepen.
Want eerst schept God de aarde en haar bewoners en vervolgens ziet Hij hoe ze allemaal slechte en kwade dingen doen.
Dan voelt Hij zich gekwetst en krijgt Hij spijt dat Hij de mensen gemaakt heeft.
En we lezen dan in de bijbel hoe alles en iedereen, behalve Noach, zijn gezin en de dieren weggevaagd wordt.
Dat is niet het beeld van God dat wij graag voor ogen houden.

Maar het zat God echt dwars, dat de aarde verdorven was en vol onrecht.
Het zat God echt dwars dat de mensen elkaar en de schepping van alles aandeden.
Het zit God dwars, dat geweld aan de orde van de dag is.
Kan het u niets schelen dat we vergaan?

Nou, het kon God wel degelijk wat schelen.
En daarom besloot Hij de mensen en de aarde weg te vagen.
Juist omdat het Hem wat kon schelen.
Ik kan me eigenlijk niet voorstellen dat God dat onbewogen heeft gedaan.
Het is immers zijn eigen schepping dat hij treft.
Iets, dat in eerste instantie zeer goed was.

Maar het wordt ook duidelijk dat God niet alles wilde verwoesten.
Als we horen hoe God een verbond sluit.
Nooit meer zal het komen tot zo’n zondvloed.
 
Voor de eerste keer in de bijbel lezen we hier echt over een verbond.
En God sluit dit verbond met Noach en zijn zonen en hun nakomelingen en alle levende wezens die bij hen zijn.
Niets en niemand is voor niets uit de ark gekomen!

Je zou er bijna overheen lezen, maar er staat dat God een eeuwigdurend verbond sluit tussen God en al wat op aarde leeft.
Een verbond met Noach, zijn zonen en al hun nakomelingen.
Wij waren er natuurlijk niet bij, maar ook voor ons geldt dit verbond.
En als teken daarvan noemt God de regenboog.
Een boog in de wolken, als teken van trouw.

Bijzonder dat we hier lezen dat God de boog in eerste instantie als teken voor zichzelf plaatst.
Om zichzelf aan het verbond met alle levende wezens te herinneren en nooit meer zo’n vernietigende vloed over de aarde te laten gaan.

Het is ook God die nadrukkelijk in dit verhaal een verbond met alles wat op aarde leeft sluit.
Het initiatief gaat van God uit.
En natuurlijk is de mens geroepen om Gods liefde en trouw te beantwoorden, maar zelfs wanneer de mens dat niet doet, zal God zijn verbond met de mens niet breken.
  • Verwijzing naar de opstanding
Na die zondvloed ging het leven weer door.
De zonen van Noach kregen kinderen, die kregen ook weer kinderen.
Na de zondvloed is het kwaad niet uit de wereld.
Want al snel lezen we in de bijbel verhalen van mensen die elkaar naar het leven staan.
Van levens die anders gaan dan verwacht en gehoopt.
Zoals we dat vandaag de dag ook nog steeds zien.
Door het coronavirus, maar zeker ook door zoveel andere dingen.

Dan komt daar weer die vraag uit het evangelieverhaal van vandaag naar boven: Kan het u niets schelen dat we vergaan?
Kan het u niets schelen dat mensen elkaar van alles aandoen?
Kan het u niet schelen dat het water ons soms tot aan de lippen staat?
Kan het u niets schelen dat…

Het kan God denk ik wel degelijk wat schelen.
Daarom sloot Hij lang geleden dat verbond met alle levende wezens.
Dit nooit meer.
Maar het verbond van God gaat verder.
En iets daarvan zien we ook al in het verhaal over de storm op het meer.

Jezus ligt te slapen.
Op een kussen.
Alsof Marcus wil zeggen: Jezus lag lekker rustig comfortabel te slapen.
Maar, zo staat er dan letterlijk in vers 39: En wakker geworden bestrafte Hij de wind…
Het gaat me hier om dat woordje wakker geworden.
Het woord dat hier voor wakker geworden gebruikt wordt is in het Grieks di-egeiro.
Daar zit het woord egeiro in.
Dat betekent opwekken, doen opstaan.
En juist dat woord wordt gebruikt bij de opstanding van Jezus met Pasen.

Hier laat Marcus zien dat het God wel degelijk wat kan schelen.
De gewekte (wakker geworden) Jezus doet hier denken aan de Jezus die is opgewekt (opgestaan) met Pasen. (herhalen)

God sloot niet alleen na de zondvloed een eeuwigdurend verbond met de mensen, maar vele jaren later stuurde Hij ook Zijn Zoon Jezus Christus naar de aarde.
En toen Jezus stierf, liet Hij Hem weer opstaan uit de dood.
Het is het uiterste van het verbond dat God ooit met alle levende wezens sloot.
De mensheid kan Hem wel degelijk iets schelen.
Dat vierden we onlangs nog met Pasen.
  • Reactie van de leerlingen
Kan het u niets schelen dat we vergaan?
In het verhaal van Marcus lezen we hoe Jezus vervolgens de leerlingen antwoord geeft.
In onze vertaling staat dan:
Hij zei tegen hen: Waarom hebben jullie zo weinig moed? Geloven jullie nog steeds niet?
Ze (de leerlingen) werden bevangen door grote schrik en zeiden tegen elkaar: Wie is Hij toch, dat zelfs de wind en het meer hem gehoorzamen?

Ik focus nu op de twee zinnen Waarom hebben jullie zo weinig moed? En Ze werden bevangen door grote schrik.
Letterlijk vertaald staat er zoiets als Waarom zijn jullie zo angstig? En Ze werden bevangen met grote vrees.

In de eerste zin, Waarom zijn jullie zo angstig?, gaat het om bang zijn.
Jezus vraagt aan de leerlingen waarom ze zo bang zijn.
Waarom zijn jullie zo bang?

We lezen geen antwoord van de leerlingen.
Maar wel een reactie!
Want, en dat is de tweede zin, ze werden bevangen met grote vrees.
Geen vrees in de zin van angst zijn, dat hadden de leerlingen wel gehad, toen ze tijdens de storm op het meer het gevoel hadden te vergaan.
Maar om die angst gaat het hier nu niet.
Na de reactie van Jezus gaat het hier om vrees in de zin van ontzag hebben voor God.
Ontzag voor de grootheid en heiligheid van God.

We lezen hier bij Marcus hoe angst bij de leerlingen verandert in vrees, ontzag, eerbied.
Dat is een belangrijke omschakeling.
Jezus leidt zijn leerlingen in op de weg van angst naar vrezen.
Van angst naar ontzag.

Deze weg staat open voor iedereen.
Iedereen kan geloofsleerling worden, leerling op die weg van vertrouwen.
Juist ook in een onzekere tijd.
De weg waarop angst plaats kan maken voor vrees en ontzag.
De weg van hoop en vertrouwen in de Heer van het leven.

Dat wil niet zeggen dat je God dan in je broekzak hebt en altijd alles begrijpt.
Zeker niet.
Nadat angst bij de leerlingen plaats gemaakt heeft voor vrees, ontzag, stellen ook zij alsnog de vraag: Wie is Hij toch?
  • Slot
De weg van het geloof, de weg met Jezus Christus is niet stormvrij, niet zorgeloos.
Maar deze weg heeft wel toekomst.
Wie deze weg gaat, mag zich geborgen weten in God, die mensen bewaart en leidt.
Wie deze weg gaat, mag weten van de God die Ik ben, Ik zal er zijn heet.

Dat zien we ook terug elke keer als iemand gedoopt wordt.
Net als in de bijbelverhalen van vanmorgen laat de doop zien: God trekt je door de chaos en het gevaar heen naar een nieuw leven.
En daarmee wordt Gods naam verbonden met die van ons.
Voor nu en altijd.
Met de doop worden we als het ware ondergedompeld, in het vertrouwen dat hij niet door het leven wordt meegesleurd, maar dat hij wordt vastgehouden en grond onder de voeten mag vinden.

Zoals in dat lied van Sela:
Een boog in de wolken als teken van trouw,
staat boven mijn leven, zegt: Ik ben bij jou!
In tijden van vreugde, maar ook van verdriet,
ben ik bij U veilig, U die mij ziet.

Daarmee is niet gezegd dat je nooit twijfel zal kennen of dat God soms heel ver weg zal lijken te zijn.
Ook de leerlingen vroegen het zich regelmatig af: Wie is Hij toch?
Bij het evangelieverhaal van Marcus zien we iets van een antwoord.
Wie Hij is?
De opgewekte, de opgestane, Hij die met je meegaat.

Wees stil, zo zegt een stem in mij,
hier is mijn hand, Ik ben erbij,
Ik maak een einde aan de nacht;
hier is het licht – het is volbracht!

Als deze stem maar in mij zingt
wanneer het duister mij omringt,
als deze hand mij maar geleidt
raak ik mijn diepste angsten kwijt.

Amen


 
 
Liturgie 17 mei 2020

Liturgie 17 mei 2020
Welkom en mededelingen

Stilte

Intochtslied: Lied 275
Heer onze Heer, hoe zijt Gij aanwezig
en hoe onzegbaar ons nabij.
Gij zijt gestadig met ons bezig,
onder uw vleugels rusten wij.

Gij zijt niet ver van wie U aanbidden,
niet hoog en breed van ons vandaan.
Gij zijt zo mens ´lijk in ons midden
dat Gij dit lied wel zult verstaan.

Gij zijt onzichtbaar voor onze ogen
en niemand heeft U ooit gezien.
Maar wij vermoeden en geloven
dat Gij ons draagt, dat Gij ons dient.

Gij zijt in alles diep verscholen,
in al wat leeft en zich ontvouwt.
Maar in de mensen wilt Gij wonen
met hart en ziel aan ons getrouwd.

Heer onze Heer, hoe zijt Gij aanwezig
waar ook ter wereld mensen zijn.
Blijf zo genadig met ons bezig,
tot wij in U volkomen zijn.

Bemoediging en groet

Kyriegebed

Loflied: Lied 150
  Looft God, looft Hem overal.
  Looft de Koning van 't heelal
  om zijn wonderbare macht,
  om de heerlijkheid en kracht
  van zijn naam en eeuwig wezen.
  Looft de daden, groot en goed,
  die Hij triomferend doet.
  Hem zij eer, Hij zij geprezen.
 
  Hef, bazuin, uw gouden stem,
  harp en fluit, verheerlijkt Hem!
  Cither, cimbel, tamboerijn,
  laat uw maat de maatslag zijn
  van Gods ongemeten wezen,
  opdat zinge al wat leeft,
  juiche al wat adem heeft
  tot Gods eer. Hij zij geprezen.

Gebed bij de opening van het Woord

1e Schriftlezing : Genesis 9: 8-17
God zei tegen Noach en zijn zonen: 9 "Ik sluit een verbond met jullie en met jullie familie ná jullie. 10 Dat verbond geldt ook voor alle dieren die met jou uit de boot gekomen zijn: vogels, vee en wilde dieren, alle dieren van de aarde. 11 Met dat verbond beloof Ik dat Ik nooit meer alles wat op aarde leeft door een grote overstroming zal doden. Nooit meer zal een overstroming de hele aarde vernietigen. 12 Ik zal jullie een teken geven van dat verbond. Een teken waaraan de mensen voor eeuwig zullen kunnen zien dat Ik een verbond heb gesloten met hen en met alles wat leeft. 13 Ik zet een regenboog in de wolken. Die boog is het eeuwige teken van mijn verbond met de aarde. 14 Telkens als het regent, zal de regenboog in de wolken te zien zijn. 15 Elke keer als Ik die boog zie, zal Ik aan het verbond denken dat Ik heb gesloten met jullie en met alles wat leeft. Nooit meer zal het zó lang regenen, dat de hele aarde overstroomd raakt en al het leven op aarde wordt vernietigd. 16 Als Ik de boog in de wolken zie, zal Ik denken aan het eeuwige verbond dat Ik met alle levende wezens op aarde heb gesloten." 17 En God zei tegen Noach: "De regenboog is het teken van het verbond dat Ik heb gesloten met jullie en met alles wat op aarde leeft."

Zingen: Lied 321: 1, 2, 6 en 7
Niet als een storm, als een vloed
Niet als een bijl aan de wortel
Komen de woorden van God,
Niet als een schot in het hart.

Maar als een glimp van de zon,
een groene twijg in de winter,
dorstig en hard deze grond-
zo is het koninkrijk Gods.

Niet in het graf van voorbij,
niet in een tempel van dromen,
hier in ons midden is Hij,
hier in de schaduw der hoop.

Hier in dit stervend bestaan
wordt hij voor ons geloofwaardig,
worden wij mensen van God,
liefde op leven en dood.                       

2e Schriftlezing: Marcus 4: 35-41
Toen het al laat was geworden, zei Jezus: "Laten we naar de overkant van het meer varen." 36 Ze verlieten de grote groepen mensen en voeren weg met Jezus die al in de boot zat. Er voeren nog andere bootjes met hen mee. 37 Het begon te stormen. De golven sloegen in de boot, zodat hij volliep. 38 Maar Jezus Zelf lag achter in de boot tegen het kussen te slapen. Ze maakten Hem wakker en riepen: "Meester! Kan het U dan niets schelen dat we zinken?" 39 Jezus werd wakker en zei streng tegen de wind en het meer: "Zwijg! Wees stil!" En de wind ging liggen en het water werd helemaal rustig. 40 Hij zei tegen hen: "Waarom waren jullie zo bang? Waarom hebben jullie geen geloof?" 41 Ze waren geschokt en zeiden tegen elkaar: "Wie is Hij toch? Zelfs de wind en het water gehoorzamen Hem!"

Zingen  Lied 352: 1, 2, 6 en 7
   Jezus, Meester aller dingen,
  Woord van God van den beginne,
  in het lot der stervelingen
  brengt Gij tekenen tot stand.
 
  Gij weerstaat de boze machten,
  storm en ontij, donk're nachten
  en 't gevaar dat wij niet achten:
  richt U op en strek uw hand!
 
  Hoe hebt Gij ons lot gedragen
  om het oude te begraven,
  Jezus, goede hoop en haven,
  uitzicht van het nieuwe land.
 
  Zend uw adem, wend de steven,
  dat uw schepelingen leven
  door uw goede Geest gedreven
  met het loflied in de mond!

Verkondiging

Zingen Lied 344
Wij geloven één voor één
en ook samen:
de Heer is God en anders geen.
Amen, amen.

Wij geloven in de naam
Jezus Christus,
gestorven en weer opgestaan.
Halleluja!

Wij geloven dat de Geest
ook nog heden
de wereld en onszelf geneest.
Vrede, vrede.

Dankgebed en voorbeden, stil gebed

Zingen Lied 939:1
Op U alleen, mijn licht, mijn kracht,
stel ik mijn hoop, U zorgt voor mij.
Door golven heen, door storm en nacht,
leidt mij Uw hand, U blijft nabij.
Uw vrede diep, Uw liefde groot,
verjaagt mijn angst, verdrijft de dood.
Mijn vaste rots, mijn fundament,
U bent de grond waarop ik sta.

Zegen

Orgelspel
              






 
 
Liturgie zondag 10 mei 2020

Liturgie zondag 10 mei 2020
Welkom en Mededelingen

Stilte

Zingen: Lied 216

Dit is een morgen als ooit de eerste,
zingende vogels geven hem door.
Dank voor het zingen, dank voor de morgen,
beide ontspringen nieuw aan het woord.

Dauw op de aarde, zonlicht van boven,
vochtige aarde, geurig als toen.
Dank voor gewassen, grassen en bomen,
al wie hier wandelt, ziet: het is goed.

Dag van mijn leven, licht voor mijn ogen,
licht dat ooit speelde waar Eden lag.
Dank elke morgen Gods nieuwe schepping,
dank opgetogen Gods nieuwe dag.

Votum en groet

Zingen: lied 98: 1,3

Zing een nieuw lied voor God de Here,
want Hij bracht wonderen tot stand.
Wij zien Hem heerlijk triomferen
met opgeheven rechterhand.
Zing voor de Heer, Hij openbaarde
bevrijdend heil en bindend recht
voor alle volkeren op aarde.
Hij doet zoals Hij heeft gezegd.

Laat heel de aarde een loflied wezen,
de psalmen gaan van mond tot mond.
De naam des Heren wordt geprezen,
lofzangen gaan de wereld rond.
Hosanna voor de grote koning,
verhef, bazuin, uw stem van goud,
De Heer heeft onder ons zijn woning,
De Heer die bij ons intocht houdt.

Kyriegebed

Zingen: 825: 1,4,5

De wereld is van Hem vervuld,
die ’t kennen gaat te boven,
wiens heerlijkheid ons is verhuld,
in vonken licht verstoven.
Geen mensenoog heeft Hem gezien
wien elk zijn tempel bouwt, in wien
onwetend wij geloven.

Hij meet ons tijd en ruimte toe,
genoeg om Hem te vinden.
Hij kent ons toch, Hij weet toch hoe
wij tasten in den blinde
naar Hem, uit wie ons leven is,
Eens treedt Hij uit de duisternis
en noemt ons zijn beminden.

Ja, Hij is elk van ons nabij,
hoe hemelhoog verheven;
in Hem bestaan, bewegen wij,
in Hem is heel ons leven.
Dat heeft Hij aan het licht gebracht:
de mensen zijn van zijn geslacht,
voorgoed met Hem verweven.

Gebed bij de opening van de Schrift

Lezing O.T.: Deuteronomium 6: 1-12

Zingen: Lied 310: 1,2,4

Eén is de Heer, de God der goden,
wie buigt voor beelden wordt misleid.
Ga op de weg van zijn geboden
er is geen God die zo bevrijdt!

Houd zijn naam hoog, houd die in ere,
veracht, misbruik de hemel niet ;
dankbaar zal ieder respecteren
zijn dag, zijn rust, gedenk, geniet!

Breek geen verbond, voorgoed gesloten,
blijf trouw aan wie u liefde gaf.
Diefstal kan geen geluk vergroten;
neem niet uw naaste vreugde af.

Lezing N.T.: Johannes 14: 23-29

Zingen: Lied 1009

O lieve Heer, geef vrede
aan allen hier beneden
die uitzien naar uw feest,
opdat de mensen weten:
uw heilige profeten
zijn niet verblind geweest.

Doe onze ogen stralen,
doe ons het hart ophalen
aan blijdschap na verdriet;
O God voor  wie verschijnen
Christus en al de zijnen,
versmaad hun smeken niet !

Verlos ons van de boze,
laat niet de goddelozen
op aarde koning zijn!
Laat ons uw land betreden,
dat zal een land van vrede
van melk en honing zijn!

Overdenking

Orgelspel

Zingen: Lied 657

Zolang wij ademhalen
schept Gij in ons de kracht
om zingend te vertalen
waartoe wij zijn gedacht:
elkaar zijn wij gegeven
tot kleur en samenklank.
De lofzang om het leven
geeft stem aan onze dank.

Al is mijn stem gebroken,
mijn adem zonder kracht,
het lied op andere lippen
draagt mij dan door de nacht.
Door ademnood  bevangen
of in verdriet verstild:
het lied van uw verlangen
heeft mij aan ’t licht getild.

Het donker kan verbleken
door psalmen in de nacht.
De muren kunnen vallen:
zing dan uit alle macht!
God, laat het nooit ontbreken
aan hemelhoog gezang,
waarvan de wijs ons tekent
dit lieve leven lang.

Ons lied wordt steeds gedragen
door vleugels van de hoop.
Het stijgt de angst te boven
om leven dat verloopt.
Het zingt van vergezichten,
het ademt van uw Geest.
In ons gezang mag lichten
het komend bruiloftsfeest.

Dankgebed- voorbeden-stilgebed

We zingen het 'Onze Vader' met Lied 1006

Onze vader in de hemel,
U staat zorgzaam om ons heen.
Geef dat alle mensen weten:
zoals U is er maar één.
Doe ons telkens weer geloven
in een wereld zonder pijn,
in uw rijk dat eens zal komen
en dat soms te zien kan zijn.
Help ons samen goed te leven
en te doen wat U graag wilt.
Geef ons elke dag te eten
tot de honger  is gestild.
En vergeef ons wat we fout doen,
net als wij niet blijven staan
bij de fouten van een ander,
maar weer samen verder gaan.
Help ons om te zien wat goed is
en wat slecht is, boos of naar.
Geef dat wij het juiste kiezen,
dat wij goed zijn voor elkaar.
Onze Vader, wij geloven,
dat U onze wereld leidt.
Met uw licht helpt U ons verder,
Hier en nu en straks. Altijd.
Amen.
Amen.

Gedicht van D. Bonhoeffer: Goede machten

Slotlied: 150A

Geprezen zij God! Gij engelenkoor
dat steeds naar Hem hoort, prijs Hem om zijn Woord!
Gij hemelen, loof Hem wiens hand alles schiep,
die allen daarboven tot dankzegging riep.

Geprezen zij God! Gij allen op aard,
aanbid Hem die u als kinderen aanvaardt.
Loof Hem die uw Heer is met juichende stem.
Beantwoord zijn liefde: leef altijd voor Hem!

Geprezen zij God! Laat alles wat leeft
nu zingen voor Hem die alles ons geeft,
Laat jubelen het orgel, laat harp en trompet
de glorie doen klinken van Hem die ons redt.

Geprezen zij God! Ons lied is gewijd
aan Hem die altijd ons helpt en geleidt.
Om zijn goede schepping, om hemels genot,
zijn gunst en vergeving: geprezen zij God !

Zegen

Orgelspel
 
 
Preek 3 mei Vrijheid Preek 3 mei Vrijheid

Preek: Vrijheid

Gemeente van Christus, lieve mensen van God,

‘Wat denkt u, dominee, is de coronacrisis een straf van God?’

‘Soms, als ik daar ben, op mijn werk op de corona-afdeling, dan vraag ik me echt af: ‘Waar is God?’

Zomaar twee opmerkingen die ik de afgelopen week gehoord heb.

Ze verwoorden de gevoelens van veel gelovigen, vermoed ik. Hoe deze crisis te duiden? We hebben wel allemaal maatregelen getroffen, we weten wat we moeten doen, maar we willen ook graag begrijpen. Waarom gebeurt dit, waarom overkomt ons dit?

Voor gelovige mensen komt de godsvraag daar nog bij: ‘Waar bent U God? Grijpt U alstublieft in! Doe iets!’ Of… wilt u ons iets duidelijk maken, zijn wij niet goed bezig?

In tijden van crisis wordt de vraag naar God urgenter.

Nood leert bidden, zeggen we dan.

We zoeken troost en steun, maar verwachten ook iets van boven.

Als God liefde is en goed, als God licht is en het licht wil, waarom is het dan zo donker op aarde? Zo donker in onszelf?

‘Wij beleven op dit moment de grootste crisis buiten oorlogstijd om’, zei minister president Rutte op een van zijn eerste persconferenties. Tekenend is het, vind u niet? Dat de viering van vijfenzeventig jaar bevrijding samenvalt met de coronapandemie. We zitten opgesloten in onze huizen. Onze bewegingsvrijheid wordt ernstig beperkt. Er is geen dreiging van bombardementen, van mensen die worden opgepakt en geëxecuteerd, ons voedsel is niet op de bon, is niet gerantsoeneerd, we kunnen gewoon alles nog in de supermarkt kopen, en toch is er dreiging. De angst om ziek te worden neemt bezit van ons, we kunnen dood gaan. Evenals toen, na vijf jaar oorlog, krijgt de economie een gigantische klap, er zal een recessie komen, dat lijkt onvermijdelijk.

‘Wat denkt u dominee, is de coronacrisis een straf van God?’

We zijn misschien geneigd, om daar direct ‘Nee natuurlijk niet!’, op te antwoorden, maar zo gek is deze vraag niet. Als je ziet hoe schoon de lucht is geworden, sinds de mensen wereldwijd in lockdown zitten, we ons veel minder verplaatsen via vliegtuig en auto, we veel minder kopen omdat de winkels dicht zijn of funshoppen er even niet in zit, dan kun je je afvragen of God ons niet iets duidelijk wil maken. Hoeveel spullen kan de aarde verdragen. Of: zoals een jongere zei: ‘Waarom brengt H/M 52 keer per jaar een kledingcollectie uit? Niemand zit toch te wachten op zoveel kleding. Maar we zijn eraan gewend geraakt, we vinden het gewoon, en we denken er niet meer over na. Een crisis als deze kan helpen bewuster te leven.

‘Als ik daar dan ben, dan vraag ik me echt af: ‘Waar is God?’

Met deze vraag kunnen we vaak beter uit de voeten. We zien het donker, maar we zien geen spoortje licht, we bidden wel, maar we krijgen geen antwoord. Wanhoop, het gevoel er alleen voor te staan, geen uitweg zien, onmacht, dat zijn allemaal gevoelens die met deze vraag samenvallen. Sommigen zullen zelf een lantaarn opsteken, zoals de ‘dolle mens’ van Friedrich Nietzsche, om God te zoeken, en tot de conclusie komen dat God dood is. Hij bestaat niet. We staan er alleen voor, we zullen het zelf moeten doen, er is geen God, maar gelukkig is er wel de wetenschap. Die zal ons bevrijden, die zal ons verlichten, wij mensen nemen de plaats in van God. Een vaccin zal de oplossing worden voor deze pandemie. Maar een oorzaak-gevolg denken raakt niet de diepere lagen van het bestaan. De wereld zal hoe dan ook veranderen, ze zal nooit meer hetzelfde zijn als van voor de pandemie. We kunnen niet op de oude voet verder. Er is veel onrecht op aarde en de welvaart is ongelofelijk ongelijk verdeeld. Na de Eerste Wereldoorlog ontstond het communisme, na de Tweede Wereldoorlog verloor de Europese adel definitief haar bestuurlijke macht. We zullen anders uit deze crisis komen dan dat we erin gingen.

De vraag naar het lijden in de wereld…

Zolang er mensen zijn op aarde, zolang wordt deze vraag gesteld.

Waarom staat een almachtige en goede God toe, dat er kwaad en lijden is?

Het is een vraag die zich alleen aan monotheïstische godsdiensten opdringt, want de Schepper van hemel en aarde omvat het hele bestaan. Goed en Kwaad zijn in Zijn hand vervat. Hij laat het regenen over slechte en goede mensen. Polytheïstische godsdiensten hebben verschillende goden voor verschillende problemen. De seculiere samenleving rekent helemaal niet met God, maar wel met concepten en theorieën en als een theorie niet klopt, wordt die gewoon terzijde geschoven. Waarom, zou je denken, heeft het monotheïsme het zichzelf zo moeilijk gemaakt, wat zit daar achter?

‘Wat denkt u dominee, is de coronacrisis een straf van God?’

‘Als ik daar dan ben, dan vraag ik me echt af: ‘Waar is God?’

Met deze vragen worstelen wij mensen.

Wij vinden antwoorden in straf en onmacht.

Maar straf en onmacht maakt de mens niet vrij!

Het houdt hem klein en brengt hem niet verder.

Het klinkt misschien ongeloofwaardig, want de geschiedenis leert anders, maar het geloof in één God is een pleidooi voor de menselijke vrije wil.

In de film ‘God on trial’ – de ondervraging van God- staat God in de beklaagdenbank. Joodse gevangenen in Auschwitz klagen God aan, omdat Hij contractbreuk heeft gepleegd. Al die mooie woorden over zijn verbond met het van volk Israël, het klopt niet. Vragen ten gunste en ten nadele van God worden gesteld en uiteindelijk wordt God schuldig bevonden: Hij was er niet in Auschwitz.

Door God te berechten herwonnen de joodse gevangenen hun waardigheid.

Ze hielden de macht over hun eigen leven, hun eigen gedachten, hun eigen wil, en dat op een plaats waar de waardigheid van de mens wordt vertrapt en ze als ‘Unmensch’ werden weggezet.

Abraham – vader van vele volken – voelt God ook aan de tand:

‘Zoiets kunt u toch niet doen! De onschuldigen samen met de schuldigen vernietigen. Dat kunt u toch niet doen! U bent toch een rechter die rechtvaardig is? Het gaat er bij hem niet in dat God geen onderscheid maakt, tussen de goede en de slechte mensen. Abraham vindt dat onrechtvaardig en dus wordt hij de pleitbezorger voor de goede mensen: ‘Als er nu eens vijftig, veertig, dertig, twintig, tien goede mensen zijn?’ En iedere keer geeft God toe, ‘Nee, ik zal de stad niet vernietigen als er vijftig, veertig, dertig, twintig tien onschuldige mensen zijn.’

Het verhaal van de vernietiging van Sodom is een duistere passage in de bijbel. Er is kwaad en God wil dat kwaad uitroeien, dat past bij zijn goedheid en almacht. Maar dan stuit hij op Abraham, die bidt voor wie geen kwaad doen. Heeft God niet gerekend op dit antwoord van Abraham? Heeft Hij niet gerekend met het gegeven dat er ook onschuldige mensen in de stad kunnen wonen. Heeft Hij iets over het hoofd gezien?

Het verhaal van de vernietiging van Sodom is ook een boeiend verhaal. God maakt Abraham deelgenoot van zijn plan om Sodom te vernietigen, heel bewust: ‘De Heer dacht… Waarom zou ik voor Abraham geheim houden wat ik van plan ben?’ Kort daarvoor heeft God bij Abraham gegeten, en hem laten weten dat Abraham en Sara over een jaar een zoon zullen hebben. Drie mannen kwamen bij Abraham, één bleef bij hem staan nadat de maaltijd afgelopen was, de andere twee mannen gingen naar Sodom. Op hetzelfde moment dat Abraham pleit voor de inwoners van Sodom, worden de twee mannen in de stad bedreigd. Alle mannen in de stad… jong en oud… niemand uitgezonderd… wilden de mannen, God’s vertegenwoordigers, kwaad doen. Er zijn geen goede mensen in Sodom, en God wist dat, en toch, liet hij Abraham zijn pleidooi doen.

Dit verhaal toont de almacht van God en de ruimte die de mens krijgt om zich in die almacht te bewegen. De mens heeft een stem!

Dit verhaal laat zien dat het kwaad bestaat. Het kwaad heeft een stem. Het is er en Gods Geest is gericht tegen het kwaad, God gebruikt het niet als middel, niet als straf.

Dit verhaal laat zien dat God dingen weet die mensen niet weten en nooit kunnen weten, omdat ze letterlijk niet kunnen overzien, niet op twee plaatsen tegelijk kunnen zijn.

Dit verhaal laat zien dat een mens opstaat en zijn menselijke gezicht laat zien.

En daar gaat het om.

Om mens voor een mens te zijn wordt iedereen geboren.

God navolgen betekent aandacht hebben voor de armoede, het lijden, de eenzaamheid van anderen. Geloven is geen aanvaarding maar protest, namelijk tegen de wereld zoals die is, in naam van de wereld zoals die nog niet is, maar zou moeten zijn. Het gaat in het geloof niet om het antwoord maar om de vraag. De vraag naar de gang van zaken: ‘Dat kunt u toch niet doen! De onschuldigen en schuldigen samen om laten komen!

Heilige verontwaardiging. Die houding.

In navolging van Abraham - vader van vele gelovigen - hebben anderen vraagtekens geplaatst bij de gang van zaken en zo de wereld veranderd.

Jezus van Nazareth die opkwam voor de ‘kleine luyden’, boeren, vissers, de gewone man.

Paulus, die opkwam voor een universeel christelijk geloof, geen gekerstende versie van het joodse geloof, waarin de wet het weer zou winnen van de naastenliefde.

Geallieerde landen die Europa hebben bevrijd van de Tweede Wereldoorlog.

Nederlandse verzetsstrijders die ervoor gezorgd hebben dat vijfenzeventig jaar geleden Nederland haar Bevrijdingsdag kon vieren.

 

Met gevaar voor eigen leven.

Want dat moet ik er wel bij zeggen.

Heilige verontwaardiging vereist moed.

En dat is niet voor iedereen weggelegd.

Alleen voor diegene die zich vrij weten.

Vrij van ieder gezag dat beknot, klein en onwetend houdt.

 

Amen.

 
Liturgie zondag 3 mei 2020

Liturgie zondag 3 mei 2020
                               Thema: Vrijheid

Welkom en mededelingen

Stilte

Aanvangslied: psalm 8 , vers 1, 3, 4 en 6

Heer, onze Heer, hoe heerlijk en verheven
hebt Gij uw naam op aarde uitgeschreven
machtige God, Gij die uw majesteit
ten hemel over ons hebt uitgebreid.

Aanschouw ik ’s nachts het kunstwerk van uw handen,
de maan, de duizend sterren die daar branden,
wat is de mens, dat Gij aan hem gedenkt,
het mensenkind, dat Gij hem aandacht schenkt?

Gij hebt hem bijna goddelijk verheven,
een kroon van eer en heerlijkheid gegeven,
Gij doet hem heersen over zee en land,
ja, al uw werken gaf Gij in zijn hand.

Heer, onze Heer, hoe heerlijk en verheven
hebt Gij uw naam op aarde uitgeschreven.
Heer, onze God, hoe vol van majesteit
hebt Gij uw naam op aarde uitgebreid.

Votum en groet

Inleidende woorden op thema: Vrijheid

Gedicht: Vrijheidsstrijder, van Oeke Kruythof

voor de Opstanding
behoef ik geen bewijs
ik zie haar in je ogen
onverwoestbaar is je geest
je geest
die prikkeldraad en marteling trotseerde
en in de golven van geweld
niet machteloos ten onder ging

monddood schoot een kogel jou
maar je ogen blijven woorden spreken
elke letter een symbool
VRIJHEID
oerbeginsel van het leven
taal die niet verstommen zal zolang
de mens écht Mens zal wezen

voor de Opstanding
behoef ik geen bewijs
ik lees haar in je ogen

Gebed om ontferming

Zingen: 1003: Komt er God, een nieuwe morgen

Stil is de straat. Overal
mensen in huizen verdwenen,
even een luide sirene –
stil is de straat overal.

Refrein
Komt er God, een nieuwe morgen
als een teken van uw trouw,
worden wij bevrijd van zorgen?
God kom gauw.

Klassen, kantoren zijn leeg.
Thuis moeten werken of leren,
hoe alles organiseren?
Klassen, kantoren zijn leeg. Refrein

Mensen zijn bang overal.
Ieder op afstand gehouden:
ben je niet ziek of verkouden?
Mensen zijn bang overal. Refrein

Mensen gebonden aan huis.
Puzzels of brieven of boeken.
Bellen, maar niemand bezoeken.
Mensen gebonden aan huis. Refrein

Veel in ons leven valt stil.
Doorgaan en ‘s nachts liggen malen:
kan ik nog alles betalen?
Veel in ons leven valt stil. Refrein

Stil is de straat. Overal
mensen in huizen verdwenen,
even een luide sirene –
stil is de straat overal.

Komt er God, een nieuwe morgen
als een teken van uw trouw,
worden wij bevrijd van zorgen?
God kom gauw.
Bewerking van lied 1003, Nieuwe Liedboek

Gebed bij de opening van het Woord

Eerste schriftlezing: Genesis 18: 17-25

De HEER dacht: ‘Waarom zou ik voor Abraham geheimhouden wat ik van plan ben? Uit Abraham zal immers een groot en machtig volk voortkomen, en alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als hij. Want ik heb hem uitgekozen, hij moet zijn zonen en zijn verdere nakomelingen voorhouden de weg te volgen die ik wijs, door rechtvaardig en goed te handelen. Alleen dan zal ik verwezenlijken wat ik Abraham heb toegezegd. Daarom zei de HEER: ‘Er zijn ernstige beschuldigingen geuit tegen Sodom en Gomorra, hun zonden zijn ongehoord groot. Ik zal ernaar toe gaan om te zien of de klachten die ik over hen heb gehoord gegrond zijn en zij verwoesting over zich hebben afgeroepen. Dat wil ik weten.’

Toen gingen de twee mannen weg, naar Sodom, terwijl Abraham bij de HEER bleef staan. Abraham ging dichter naar hem toe en vroeg: ‘Wilt u dan behalve de schuldigen ook de onschuldigen het leven benemen? Misschien dat er in die stad vijftig onschuldigen zijn. Zou u die dan ook uit het leven wegrukken en niet de hele stad vergeving schenken omwille van die vijftig onschuldige inwoners? Zoiets kunt u toch niet doen, hen samen met de schuldigen laten omkomen? Dan zouden de schuldigen en onschuldigen over één kam worden geschoren. Dat kunt u toch niet doen! Hij die rechter is over de hele aarde moet toch rechtvaardig handelen?’

Zingen: Lied 1008, Rechter in het licht verheven

Rechter in het licht verheven,
koning in uw majesteit,
louter ons geringe leven,
scheld ons onze schulden kwijt,
laat uw vleugelen ons omgeven,
troost ons met uw tederheid.

Hoor de bittere gebeden
om de vrede die niet daagt.
Zie hoe diep er wordt geleden,
Hoe het kwaad de ziel belaagt.
Zie uw mensheid hier beneden,
wat zij lijdt en duldt en draagt.

Houd wat Gij hebt ondernomen,
klief het duister met uw zwaard.
Kroon de menselijke dromen
met uw koninkrijk op aard.
Laat de vrede eindelijk komen,
die uw hart voor ons bewaart.

Tweede schriftlezing: Galaten 5: 1-6, 13 en 14

Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen. Luister naar wat ik, Paulus, tegen u zeg: als u zich laat besnijden, zal Christus u niets baten. Ik verzeker u dat iedereen die zich laat besnijden verplicht is om de wet volledig na te leven. Als u probeert door God als een rechtvaardige te worden aangenomen door de wet na te leven, bent u van Christus losgemaakt en hebt u Gods genade verspeeld. Want door de Geest hopen en verwachten wij dat we op grond van geloof als rechtvaardigen worden aangenomen. In Christus Jezus is het volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is. Belangrijk is dat men gelooft en de liefde kent, die het geloof zijn kracht verleent.

Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde, want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’

Zingen: Lied 992, Wat vraagt de Heer nog meer van ons

Wat vraagt de Heer nog meer van ons
dan dat wij recht doen en trouw zijn
en wandelen op zijn weg?

Wat vraagt de aarde meer van ons
dan dat wij dienen en hoeden
als mensen naar Gods beeld?

Wat vragen mensen meer van ons
dan dat wij breken en delen
als ons is voorgedaan?

Het is de Geest die ons beweegt
dat wij Gods wil doen en omzien
naar alles wat er leeft.

Preek

Zingen: Lied 912, Neem mijn leven, laat het Heer

Neem mijn leven, laat het Heer,
toegewijd zijn aan uw eer.
Maak mijn uren en mijn tijd
tot uw lof en dienst bereid.

Neem mijn handen, maak ze sterk,
trouw en vaardig tot uw werk.
Maak dat ik mijn voeten zet
op de wegen van uw wet.

Neem mijn stem, opdat mijn lied
U, mijn koning, hulde biedt.
Maak, o Heer, mijn lippen rein,
Dat zij uw getuigen zijn.

Neem mijn zilver en mijn goud,
dat ik niets aan U onthoud.
Maak mijn kracht en mijn verstand
tot een werktuig in uw hand.

Neem mijn wil en maak hem vrij,
dat hij U geheiligd zij.
Maak mijn hart tot uwe troon,
dat uw heilige Geest er woon’.

Neem ook mijne liefde, Heer,
‘k leg voor U haar schatten neer.
Neem mijzelf en voor altijd
ben ik aan U toegewijd.

Dank – en voorbeden

Collecte

Slotlied: Lied 747, Eens komt de grote zomer, verzen 1, 4, 5

Eens komt de grote zomer
waarin zich ’t hart verblijdt.
God zal op aarde komen
met groene eeuwigheid.
De hemel en de aarde
wordt stralende en puur.
God zal zich openbaren
in heel zijn creatuur.

Ook ons zal God verlossen
uit alle pijn en nood,
van ’t woeden van de boze,
van ’t vrezen voor de dood,
van aarzelen en klagen,
verdriet en bitterheid,
van alles wat wij dragen,
van ’t lijden aan de tijd.

Ja, Hij zal ons geleiden
in ’t schone paradijs,
het bruiloftsmaal bereiden
zijn grote naam ten prijs.
De liefde die wij zingen
zo schoon, zo ongekend,
zal uit de bron ontspringen
van God ons middelpunt.

Zegen

Gezongen amen

Zingen: Wilhelmus, lied 708, vers 1 en 6

Wilhelmus van Nasouwe
ben ik van duitsen bloed,
den vaderland getrouwe
blijf ik tot in den dood.
Een prinse van Oranje
ben ik vrij onverveerd,
den koning van Hispanje
heb ik altijd geeerd.

Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God, mijn Heer!
Op U zo wil ik bouwen,
verlaat mij nimmermeer!
Dat ik toch vroom mag blijven,
uw dienaar t’aller stond,
de tirannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt


 
 
Liturgie zondag 26 april 2020

Liturgie zondag 26 april 2020

Welkom en mededelingen

Stilte

Aanvangslied: Lied 663: Al heeft hij ons verlaten

Al heeft Hij ons verlaten,
Hij laat ons nooit alleen.
Wat wij in Hem bezaten
Is altijd om ons heen
Als zonlicht om de bloemen
een moeder om haar kind .
Teveel om op te noemen
zijn wij door Hem bemind

Al is Hij opgenomen,
houd in herinnering,
dat Hij terug zal komen,
zoals Hij van ons ging.
Wij leven van vertrouwen,
dat wij Zijn majesteit
van oog tot oog aanschouwen
in alle eeuwigheid.

Votum en groet

Zingen: Lied 150 : Looft God, looft hem overal

Loof God, Loof Hem overal.
Loof de koning van ’t heelal
om zijn wonderbare macht,
om de heerlijkheid en kracht
van zijn naam en eeuwig wezen.
Loof de daden groot en goed,
die Hij triomferend doet.
Hem zij eer, Hij zij geprezen.

Hef, bazuin, uw gouden stem,
harp en fluit, verheerlijk Hem!
Citer, cimbel, tamboerijn,
laat uw maat de maatslag zijn
van Gods ongemeten wezen,
opdat zinge al wat leeft,
juiche al wat adem heeft
tot Gods eer. Hij zij geprezen.

Inleiding

Gebed

Zingen: Lied: 314: Here Jezus, om uw woord

Here Jezus, om uw woord,
Zijn wij hier bijeen gekomen.
Laat in ’t hart dat naar U hoort
Uw genade binnenstromen.
Heilig ons, dat wij U geven
Hart en ziel en heel ons leven

Ons gevoel en ons verstand
Zijn, o Heer, zo zonder klaarheid ,
Als uw Geest de nacht niet bant,
ons niet stelt in ’t licht der waarheid.
’t Goede denken, doen en dichten
Moet Gij zelf in ons verrichten.

O Gij, glans der heerlijkheid,
licht uit licht, uit God geboren,
maak ons voor uw heil bereid,
open hart en mond en oren,
dat ons bidden en ons zingen
tot de hemel door mag dringen

Eerste schriftlezing:  Handelingen 6: 1-7

Tweede schriftlezing:  Johannes 14: 1-12

Zingen: Lied: 326: Van ver van oudsher aangereikt

Van ver, van oudsher aangereikt,
een woord dat toch niet van ons wijkt,
nabij en nieuw ons aangedaan,
weer vlees geworden, opgestaan !

Dit woord komt tot ons op de wind.
Het zoekt een huis, een wijs . Het vindt
gehoor bij mensen, onderdak
Dit woord, dat God van oudsher sprak.

Dit woord blijft leven in een lied.
Waar mensen zingen sterft het niet,
als adem die de harten voedt,
als lente die ons bloeien doet.

Dit lied dat onze nacht verstoort
wordt keer op keer als nieuw gehoord.
Het breekt zich baan in morgenlicht,
een nieuwe dag, een vergezicht.

Van ver, van oudsher aangezegd,
een naam, opnieuw op ons gelegd,
een woord, dat onze monden vult,
een lied , dat Gods gelaat onthult.

O woord, zolang ons toegedaan,
zet ons opnieuw tot zingen aan :
gezegend, hier en overal
die is, die was, die komen zal !

Preek

Meditatief orgelspel

Dankzegging en voorbeden

Collecte aankondiging: mogelijkheid om collectegift op rekening te storten

Slotlied: Lied 657 : 1, 2, 4 :   “Zolang wij ademhalen” 

Zolang wij ademhalen
schept Gij in ons de kracht
om zingend te vertalen
Waartoe wij zijn gedacht:
elkaar zijn wij gegeven
tot kleur en samenklank.
De lofzang om het leven
geeft stem aan onze dank.

Al is mijn stem gebroken,
mijn adem zonder kracht,
het lied op andere lippen
draagt mij dan door de nacht.
Door ademnood bevangen
of in verdriet verstild:
het lied van uw verlangen
heeft mij aan ’t licht getild.

Ons lied wordt steeds gedragen
door vleugels van de hoop.
Het stijgt de angst te boven
om leven dat verloopt.
Het zingt van vergezichten,
het ademt van Uw  Geest.
In ons gezang mag lichten
het komend bruiloftsfeest.

Wegzending en zegenbede

Zingen : Lied: 978: 4

Laat dan mijn hart U toebehoren
en laat mij door de wereld gaan
met open ogen, open oren
om al uw tekens te verstaan.
Dan is het aardse leven goed
Omdat de hemel mij begroet.

Afsluitend kort orgelspel 













 
 
Preek 19 april 2020 Preek 19 april 2020
Preek: Heb mij lief – over Verzoening

Gemeente van Christus, lieve mensen van God,

“Simon, zoon van Johannes, heb je me lief?”
Alle vier evangeliën vertellen over het verraad van Petrus in de nacht dat Jezus werd opgepakt, verhoord en gekruisigd, maar alleen het Johannesevangelie schrijft over de rehabilitatie van Petrus. Drie keer heeft Petrus gezegd dat hij Jezus niet kent, drie keer vraagt Jezus aan hem: “Simon, zoon van Johannes, heb je me lief? Hou je van mij?” Petrus wordt er verdrietig van. Waarom blijft Jezus zo door vragen. Hij weet toch alles? Hij weet toch dat Petrus van hem houdt, met hart en ziel en lijf en leden?

‘Simon, zoon van Johannes’, zo noemt Jezus hem.
Niet: Petrus… Rots… de naam die Jezus hem gegeven heeft drie jaar geleden. Toen hij zijn missie begon…
Hier… aan de oevers van hetzelfde meer… de zee van Tiberias, in Galilea, waar hij vissers uitnodigde hem te volgen op zijn weg.
Drie jaar lang was Petrus Jezus’ rechterhand. Hij was een enthousiaste leerling. Vol vuur, hoop en verlangen naar verandering… verbetering!  Met een rotsvast geloof dat Jezus de Messias is, de Gezalfde van God.

En nu…
Het is Pasen geweest.
Na zijn opstanding heeft de Heer zich twee keer eerder aan zijn leerlingen laten zien. Dat was in Jeruzalem, toen ze nog vol waren van de gebeurtenissen die zich binnen één week hadden afgespeeld.
Jezus verraden… opgepakt… verhoord… vermoord…
Maar ook: opgestaan… en verschenen!
Dat laatste is misschien nog wel het wonderlijkste van alles. Jezus is er echt nog. Hij is niet weg. Hij is niet dood. Hij laat zich zien. Opnieuw…
Nieuw en anders, want Hij wordt niet direct herkend, maar toch… Hij-is-er.

Hij-is-er! De Openbaring van Israël.
Jezus is de Openbaring van Israël. Zo noemt Johannes de Doper hem. Wegbereider van de Heer. Voorloper van Jezus. Jezus de Zoon, door God gezonden. God en Zoon, ze zijn één. ‘Ik ben’, zegt Jezus. Zeven keer:

Ik ben het brood des levens
Ik ben het licht der wereld
Ik ben de deur
Ik ben de goede herder
Ik ben de opstanding en het leven
Ik ben de weg, de waarheid en het leven
Ik ben de ware wijnstok.

‘Ik ben’, zegt Jezus. Zeven keer verwijst hij naar de naam van God: ‘Ik ben die Ik ben’. De naam waarmee God zichzelf heeft geopenbaard aan Mozes.  Die Naam die standvastigheid uitdrukt als Mozes voor de opdracht staat Gods volk te bevrijden van de slavernij uit Egypte. ‘Ik zal doen wat ik zeg, je kunt van mij op aan.’
De Naam die nabijheid uitdrukt, Mozes staat er niet alleen voor: ‘Ik ben erbij. Ik ga met je mee.’
Die naam…
Die naam belichaamt Jezus door opnieuw aan zijn leerlingen te verschijnen. Hij is er en Hij gaat met ze mee. Als ze zijn weg van woord en waarheid, van hoop en bevrijding aan de mensen gaan verkondigen.

Maar voor ze dát kunnen, moet er nog iets recht gezet worden…
Dat geldt met name voor Petrus, de Rots, waarop de ecclesia, het samenkomen van de gelovigen, is gebouwd. Petrus wordt het fundament van Christus’ ecclesia, de kerk, en dat moet goed gebouwd zijn, solide en stevig.

                                        -0-0-0-0-0-0-0-0-
“Ik ga vissen.”
Petrus keert terug tot de orde van de dag.
Het was een intense week. In Jeruzalem heeft Jezus zijn leerlingen gezegend met zijn heilige Geest. Hij heeft hen een opdracht gegeven: “Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik ook jullie uit.” Ze zijn toegerust om Jezus’ werk op aarde voort te zetten, maar er moet ook brood op de plank komen nietwaar?
En zo zijn enkele leerlingen teruggekeerd naar Galilea, waar ze hun oude beroep van visser weer hebben opgepakt.
Ze vissen heel de nacht, maar vangen niets.

Dan… bij het aanbreken van de dag, staat Jezus daar, en op zijn aanwijzingen lukt wel!
Honderddrieenvijftig grote vissen!
Zo vol is het net, dat het net niet scheurt…
Overvloedig is de vangst. Zo openbaart Jezus zich, levend en aanwezig in het dagelijks bestaan. Het gewone bestaan van gewone mensen, door dit bestaan te zegenen, te zorgen voor vis die hij zelf helemaal niet nodig heeft. Alles staat al klaar voor het ontbijt dat hij met zijn leerlingen wil houden.

“Kom’, eet iets.”
Rondom een vuurtje worden brood en vis gedeeld.
Wordt het geheim van Pasen nog een keer uitgelegd.
Het brood des levens wordt gebroken en uitgedeeld.
De leerlingen voeden zich met hemels proviand.
Ze voeden zich met Hem die hun is voorgegaan.
Zo worden ze gesterkt om zelf op weg gaan.

Gesterkt door Jezus’ aanwezigheid, door de grote visvangst, het samen eten, groeien geloof, hoop en liefde. Het duister van de nacht,  de chaos van de zee, het is opnieuw bedwongen door het licht van de morgen, het licht van de schepping, het licht van Pasen. Maar houdt het ook als Jezus er niet meer is? Als hij straks is opgestegen tot de Vader?

“Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier?”

Natuurlijk heeft Petrus Jezus lief. Toch moet hij het drie keer beamen. Drie keer wordt hij met zijn neus op het feit gedrukt dat hij Jezus verlaten heeft toen het er op aan kwam. Wat is zijn woord eigenlijk waard? Wat betekent  zijn ‘Ja’ echt?
Verdrietig wordt Petrus ervan… emotioneel…  als hij geconfronteerd wordt met dit tekort in hemzelf. Dat Jezus het drie keer moet vragen of het echt waar is wat hij zegt. Zodat het geen farce blijkt te zijn zoals de vorige keer toen hij gezworen had dat hij Jezus nooit zou verlaten.

Pijnlijk is het als je op je eigen tekorten wordt gewezen.
Pijnlijk, maar noodzakelijk soms, om te kunnen helen wat gebroken is. Om je te kunnen verzoenen met het duister in jezelf. Want daar ontkomen we niet aan. Heling, verzoening, kent een beweging van de nacht die overgaat in de dag, van duisternis dat overgaat in licht, van de chaos van de oervloed waaruit bewoonbaar land ontspruit.

In de jaren dat ik predikant was op Curaçao werd ik me pijnlijk bewust van de geschiedenis die Nederland heeft met dit zonnige eiland in de Caribbean. Het slavenmuseum in Willemstad laat niets onverbloemd. In woord en beeld wordt de geschiedenis van de translatlantische slavenhandel getoond. Martelwerktuigen, een replica van een scheepsruimte, het toont de verschrikkingen die de tot slaaf gemaakte mens heeft moeten doorstaan. Bijzonder ongemakkelijk voelde ik mij, toen ik een rondleiding kreeg in een groep waarin ik de enige Nederlander was. Mijn kerk was gastvrouw van een bijeenkomst met andere gereformeerde kerken in het Caribisch gebied. De andere deelnemers waren voornamelijk van Afro-Caribische komaf. Het was confronterend om de gids te horen spreken over ‘the Dutch’. Hoe ze optraden, dat ze rijk werden van de slavernij. Ik wilde mijzelf verdedigen. Ik was daar toch niet bij? Ik ben toch niet verantwoordelijk? Toch voelde ik me schuldig en vooral verdrietig.
Ik realiseerde mij dat deze geschiedenis pijnlijk is voor nazaten van slaven én de nazaten van kolonialen.

Laat het verleden het verleden zijn, laat het rusten.
Het is snel gezegd, en het lijkt redelijk, maar zo werkt het niet.

Ik herinner mij – na het bezoek aan het slavenmuseum - dat ik moest wachten voor een stoplicht. Voor mij was een bestelbusje van een Nederlandse aannemer. Namen, reclame, informatie, alles was in het Nederlands opgesteld. Ik bedacht me dat mijn Engelssprekende collega dit niet zou kunnen lezen. Hij zou niet weten dat dit een aannemersbedrijf was. Toen realiseerde ik mij pas goed dat de Nederlandse identiteit onlosmakelijk verbonden is met dit eiland. Zelfs al zou je alle Nederlandse invloeden weg doen, de taal, de Nederlanders zelf, je kunt het verleden nooit wegdoen. Het verleden maakt deel uit van je identiteit. Of je het nu leuk vindt of niet. Ze heeft je gevormd, ze heeft je gemaakt tot wie je bent.

                                       -0-0-0-0-0-0-0-0-0-

“Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief?”
Drie keer wordt de vraag gesteld, drie keer geeft Petrus antwoord.
En drie keer bezegelt Jezus het antwoord van Petrus met een gezegde:
Weid mijn lammeren
Hoed mijn schapen
Weid mijn schapen.
Het is boetedoening en bevestiging ineen.

Drie keer wordt Petrus herinnerd aan het verraad dat hij pleegde.
Drie keer belijdt hij ook zijn geloof en vertrouwen, zijn hoop en zijn liefde voor zijn Heer. Door niet weg te lopen voor zijn verleden, zich niet te verdedigen of te verontschuldigen, maar het pijnlijk te erkennen als een gemis, een tekort, een duistere kant van hem zelf, wordt een nieuwe Petrus geboren. Petrus wordt de hoeder van de kudde van de Heer.
“Volg mij.”
Petrus wordt de erfgenaam van Abraham, Isaak en Jacob, van Jozef, Mozes, David en Jezus van Nazareth. Het gebeurde tijdens een wandeling, op Paasmorgen. En het werd een nieuwe dag.

En het werd een nieuwe dag…
Petrus heeft zich verzoend met de donkere kant van zich zelf.
Jezus geeft hem de kans om opnieuw ‘Ja’ te zeggen tegen de Openbaring van Israël.
Volmondig deze keer, gerijpt, doorleefd.

Dit is Pasen,
Dit is opstanding.
Je fouten, ze worden je niet ingewreven,
Je wordt geheeld, je wordt een heel mens, een mens uit één stuk.
Een mens die niet meer wegloopt voor de donkere kanten in jezelf, voor het duister dat je bedreigt.
Je wordt een betere versie van wie je was.

Verzoening kan niet zonder liefde.
Verzoening gaat de schuldvraag voorbij.
Alleen in het licht van de liefde kan het tekort worden geheeld.

‘Heb me lief’, zegt Jezus.
Heb dit lichaam lief.
Jezus, zoon van God, Gods belichaming op aarde.
Meer vraagt Jezus niet: ‘Heb me lief en leef uit mijn liefde.’
Amen.

 
 
Preek Paasmorgen 2020 Preek Paasmorgen 2020
Preek: Opgericht leven

Gemeente van Christus, lieve mensen van God,

Getshemane, die nacht moest eenmaal komen.
De Heiland heeft bewust die weg genomen.
Hij laat zijn doel niet los, wijkt niet terzijde,
aanvaardt het lijden.

Aanvaardt het lijden…
Op Witte Donderdag werd ik ineens geraakt door deze zin, uit dit lied, gezang 180, dat traditiegetrouw op Witte Donderdag gezongen wordt, omdat het zo mooi de overgang maakt tussen het Laatste Avondmaal en de lijdensweg van Goede Vrijdag. Jezus staat op om op weg te gaan naar een tuin, daar wordt Hij verraden en opgepakt. Om op een heuvel buiten Jeruzalem te sterven en in een graf in een olijfgaard, ook een tuin, te worden begraven.

Aanvaardt het lijden…
Kunnen wij dat nog?
In deze tijd waarin voor alles een oplossing moet worden gezocht.
In deze tijd waarin ongemak een ongemakkelijk gespreksonderwerp is geworden, en gereduceerd tot iets ‘waar iets aan kan worden gedaan’.
Maar moet dat dan ook?

Mensen zijn slim, en ik ben dankbaar voor de technische vooruitgang, waardoor we centrale verwarming hebben, er warm water uit de douche komt. Ik maak dankbaar gebruik van het vliegtuig om naar andere landen te kunnen reizen – weliswaar nu even niet, maar ooit zal deze crisis toch overgaan – de auto, de trein, ze hebben onze wereld onvoorstelbaar veel groter gemaakt, andere werelden binnen handbereik gebracht.

In de supermarkt liggen avocado’s en mango’s, in de winter boontjes uit Ethiopië, we hoeven ons niet meer tevreden te stellen met enkel peen en ui in het seizoen waarin er bij ons niet veel groeit. De medische zorg is buitengewoon goed: een keizersnee, een heup- of knieoperatie, zelfs een open-hart operatie, het is routine geworden. Natuurlijk, een ziekenhuisopname is altijd spannend, maar de medische zorg is zo goed, het gaat nauwelijks nog mis.

En toch… nieuwe oplossingen roepen ook weer nieuwe vragen op.
Een echtpaar met een kindje met het syndroom van Down… dat had er toch niet hoeven zijn? Ongewenste kinderloosheid… dat hoeft toch niet meer tegenwoordig? Van heel dichtbij heb ik de pijn gezien waarmee deze echtparen worstelen. Naast gevoelens van verdriet, teleurstelling en gemis, is er de worsteling met het onbegrip van de omgeving.

Nieuwe technische mogelijkheden leiden niet vanzelfsprekend tot méér geluk. Zo vertelde een oudere dame mij dat het laatste levensjaar van  haar man bestond uit zoveel ziekenhuisbezoek dat ze niet toekwamen aan het gezamenlijk verwerken van het weten dat hij zou sterven. De therapie was enkel levensverlengende therapie, haar man zou niet meer beter worden. Na zijn dood heeft ze hier veel last van gehad en had ze spijt dat ze zomaar het advies van de artsen had opgevolgd en niet naar haar eigen verlangens heeft geluisterd.

Aanvaardt het lijden…
Dat is moeilijk geworden in onze tijd. We kunnen zoveel en we denken dat we het ook allemaal zelf moeten oplossen. Als we falen is het onze eigen schuld. Dan hebben we niet hard genoeg gewerkt. Waren we niet slim genoeg. We schamen ons. We leggen zoveel druk op onszelf. We moeten zoveel van onszelf. En de jongere generatie, de generatie van mijn dochter, de twintigers, zij worden nog eens extra hard geraakt. Want naast een offline wereld, wonen zij in een online wereld.

Instagram en Facebook laten mooie plaatjes zien, maar zelden hoe het leven echt is. Er is geen geur, geen tastgevoel, geen smaak, alleen de oren en ogen worden aangesproken. Het is niet compleet, het blijft aan de oppervlakte, het is enkel buitenkant.

‘De HEER zal voor u strijden, u hoeft zelf niets te doen…’
Woorden van Mozes aan een totaal in de paniek geschoten volk Israël. Eindelijk hebben ze de moed gevonden om op te staan en weg te gaan uit het land dat hen gevangen hield, een land zonder toekomst, en nu, bij de eerste tegenslag: de zee die ze moeten oversteken en die als een eindeloos grote watermassa voor hen ligt, met het leger van farao op de hielen, voelen ze zich kansloos. Nog even en ze worden in de pan gehakt. Dan ben je echt dood, dan kun je toch beter een doods bestaan leven in een land zonder toekomst, want dan leef je tenminste… of toch niet?

‘Wees niet bang, wacht rustig af…’
We kunnen ons wel iets van de paniek van het volk Israël voorstellen, nu het coronavirus als een pandemie over de wereld uitwaaiert. Geen leger van farao, maar net zo bedreigend. En het is bepaald niet makkelijk, om niet bang te zijn, om rustig af te wachten, om te geloven dat we zelf niets hoeven doen, maar dat de HEER voor ons zal strijden.

Levensvragen gaan niet over het vinden van oplossingen. Natuurlijk, het zou een uitkomst zijn als er een vaccin geworden wordt tegen het coronavirus. Dan kunnen we ons oude leven weer oppakken. Dan wordt alles weer normaal. Maar in de tussentijd ben je uitgeleverd aan de angst en de onzekerheid, chaosmachten, onrust. Levensvragen gaan over wat jouzelf beweegt. Onder die laag van paniek en opgezweepte emoties zit een bron van rust, overgave. Aanvaardt het lijden… Ze zijn er nu eenmaal die gevoelens, maar stop ze niet weg, kijk ernaar en zie dan wat ze jou te vertellen hebben.  ‘Duik in je weeën’, toen ik zwanger was heb ik veel gehad aan dit standaardwerk over bevallen. Verzet bemoeilijkt de geboorte alleen maar.

In je pijn duiken is confronterend en roept op zichzelf al angstgevoelens op. Maria van Magdala komt bij het graf, ze ziet dat de steen is weggerold, maar ze gaat niet naar binnen. Te pijnlijk, te confronterend. Dat dit er ook nog eens bij komt: lijkenschennis! Het lichaam van de Heer is weggehaald. Ze roept twee andere leerlingen erbij, de ene gaat niet naar binnen, de andere wel, maar hij begrijpt niet wat hij ziet.

Levensvragen onderzoeken gaat met omwegen, een klip en klaar antwoord krijg je nooit. Het is als zoeken en tasten in het donker, je ziet het niet direct. Een zetje kan helpen, Simon Petrus is niet bang en helpt de andere leerling over de streep, die gaat naar binnen en gelooft. Begrijpen doet hij het nog niet, maar het begin van vertrouwen in een goede afloop is er. Samen kunnen ze weer verder. Met veel vragen, nog niet alles is helder, maar ze kunnen verder, ze gaan terug naar huis.

Dat geldt niet voor Maria, ze blijft talmen bij het graf, durft nog altijd niet naar binnen, ze is verscheurd door verdriet en blijft maar huilen. Ze blijft hangen in haar eigen vooronderstelling: ‘ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar Hij nu is’, ze blijft denken in de verkeerde richting, namelijk: hij is dood, hij is weggehaald, ze wil hem nog zo graag de laatste eer bewijzen en zelfs dat wordt haar nu ontzegd.

Typisch is het, als je erover nadenkt, dat Maria van Magdala wel contact zocht met Simon Petrus en de andere leerling, maar dat zij, nadat ze gezien hadden en een eerste inzicht, een eerste vorm van geloof en hoop in hen begon te groeien, dat zij geen contact zochten met Maria. Maar, misschien konden ze haar niet bereiken. Je kunt zo vast zitten in verdriet dat je onbereikbaar wordt. Zelfs als de Levende voor haar staat, herkent Maria hem niet. Pas als Hij haar naam roept, herkent ze hem.

Bij je naam geroepen worden, dat is aangesproken worden op je essentie, op je wezen, je identiteit. Bij je naam geroepen worden is als wakker worden: ja, dit ben ik, daar geloof ik in, dit zijn mijn verlangens, dit wil ik bereiken, hier wil ik voor leven.

Onherroepelijk is de dood van al wat leeft. De lichamelijke dood is een realiteit. Onsterfelijk is niemand. Onafwendbaar komt de schaduw van de dood in zicht. Toch worden wij geroepen om uit de schaduw van de dood – alles wat ons belemmert het volle leven te leven – te komen. Om te leven! Een leven in slavernij is geen leven. Dit is niet wat God wilde, toen hij zijn scheppingswerk begon op die eerste dag.

Wij mogen er zijn zoals wij zijn, in het volle licht van het leven. Steeds opnieuw wordt ons deze vrijheid aangereikt. Steeds opnieuw mogen wij uit de schaduw tevoorschijn komen. De dood is haar angel verloren want de liefde heeft haar overwonnen.  Hoe dat werkt, weten we niet, we kunnen er alleen maar met verwondering en ontzag naar kijken, er voor open staan zoals de leerling van wie Jezus veel hield.

Maria uit Magdala is de eerste aan wie Jezus verscheen als de Levende. Zij komt uit de schaduw van de verlatenheid en dood tevoorschijn omdat hij haar bij name roept. Ze is niet alleen, ze staat er niet alleen voor, er is een kracht die helpt.  Zo ontvangt ze de kracht om op te staan en met haar leven door te gaan. Een opgericht leven.

Een web van tranen hing
rondom. En ik zag niet,
gesponnen in verdriet,
de gouden glinstering

van ’t allereerste licht
in mijn betraande oog, -
hoe daar een regenboog
van troost werd opgericht.

Ik doolde vragend rond.
De hemel doof en stom,
het eeuwige waarom
bestorven in mijn mond.

Mijn leven leek voorbij.
Ik zocht in diepe nacht
waar mijn verleden lag.
Mijn liefste, waar was hij?

Maar hij was zo nabij!
Met liefde onverbloemd
heeft hij mijn naam genoemd.
Nu weet ik mij bevrijd

de toekomst aan te gaan.
zijn stem heeft mij bekoord
als levenwekkend woord,
als vraag om op te staan.

Mijn ommekeer  werd hij,
mijn doop en opstanding!
Ik schrei niet meer, ik zing
mij aan de nacht voorbij.

Boven de lege tuin
vlamt toch de nieuwe dag.
De hemel hijst de vlag
en steekt weer de bazuin!

Amen
 
 
Liturgie zondag 19 april 2020

Liturgie zondag 19 april 2020
              Thema: Heb mij lief – over Verzoening

Welkom en mededelingen

Stilte

Aanvangslied: lied 280, vers 1, 2, 3, 5 en 7

De vreugde voert ons naar dit huis
waar ’t woord aan ons geschiedt.
God roept zijn naam over ons uit
en wekt in ons het lied.

Dit huis van hout en steen dat lang
de stormen heeft doorstaan,
waar nog de wolk gebeden hangt
van wie zijn voorgegaan,

dit huis, dat alle sporen draagt
van wie maar mensen zijn,
de pijler die het alles schraagt,
wilt Gij die voor ons zijn?

Onthul ons dan uw aangezicht,
uw naam, die met ons gaat
en heilig ons hier met uw licht,
uw voorbedachte raad.

Dit huis slijt met ons aan de tijd,
maar blijven zal de kracht
die wie hier schuilen verder leidt
tot alles is volbracht.

Votum en groet

Zingen lied: 601, Licht dat ons aanstoot in de morgen

Licht dat ons aanstoot in de morgen,
voortijdig licht waarin wij staan
koud, één voor één, en ongeborgen,
licht overdek mij, vuur mij aan.
Dat ik niet uitval, dat wij allen
zo zwaar en droevig als wij zijn
niet uit elkaars genade vallen
en doelloos en onvindbaar zijn.

Licht, van mijn stad de stedehouder,
aanhoudend licht dat overwint.
Vaderlijk licht, steevaste schouder,
Draag mij, ik ben jouw kijkend kind.
Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen
of ergens al de wereld daagt
waar mensen waardig leven mogen
en elk zijn naam in vrede draagt.

Alles zal zwichten en verwaaien
wat op het licht niet is geijkt.
Taal zal alleen verwoesting zaaien
en van ons doen geen daad beklijft.
Veelstemmig licht, om aan te horen
zolang ons hart nog slagen geeft.
Liefste der mensen, eerstgeboren,
licht, laatste woord van Hem die leeft.

Kyriegebed

Gloria: lied 637: O vlam van Pasen, steek ons aan

O vlam van Pasen, steek ons aan,
de Heer is waarlijk opgestaan!
De Zoon, voor wie het duister zwicht,
de Zoon is als de zon, zo licht!

De Vader laat niet in het graf
zijn kind dat zoveel vreugde gaf,
Hij tilt het uit de kille grond –
het loopt als vuur de wereld rond.

De Oude nacht voorgoed gedood,
de toekomst kleurt de morgen rood;
ziehier hoe God vergevend is
en hoe zijn liefde levend is.

Ziehier het licht van lange duur,
ziehier de Zoon, de zon, het vuur;
o vlam van Pasen, steek ons aan –
de Heer is waarlijk opgestaan!

Gebed bij de opening van het Woord

Eerste schriftlezing: Johannes 21: 1-14

Zingen: Lied 644, Terwijl wij Hem bewenen

Terwijl wij Hem bewenen,
omdat Hij van ons ging,
is Hij aan ons verschenen
in zijn verheerlijking.

Terwijl wij om Hem treuren,
toont Hij ons hand en voet.
Hij komt door dichte deuren,
Hij spreekt zijn vredegroet.

Terwijl wij van hem spreken,
is Hij in onze kring
om ons het brood te breken
van zijn verkondiging.

Opdat wij zouden weten,
wat ons te hopen staat,
vraagt Hij ons om te eten:
een vis, een honingraat.

Hij is de Heer en koning,
die eeuwig bij ons is.
zijn woorden zijn als honing,
zijn naam is als een vis.

Tweede schriftlezing: Johannes 21:15-25

Zingen: lied 642, Ik zeg het allen dat Hij leeft, vers 1 t/m 5

Ik zeg het allen, dat Hij leeft,
dat Hij is opgestaan,
dat met zijn Geest Hij ons omgeeft
waar wij ook staan of gaan.

Ik zeg het allen, en de mond
van allen zegt het voort,
tot over ’t ganse wereldrond
de nieuwe morgen gloort.

Nu schijnt ons deze wereld pas
der mensen vaderland:
een leven dat verborgen was
ontvangen we uit zijn hand.

Ten onder ging de sterke dood,
ten onder in de vloed;
nu straalt ons in het morgenrood
zijn toekomst tegemoet.

De donkere weg die Hij betrad
komt uit in ’t hemelrijk,
en wie Hem volgen op dat pad,
worden aan Hem gelijk.

Preek

Orgelspel

Zingen: lied 289, Heer, het licht van uw liefde schittert

Heer, het licht van uw liefde schittert,
schijnt in donkere diepten, schittert;
Jezus, licht voor de wereld, verlicht ons
door de waarheid die u geeft, bevrijd ons.
Schijn op mij, schijn op mij.

Refrein:
Kom Jezus kom, vul dit land met uw Vaders glorie;
blaas, Geest, ons aan, zet ons hart in vlam,
stroom, overstroom, alle naties met uw genade.
Geef ons uw woord, Heer, ontsteek hier het licht.

Heer, ik kom in uw stralend schijnsel,
uit de schaduw in uw nabijheid;
door uw Zoon mag ik staan in uw luister,
toets mij, test mij, verteer al mijn duister.
Schijn op mij, schijn op mij.
Refrein

Heer, hoe meer wij uw helder licht zien
en de weerglans op ons gezicht zien, -
zal ons leven voor anderen stralen,
het verhaal van uw liefde vertalen.
Schijn in mij, schijn door mij.
Refrein.

Dank- en voorbeden – stil gebed – Onze Vader

Collecte-aankondiging

Slotlied: lied 657, vers 1, 3 en 4

Zolang wij ademhalen
schept Gij in ons de kracht
om zingend te vertalen
waartoe wij zijn gedacht:
elkaar zijn wij gegeven
tot kleur en samenklank.
De lofzang om het leven
geeft stem aan onze dank.

Het donker kan verbleken
door psalmen in de nacht.
De muren kunnen vallen:
zing dan uit alle macht!
God, laat het nooit ontbreken
aan hemelhoog gezang,
waarvan de wijs ons tekent
dit lieve leven lang.

Ons lied wordt steeds gedragen
door vleugels van de hoop.
Het stijgt de angst te boven
om leven dat verloopt.
Het zingt van vergezichten,
het ademt van uw Geest.
In ons gezang mag lichten
het komend bruiloftsfeest.

Wegzending en zegen

Gezongen amen
 
 
Liturgie Paasmorgen 12 april 2020

Liturgie Paasmorgen 12 april 2020
Thema: Opgericht leven

Welkom en mededelingen

Stilte

Aanvangslied: NLB 634, U zij de glorie

U, zij de glorie,  opgestane Heer,
U zij de victorie, U zij alle eer!
Alle menselijk lijden hebt Gij ondergaan
om ons te bevrijden tot een nieuw bestaan;
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, U zij alle eer!

Licht moge stralen in de duisternis,
nieuwe vrede dalen waar geen hoop meer is.
Geef ons dan te leven in het nieuwe licht,
wil het woord ons geven dat hier vrede sticht:
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, U zij alle eer!

Votum en groet

Aansteken Paaskaars
Als de paaskaars is aangestoken zeggen we:
  1.            Licht sterker dan de nacht!
  1.            Licht sterker dan de nacht!

Zingen: Tussentijds, lied 169, de Heer is waarlijk opgestaan

Refrein: De Heer is waarlijk opgestaan, halleluja
  1. Jezus deed de dood teniet. Zing daarom het hoogste lied. Refrein.
  2. Vrouwen uit Jeruzalem, kwamen vroeg en zochten Hem. Refrein.
  3. En hoe groot was hun verdriet, want zij vonden Jezus niet. Refrein.
  4. Maar een engel sprak hen aan: ‘Die gij zoekt is opgestaan.’ Refrein.
  5. ‘Denkt toch aan zijn eigen woord, dat gij vroeger hebt gehoord.’ Refrein.
  6. ‘Hij de grote mensenzoon, gaat door ’t graf heen naar zijn troon.’ Refrein.
  7. ‘Zoekt Hem bij de doden niet, maar zingt mee het hoogste lied.’ Refrein.
Gedicht: Leed

Tenslotte kraait de haan. Het morgenlicht
springt als een hinde uit het struikgewas.

Ik laat het dal van de nacht achter mij
en voor mij ligt een vlakte, uw dag.

Ik voel, nu de warmte zich nestelt,
hoe koud de duisternis was. Verzet
wekte zij, ik dreef van het zweet.

Licht is overgave, wijs mij uw weg
naar de rivier waar ik me languit
neerleggen kan tot ik gereinigd ben.
Anton Ent, bij psalm 22

Zingen: psalm 22 vers 10 en 10

Want geenszins achtte mij de Heer gering,
die lag vernederd in vernedering.
Hij heeft mijn leven aan vernietiging
niet prijsgegeven!
Hij heeft zijn aanschijn over mij verheven
en op mijn woord, dat met geween en klagen
oprees tot Hem om zijne hulp te vragen,
heeft Hij gehoord!

Van U komt, Heer, het loflied dat ik zing:
laat mij vergelden al wat ik ontving.
Laat mij U loven in de grote kring
van die U vrezen!
Gij nedrig volk, gij zult gezeten wezen
aan een festijn! Die God zoekt, moet Hem prijzen!
O, haal uw hart op aan zijn gunstbewijzen,
die eeuwig zijn.

Kyriegebed
Eindigend met:

V. Met christenen over de hele wereld zingen wij voor de Levende
A. NLB 117d, Laudate onmnes gentes (Alle volken loof de Heer)  3 keer

Laudate omnes gentes, laudate Dominum
Laudate omnes gentes, laudate Dominum

Laudate omnes gentes, laudate Dominum
Laudate omnes gentes, laudate Dominum

Laudate omnes gentes, laudate Dominum
Laudate omnes gentes, laudate Dominum

Glorialied: NLB 624, Christus onze Heer, verrees
Christus, onze Heer, verrees, halleluja
Heilige dag na angst en vrees, halleluja
Die verhoogd werd aan het kruis, halleluja
bracht ons in Gods vrijheid thuis, halleluja

Prijs nu Christus in ons lied, halleluja,
die in heerlijkheid gebiedt, halleluja,
die aanvaardde kruis en graf, halleluja,
dat Hij zondaars ’t leven gaf, halleluja!

Maar zijn lijden en zijn strijd, halleluja,
heeft verzoening ons bereid, halleluja!
Nu is Hij der hemelen Heer, halleluja!
Engelen jubelen Hem ter eer, halleluja!

Gebed bij de opening van het Woord

Eerste schriftlezing: Exodus 14:9-14

De Egyptenaren achtervolgden hen, en haalden hen in bij Pi-Hachirot, waar het volk van Israël zijn kamp had opgeslagen, dicht bij de zee, tegenover Baäl-Sefon. Toen de Israëlieten de farao zagen naderen, met al zijn paarden, wagens en ruiters en al zijn voetvolk, werden ze doodsbang en riepen ze de HEER luidkeels om hulp. Ze zeiden tegen Mozes: ‘Waren er soms in Egypte geen graven, dat u ons hebt meegenomen om in de woestijn te sterven? Hoe kon u ons dit aandoen! Waarom hebt u ons uit Egypte weggehaald? Hebben we niet al in Egypte gezegd: “Laat ons toch met rust, laat ons maar als slaven voor de Egyptenaren werken, want dat is altijd nog beter dan om te komen in de woestijn?” Maar Mozes antwoordde het volk: ‘Wees niet bang, wacht rustig af. Dan zult u zien hoe de HEER vandaag voor u de overwinning behaalt. De Egyptenaren die u daar nu ziet, zult u hierna nooit meer terugzien. De HEER zal voor u strijden, u hoeft zelf niets te doen.’

Zingen: NLB 630, Sta op! Een morgen ongedacht…

Sta op! Een morgen ongedacht,
Gods dag is aangebroken,
er is in één bewogen nacht
een nieuwe lente ontloken.
Het leven brak door aarde en steen,
uit alle wonderen om u heen
spreekt, dat God heeft gesproken.

Hij heeft gezegd: Gij mens, kom uit,
open uw dode oren;
kom uit het graf dat u omsluit,
kom uit en word geboren!
Toen heeft zich in het vroegste licht
de nieuwe Adam opgericht,
ons allen lang tevoren.

Al wat ten dode was gedoemd
mag nu de hoop herwinnen;
bloemen en vogels, - alles roemt
Hem als in den beginne.
Keerde de Heer der schepping weer,
dan is het tevergeefs niet meer
te bloeien en te minnen.

Tweede schriftlezing: Johannes 20:1-18

Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald. Ze liep snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze hem nu neergelegd hebben.’ Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en hij kwam als eerste bij het graf. Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. Want ze hadden uit de schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan. De leerlingen gingen terug naar huis. Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd.’ Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’). ‘Houd me niet langer vast, zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.

Zingen: lied 221: Zo vriendelijk en veilig als het licht

Zo vriendelijk en veilig als het licht,
zo als een mantel om mij heen geslagen,
zo is mijn God, ik zoek zijn aangezicht,
ik roep zijn naam, bestorm Hem met mijn vragen,
dat Hij mij maakt, dat Hij mijn wezen richt.
Wil mij behoeden en op handen dragen.

Want waar ben ik, als Gij niet wijd en zijd
waakt over mij en over al mijn gangen.
Wie zou ik worden, waart Gij niet bereid
Om, als ik val, mij telkens op te vangen.
Ik leef niet echt, als Gij niet met mij zijt.
Ik moet in lief en leed naar U verlangen.

Spreek Gij het woord dat mij vertroosting geeft,
dat mij bevrijdt en opneemt in uw vrede.
Ontsteek die vreugde die geen einde heeft,
wil alle liefde aan uw mens besteden.
Wees Gij vandaag mijn brood, zowaar Gij leeft –
Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden.

Preek

Meditatief orgelspel

Zingen: NLB 637, O vlam van Pasen, steek ons aan

O vlam van Pasen, steek ons aan,
de Heer is waarlijk opgestaan!
De Zoon, voor wie het duister zwicht,
de Zoon is als de zon, zo licht!

De Vader laat niet in het graf
zijn kind dat zoveel vreugde gaf,
Hij tilt het uit de kille grond –
het loopt als vuur de wereld rond.

De Oude nacht voorgoed gedood,
de toekomst kleurt de morgen rood;
ziehier hoe God vergevend is
en hoe zijn liefde levend is.

Ziehier het licht van lange duur,
ziehier de Zoon, de zon, het vuur;
o vlam van Pasen, steek ons aan –
de Heer is waarlijk opgestaan!

Dank- en voorbeden, stil gebed, onze Vader

Collecteaankondiging

Slotlied: 642, Ik zeg het allen dat Hij leeft, verzen 1, 2, 4, 5 en 8

Ik zeg het allen, dat Hij leeft,
dat Hij is opgestaan,
dat met zijn Geest Hij ons omgeeft
waar wij ook staan of gaan.

Ik zeg het allen, en de mond
van allen zegt het voort,
tot over ’t ganse wereldrond
de nieuwe morgen gloort.

Ten onder ging de sterke dood,
ten onder in de vloed;
nu straalt ons in het morgenrood
zijn toekomst tegemoet.

De donkere weg die Hij betrad
komt uit in ’t hemelrijk,
en wie Hem volgen op dat pad,
worden aan Hem gelijk.

’t Is feest, omdat Hij bij ons is,
de Heer die eeuwig leeft
en die in zijn verrijzenis
alles herschapen heeft.

Wegzending en zegen

Gezongen amen





 
 
Paaskaars 2020

Paaskaars 2020
Paaskaars 2020
 
Liturgie Paaswake 11 april 2020

Liturgie Paaswake 11 april 2020
Thema: een teken van leven

Welkom en mededelingen

Voor het binnendragen van de Paaskaars

Voorganger
Christus, gisteren en heden,
Begin en einde – Alfa en Omega,
Hem behoren tijd en eeuwigheid,
Heerlijkheid en heerschappij,
In de eeuwen der eeuwen.
Amen.

Tijdens het binnendragen: zingen en luisteren naar lied 598

https://youtu.be/W7M7lHjm5gQ
Als alles duister is,
ontsteek dan een lichtend vuur
dat nooit meer dooft,
vuur dat nooit meer dooft.

Als de kaars op de standaard is geplaatst

Voorganger
Het licht van Christus
die in heerlijkheid verrezen is,
moge de duisternis
uit ons leven verdrijven.

De nacht is voorbijgegaan,
de dag is aangebroken:
de zon der gerechtigheid
gaat over ons op.
Amen.

Zingen: lied 600

Licht, ontloken aan het donker,
licht, gebroken uit de steen,
licht, waarachtig levensteken,
werp uw waarheid om ons heen!

Licht, geschapen, uitgesproken,
licht, dat straalt van Gods gelaat,
licht uit licht, uit God geboren,
groet ons als de dageraad!

Licht, aan liefde aangestoken,
licht, dat door het donker brandt,
licht, jij lieve lentebode,
zet de nacht in vuur en vlam!

Licht verschenen uit den hoge,
licht, gedompeld in de dood,
licht, onstuitbaar, niet te doven,
zegen ons met morgenrood!

Licht, straal hier in onze ogen,
licht, breek uit in duizendvoud,
licht, kom met ons stralen tooien,
ga ons voor van hand tot hand!

HERDENKEN VAN DE VERHALEN

Eerste schriftlezing: Genesis 1:1-2:3
 In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water. God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht. God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis; het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.

God zei: “Er moet midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt’. En zo gebeurde het. God maakte het gewelf en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven. Hij noemde het gewelf hemel. Het werd avond en het werd morgen. De tweede dag.

God zei: ‘Het water onder de hemel moet naar een plaats stromen, zodat er droog land verschijnt.’ En zo gebeurde het. Het droge noemde hij aarde, het samengestroomde water noemde hij zee. En God zag dat het goed was. God zei: ‘Overal op aarde moet jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten dragen met zaad erin.’ En zo gebeurde het. De aarde bracht jong groen voort: allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd morgen. De derde dag.

God zei: ‘Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren, en ze moeten dienen als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde.’ En zo gebeurde het. God maakte de twee grote lichten, het grootste om over de dag te heersen, het kleine om over de nacht te heersen, en ook de sterren. Hij plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde, om te heersen over de dag en de nacht en om het licht te scheiden van de duisternis. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het morgen. De vierde dag.

God zei: ‘Het water moet wemelen van levende wezens, en boven de aarde, langs het hemelgewelf, moeten vogels vliegen.’ En hij schiep de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en ook alles wat vleugels heeft. En God zag dat het goed was. God zegende ze met de woorden: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en vul het water van de zee. En ook de vogels moeten talrijk worden, overal op aarde.’ Het werd avond en het werd morgen, de vijfde dag.

God zei: ‘De aarde moet allerlei levende wezens voortbrengen: vee, kruipende dieren en wilde dieren.’ En zo gebeurde het. God maakte alle soorten in het wild levende dieren, al het vee en alles wat er op de aardbodem rondkruipt. En God zag dat het goed was. God zei: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken; zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’ God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen. Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag, heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’ Ook zei God: ‘Hierbij geef ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn. Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondlopen, geef ik de groene planten tot voedsel.’ En zo gebeurde het. God keek naar alles wat hij gemaakt had en zag dat het zeer goed was. Het werd avond en het werd morgen. De zesde dag.

Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid. Op de zevende dag had God zijn werk voltooid, op die dag rustte hij van het werk dat hij gedaan had. God zegende de zevende dag en verklaarde die heilig, want op die dag rustte hij van heel zijn scheppingswerk.

Zingen lied 513, God heeft het eerste woord
God heeft het eerste woord.
Hij heeft in den beginne
het licht doen overwinnen,
Hij spreekt nog altijd voort.

God heeft het eerste woord.
Voor wij ter wereld kwamen,
riep Hij ons reeds bij name,
zijn roep wordt nog gehoord.

God heeft het laatste woord.
Wat Hij van oudsher zeide,
wordt aan het eind der tijden
in heel zijn rijk gehoord.

God staat aan het begin
en Hij komt aan het einde.
Zijn woord is van het zijnde
oorsprong en doel en zin.

Gebed

Tweede schriftlezing: Genesis 22:1-18
Enige tijd later stelde God Abraham op de proef. ‘Abraham!’ zei hij. ‘Ik luister,’ antwoordde Abraham. ‘Roep je zoon, je enige, van wie je zoveel houdt, Isaak, en ga met hem naar het gebied waarin de Moria ligt. Daar moet je hem offeren op een berg die ik je wijzen zal.’ De volgende morgen stond Abraham vroeg op. Hij zadelde zijn ezel, nam twee van zijn knechten en zijn zoon Isaak met zich mee, hakte hout voor het offer en ging op weg naar de plaats waarover God had gesproken. Op de derde dag zag Abraham die plaats in de verte liggen. Toen zei hij tegen de knechten: ‘Blijven jullie hier met de ezel. Ikzelf ga met de jongen verder om daarginds neer te knielen. Daarna komen we naar jullie terug.’ Hij pakte het hout voor het offer, legde het op de schouders van zijn zoon Isaak en nam zelf het vuur en het mes. Zo gingen zij samen verder. ‘Vader,’ zei Isaak. ‘Wat wil je me zeggen, mijn jongen?’ antwoordde Abraham. ‘We hebben vuur en hout.’ Zei Isaak, ‘maar waar is het lam voor het offer?’ Abraham antwoordde: ‘God zal zich zelf van een offerlam voorzien, mijn jongen.’ En samen gingen zij verder. Toen ze waren aangekomen bij de plaats waarover God had gesproken, bouwde Abraham daar een altaar, schikte het hout erop, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, op het hout. Toen pakte hij het mes om zijn zoon te slachten. Maar een engel van de HEER riep vanuit de hemel: ‘Abraham, Abraham!’ ‘Ik luister,’ antwoordde hij. ‘Raak de jongen niet aan, doe hem niets! Want nu weet ik dat je ontzag voor God hebt: je hebt mij je zoon, je enige, niet willen onthouden.’ Toen Abraham opkeek, zag hij een ram die met zijn horens verstrikt was geraakt in de struiken. Hij pakte het dier en offerde dat in de plaats van zijn zoon. Abraham noemde die plaats ‘De HEER zal erin voorzien’, vandaar dat men tot op de dag van vandaag zegt: ‘Op de berg van de HEER zal erin voorzien worden.’ Toen sprak de engel van de HEER opnieuw vanuit de hemel tot Abraham. Hij zei: ‘Ik zweer bij mijzelf – spreekt de HEER: Omdat je dit gedaan hebt, omdat je mij je zoon, je enige, niet hebt onthouden, zal ik je rijkelijk zegenen en je zoveel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn en zandkorrels op het strand langs de zee, en je nakomelingen zullen de steden van hun vijanden in bezit krijgen. En alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jouw nakomelingen. Want jij hebt naar mij geluisterd.

Zingen: psalm 66: 5 en 7
Ik kom met gaven in mijn handen.
Zie, tot uw tempel treedt uw knecht
en brengt U, Heer de offerranden,
U in benauwdheid toegezegd.
Brandoffers wil ik U bereiden
en zoete geuren op doen gaan.
Ik wil U heel mijn leven wijden;
aanvaardt het, neem mijn offer aan.

De naam des Heren zij geprezen!
Hij, die getrouw is en nabij,
heeft mijn gebed niet afgewezen.
De Heer is goed geweest voor mij.

Gebed

Derde schriftlezing: Exodus 14:15-22
De HEER zei tegen Mozes: ‘Waarom roep je mij te hulp? Zeg tegen de Israëlieten dat ze verder trekken. Jij moet je staf geheven houden boven de zee en zo het water splijten, zodat de Israëlieten dwars door de zee kunnen gaan, over droog land. Ik zal de Egyptenaren onverzettelijk maken zodat ze hen achterna gaan, en dan zal ik mijn majesteit tonen door de farao en zijn hele leger, zijn wagens en zijn ruiters, ten val te brengen. De Egyptenaren zullen beseffen dat ik de HEER ben, als ik in mijn majesteit de farao, met als zijn wagens en ruiters, ten val heb gebracht.’ De engel van God, die steeds voor het leger van de Israëlieten uit was gegaan, stelde zich achter hen op. Zodat hij tussen het leger van de Egyptenaren en dat van de Israëlieten kwam te staan. Aan de ene kant bracht de wolk duisternis, aan de andere kant verlichtte de vuurzuil de nacht. Die hele nacht konden de legers niet bij elkaar komen. Toen hield Mozes zijn arm boven de zee, en de HEER liet de zee terugwijken door gedurende de hele nacht een krachtige oostenwind te laten waaien. Hij veranderde de zee in droog land. Het water spleet, en zo konden de Israëlieten dwars door de zee gaan, over droog land; rechts en links van hen rees het water op als een muur.

Zingen: lied 350 vers 1, 3, 4, 7, Het water van de grote vloed

Het water van de grote vloed
en van de zee zo rood als bloed,
dat is de aardse moederschoot,
dat is de diepte van de dood.

Tot ondergang zijn wij gedoemd,
als God ons niet bij name noemt,
maar God-zij-dank, Hij doet ons gaan
door ’t water van de doodsjordaan.

Wij staan geschreven in zijn hand,
Hij voert ons naar ’t beloofde land.
Als kinderen gaan wij zingend voort,
de Vader is het die ons hoort.

Gij heft de aarde aan het licht
door diepte heen en door gericht,
eens zal zij bloeien als een roos,
een dal van rozen, zondeloos!

Gebed

Vierde schriftlezing: Jesaja 54: 4-14

Eerherstel voor Jeruzalem, de bruid van de HEER

Wees niet bang; je zult niet worden beschaamd;
Wees niet bedrukt: je zult niet worden vernederd.
Je zult de schande van je jeugd vergeten,
Je de smaad van je weduwschap niet meer herinneren.
Want je maker neemt je tot vrouw,
HEER van de hemelse machten is zijn naam.
De Heilige van Israël zal je bevrijder zijn,
Men noemt hem God van de hele aarde.
Je was een verlaten, wanhopige vrouw
Toen de HEER je terugriep.
Kan iemand de vrouw van zijn jeugd verstoten? – zegt je God.
Ik heb je slechts een ogenblik verlaten,
Maar met open armen zal ik je weer ontvangen.
Ik verborg mijn gezicht voor je in laaiende toorn, voor één ogenblijk lang.
Maar ik zal me weer over je ontfermen
Met eeuwigdurende liefde, zegt de HEER, die je vrijkoopt.
Dit is voor mij als bij de vloed van Noach:
Zoals ik gezworen heb dat het water van Noach nooit meer de aarde zou overspoelen,
Zo zweer ik dat mijn toorn jou niet meer treft
En dat ik je nooit meer bedreig.
Al zouden de bergen wijken en de heuvels wankelen,
Mijn liefde zal nooit meer van jou wijken en mijn vredesverbond is onwankelbaar
 - zegt de HEER die zich over je ontfermt.
Ongelukkig, opgejaagd en ongetroost
Met fijne leem zal ik je stenen inleggen,
Op saffier zal ik je grondvesten.
Ik maak je torens van robijn,
Je poorten van beril,
Je muren van kostbare edelstenen.
Al je kinderen worden onderricht door de HEER,
Rust en vrede zal hun ten deel vallen;
Gerechtigheid zal je fundament zijn. je zult niets meer te vrezen hebben.
Onderdrukking zal je niet bereiken, voor terreur word je gevrijwaard.

Zingen: lied 601, Licht dat ons aanstoot in de morgen

Licht dat ons aanstoot in de morgen,
voortijdig licht waarin wij staan
koud, één voor één, en ongeborgen,
licht overdek mij, vuur mij aan.
Dat ik niet uitval, dat wij allen
zo zwaar en droevig als wij zijn
niet uit elkaars genade vallen
en doelloos en onvindbaar zijn.

Licht, van mijn stad de stedehouder,
aanhoudend licht dat overwint.
Vaderlijk licht, steevaste schouder,
Draag mij, ik ben jouw kijkend kind.
Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen
of ergens al de wereld daagt
waar mensen waardig leven mogen
en elk zijn naam in vrede draagt.
Alles zal zwichten en verwaaien
wat op het licht niet is geijkt.
Taal zal alleen verwoesting zaaien
en van ons doen geen daad beklijft.
Veelstemmig licht, om aan te horen
zolang ons hart nog slagen geeft.
Liefste der mensen, eerstgeboren,
licht, laatste woord van Hem die leeft.

Gebed

Vijfde schriftlezing: Ezechiël 36: 24-28
Ik leid jullie weg bij die volken, ik breng jullie bijeen uit die landen en laat je naar je eigen land terugkeren. Ik zal zuiver water over jullie uitgieten om jullie te reinigen van alles wat onrein is, van al jullie afgoden. Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe geest geven, ik zal je versteende hart uit je lichaam halen en je er een levend hart voor in de plaats geven. ik zal jullie mijn geest geven en zorgen dat jullie volgens mijn wetten leven en mijn regels in acht nemen. Jullie zullen in het land wonen dat ik aan je voorouders gegeven heb, jullie  zullen mijn volk zijn en ik zal jullie God zijn.

Zingen lied:  756: Laat komen, Heer, uw rijk
Laat komen Heer, uw rijk,
uw koninklijke dag,
toon ons uw majesteit,
Messias, uw gezag!

Waar blijft het overlang
beloofde land van God,
waar liefde en lofgezang
verdrijven leed en dood?

Dat land, het ons vanouds
vertrouwde Kanaän,
waar God zijn stad herbouwt;
Sion, waar zijt ge dan?

Zal ooit een dag bestaan
dat oorlog, haat en nijd
voorgoed zijn weggedaan,
in deze wereldtijd?

Dat alle tirannie
eens zal geleden zijn?
O sabbat Gods! En zie,
dan zal het vrede zijn!

Wij bidden, Heer, sta op
en kom in heerlijkheid!
Op U staat onze hoop
die onze herder zijt!

Uw schapen zijn in nood,
uw naam wordt niets geacht…
men breekt uw volk als brood,
men heeft ons opgejaagd.

De nacht is als een graf,
ontij heerst in het rond.
Kom van de hemel af,
o Ster van Gods verbond!

Gedicht: Zie de aarde wordt weer wakker

Zesde schriftlezing: Sefanja 3:12-20
Ik zal een arm en zwak volk binnen je muren achterlaten
dat in de naam van de HEER een toevlucht vindt.
Wie er van Israël overblijven, zullen niet langer onrecht doen,
Ze zullen geen leugens spreken,
Uit hun mond zal geen bedrieglijke taal meer klinken.
Ze zullen weiden en rustig liggen, en niemand die ze stoort.

Jubel, vrouwe Sion, zing van vreugde, Israël,
Juich met heel je hart, vrouwe Jeruzalem!
De HEER heeft het vonnis over jou tenietgedaan, en je vijand verdreven.
De HEER, de koning van Israël, is in je midden,
Je hebt geen kwaad meer te vrezen.
Op die dag zal men tegen Jeruzalem zeggen:
‘Wees niet bang, Sion!
Laat de moed niet zinken!’
De HEER, je God, zal in je midden zijn, hij is de held die je bevrijdt.
Hij zal vol blijdschap zijn, verheugd over jou,
In zijn liefde zal hij zwijgen, in zijn vreugde zal hij over je jubelen.
Alle treurenden zal ik bijeenbrengen, verzamelen wie op je feesten moesten ontbreken.
Hun vernedering drukte zwaar op de stad.
In die tijd zal ik afrekenen met je verdrukkers,
De kreupelen zal ik redden, de verstrooiden bijeenbrengen.
En hen die in de hele wereld werden veracht
zal ik met eer en roem overladen.
In die tijd breng ik jullie terug.
Ik zal jullie verzamelen, je zult met eer en roem overladen worden
door alle volken op aarde.
Met eigen ogen zullen jullie zien hoe ik je lot ten goede keer
- zegt de HEER.

Zingen: lied 286, Waar de mensen dwalen in het donker
Waar de mensen dwalen in het donker,
draai je om en zie het nieuwe licht,
zie het licht dat God ons gaf in Jezus,
zie de mens die ieder mens verlicht.

Refrein:
Want het licht is sterker dan het donker
en het daglicht overwint de nacht,
zoek je weg niet langer in het duister,
keer je om en zie Gods nieuwe dag.

Waar de mensen leiden onder onrecht
in een wereld die geen vrede vindt,
heb vertrouwen, draag het kruis met blijdschap,
er is licht dat alles overwint.

Refrein

Steek een kaars aan tegen al het duister,
als een teken in een bange tijd,
dat ons leven niet in wanhoop eindigt
dat de vrede sterker is dan strijd.

Refrein

Gebed

Luisteren naar: Het licht komt eraan: Pearl Jozefzoon

https://www.youtube.com/watch?v=dqACz_5umtU

Afsluitende woorden

Voorganger
Het licht is ons voorgegaan
En straalt als een lopend vuur.
Het wijst ons de weg hoe wij
In vrede kunnen gaan.
Dit licht is voor ons de zon!
Het zegt hoe de goede God
het donker van onze nacht
met liefde overwon.

Zending en zegen

V. Gaat heen in de vrede van de Heer. Halleluja.
A. God zij lof en dank. Halleluja.

Slotlied: psalm 150, Looft God, looft hem overal
Loof God, Loof Hem overal.
Loof de koning van ’t heelal
om zijn wonderbare macht,
om de heerlijkheid en kracht
van zijn naam en eeuwig wezen.
Loof de daden groot en goed,
die Hij triomferend doet.
Hem zij eer, Hij zij geprezen.

Hef, bazuin, uw gouden stem,
harp en fluit, verheerlijk Hem!
Citer, cimbel, tamboerijn,
laat uw maat de maatslag zijn
van Gods ongemeten wezen,
opdat zinge al wat leeft,
juiche al wat adem heeft
tot Gods eer. Hij zij geprezen.




 
 
Liturgie Goede Vrijdag 10 april 2020

Liturgie Goede Vrijdag 10 april 2020
Thema: Gewond leven

Woord van welkom

Stilte

Zingen lied 558: vers 1, 5, 6, 8, 9 en 10

Jezus om uw lijden groot,
om uw leven en uw dood
die volbrengen ’t recht van God,
Kyrie eleison.

Here, om uw bloedig zweet,
als Ge alleen de wijnpers treedt,
om de kelk vol bitter leed,
Kyrie eleison.

Om het zwijgen, het geduld,
waarmee Gij de wet vervult,
als men vruchtloos zoekt naar schuld,
Kyrie eleison.

Om de doornen van uw kroon,
om de geseling en de hoon,
roepen wij, o Mensenzoon,
Kyrie eleison.

Heer, om uw vijf wonden rood,
om uw onverdiende dood,
smeken wij in onze nood,
Kyrie eleison.

Gebed

Evangelielezing Johannes 18-19 afgewisseld met liederen

Johannes 18:1-11
Zingen: gezang 180, oude liedboek, verzen 1, 2 en 6

Gethsemane, die nacht moest eenmaal komen.
De Heiland heeft bewust die weg genomen.
Hij laat zijn doel niet los, wijkt niet terzijde,
aanvaardt het lijden.

Hoe dichtbij is de hof, waar Gij gewaakt hebt;
verstaanbaar is de klacht, die Gij geslaakt hebt.
Nog leeft de haat, die U kwam overvallen;
zo zijn wij allen.


In angst en tranen werd zijn strijd gestreden.
Toen kon Hij toebereid naar voren treden.
De duisternis kon, wat zij mocht verzinnen,
Hem niet verwinnen.

Johannes 18: 12-27
Zingen: 575, verzen 1, 2 en 4

Jezus, leven van ons leven,
Jezus, dood van onze dood,
Gij hebt U voor ons gegeven,
Gij neemt op U angst en nood,
Gij moet sterven aan uw lijden
om ons leven te bevrijden.
Duizend, duizendmaal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer.

Gij die alles hebt gedragen
al de haat en al de hoon,
die beschimpt wordt en geslagen,
Gij rechtvaardig, Gij Gods Zoon,
als de minste mens gebonden,
aangeklaagd om onze zonde.
Duizend, duizendmaal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer.

Alle leed hebt Gij geleden,
Gij gedragen met geduld.
Als een worm zijt Gij vertreden
zonder schuld, om onze schuld,
opdat wij door U verheven
als verlosten zouden leven.
Duizend, duizendmaal, o Heer,
Zij U daarvoor dank en eer.

Johannes 18:28-40
Zingen: psalm 22 vers 1 en 4

Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij
en blijft zover, terwijl ik tot U schrei,
en redt mij niet, maar gaat aan mij voorbij?
Hoe blijft Gij zwijgen?
Mijn God, ik doe tot U mijn kreten stijgen
bij dag, bij nacht. Tot U slechts kan ik vluchten,
maar krijg geen rust, geen antwoord op mijn zuchten
in klacht op klacht.

Gij die mijn ogen ‘l levenslicht ontsloot,
mij hebt geroepen uit de moederschoot,
mij aan mijn moeders borst een rustplaats bood,
voor kwaad beveiligd,
Gij hebt mij U ten eigendom geheiligd.
Gij, die alleen mijn God zijt en mijn Vader,
blijf mij niet ver, want nu het onheil nadert
helpt mij niet één.

Johannes 19:1-16
Zingen: psalm 22 vers 5 en 6

Ik ben alleen als in een leeuwenkuil.
Mijn oren zijn vervuld van hun gehuil,
en waar ik opzie, staar ik in de muil
van wilde dieren.
Buffels van Basan, sterke jonge stieren,
staan om mij heen, die met hun hoge hoornen
en bliksemende ogen op mij toornen
ik ben alleen.

Ik vloei daar heen, als water in het zand.
Mijn vlees en been verloor zijn vast verband,
mijn hart werd was, dat in mijn ingewand
geen vorm bewaarde.
Hebt Gij, o God, mij uit het stof der aarde
eenmaal verhoogd, dat ik in ’t stof zou sterven?
Mijn tong en keel zijn als gebroken scherven,
mijn kracht verdroogt.

Johannes 19:17-30
Zingen: 576a,  O hoofd vol bloed en wonden, vers 1, 2 en 4
O hoofd vol bloed en wonden,
bedekt met smaad en hoon,
o hoofd zo wreed geschonden,
uw kroon een doornenkroon,
o hoofd eens schoon en heerlijk
en stralend als de dag,
hoe lijdt Gij nu zo deerlijk!
Ik groet U vol ontzag.

O hoofd, zo hoog verheven,
o goddelijk gelaat,
waar werelden voor beven,
hoe bitter is uw smaad!
Gij, eens in ’t licht gedragen,
door engelen omstuwd,
wie heeft U zo geslagen
gelasterd en gespuwd?

Houdt Gij mij in uw hoede,
Gij die uw schapen telt,
o bron van al het goede,
waaruit mijn leven welt.
Gij die mijn ziel wilt laven
met liefelijke spijs,
Gij overstelpt met gaven
tot in het paradijs.

Johannes 19: 31-41
Zingen: 578, verzen 1, 3 en 6

O kostbaar kruis, o wonder Gods,
waaraan de prins der glorie stierf;
ik wil om U zijn zonder trots,
ik acht verlies wat ik verwierf.

O angst en liefde, ondereen
Vermengd als water en als bloed,
Zij wijzen naar het wonder heen
Van Hem die op de aarde boet.

De aarde zelf is veel te klein
voor wie U waarlijk loven wil.
Uw liefde is een groot geheim,
zij vraagt geheel mijn hart en ziel.

Meditatie: Als het hart gewond is

Luisteren naar: Via Dolorosa van Sela

https://www.youtube.com/watch?v=uBU9HHkIKfA

Dank- en voorbeden

Afleggen Stola – Afleggen Antependium - Doven Paaskaars

Zingen: nu valt de nacht, lied 590

Nu valt de nacht. Het is volbracht:
de Heer heeft heel zijn leven
voor het menselijk geslacht
in Gods hand gegeven.

De wereld gaf
Hem slechts een graf,
zijn wonen was Hem zwerven;
al zijn onschuld werd Hem straf
en zijn leven sterven.

Hoe slaapt Gij nu,
die men zo ruw
aan ’t kruishout heeft gehangen.
Starre rotsen houden U,
rots des heils, gevangen.

’t Is goed, o Heer,
Gij hoeft de eer
van God niet meer te staven.
Leggen wij ons bij U neer,
in uw dood begraven.

Hoe wonderlijk,
uitzonderlijk
een sabbat is gekomen:
eens voor al heeft Hij het juk
van ons afgenomen.

Slotwoorden en onze Vader

Onze Vader die in de hemelen zijt,
uw naam worde geheiligd
uw koninkrijk kome
uw wil geschiedde
gelijk in de hemel als ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood
en vergeef ons onze schulden
gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.
En leidt ons niet in verzoeking
maar verlos ons van de boze
want van u is het koninkrijk
en de kracht en de heerlijkheid
tot in eeuwigheid
Amen

De dienst eindigt in stilte.



 
 
Liturgie Witte Donderdag 9 april 2020

Liturgie Witte Donderdag 9 april 2020
Thema: Aangevochten leven

Welkom en mededelingen

Stilte

Aanvangslied: 534, Hij die de blinden weer liet zien

Hij die de blinden weer liet zien
hun ogen kleur liet ondervinden
is zelf het licht dat ruimte geeft:
ons levenslicht, de Zoon van God.

Hij die de lammen lopen liet
hun dode krachten deed ontvlammen
is zelf de weg tot waar geluk:
ons levenspad, de Zoon van God.

Hij die de armen voedsel gaf
met overdaad hen kwam verwarmen
is zelf het brood dat honger stilt:
ons levensbrood, de Zoon van God.

Hij die de doven horen deed
hun eigen oren deed geloven
is zelf het woord dat waarheid spreekt:
het levend woord, de Zoon van God

Votum en groet

Zingen: psalm 67: 1 en 3

God, zij ons gunstig en genadig.
Hij schenke ons ’t gezegend licht
dat overvloedig en gestadig
straalt van zijn heilig aangezicht:
opdat hier op aarde
elk uw weg aanvaarde
en tot U zich wend’,
zo, dat allerwegen
ieder volk de zegen
van uw heil erkent.

De aarde heeft de vrucht gegeven,
die door de hemel werd verwekt,
en uit haar schoot ontspruit nieuw leven
waar God zijn hand houdt uitgestrekt.
God is ons genegen, onze God geeft zegen,
Hij die alles geeft,
Hij zal zijn geprezen/ Hem zal alles vrezen
wat op aarde leeft.

Gebed

Zingen: 558, Jezus om uw lijden groot, verzen 1, 4, 5, 6 en 7

Jezus, om uw lijden groot,
om uw leven en uw dood
die volbrengen ’t recht van God,
Kyrieeleison.

Om het brood, Heer, dat Gij breekt,
om de beker die Gij reikt,
om de woorden die Gij spreekt,
Kyrieeleison.

Here, om uw bloedig zweet,
als Ge alleen de wijnpers treedt,
om de kelk vol bitter leed,
Kyrieeleison.

Om het zwijgen, het geduld,
waarmee Gij de wet vervult,
als men vruchtloos zoekt naar schuld,
Kyrieeleison.

Om het woord van goddelijk recht
dat Gij tot uw rechters zegt,
zelf hebt Ge uw geding beslecht,
Kyrieeleison.

Gebed bij de opening van het woord

Eerste schriftlezing: Johannes 13:1-11
Het was kort voor het pesachfeest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan. Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet Jezus te verraden. Jezus, die wist dat de Vader hem alle macht had gegeven, dat hij van God was gekomen en weer naar God terug zou gaan, stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had. Toen hij bij Simon Petrus kwam, zei deze: ‘U wilt toch niet mijn voeten wassen, Heer?’ Jezus antwoordde: ‘Wat ik doe, begrijp je nu nog niet, maar later zul je het wel begrijpen.’ ‘O nee,’ zei Petrus, ‘mijn voeten zult u niet wassen, nooit!’ Maar toen Jezus zei: ‘Als ik ze niet mag wassen, kun je niet bij mij horen,’ antwoordde hij: ‘Heer, dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!’ Hierop zei Jezus: ‘Wie gebaad heeft hoeft alleen nog zijn voeten te wassen, hij is al helemaal rein. Jullie zijn dus rein – maar niet allemaal,’ Hij wist namelijk wie hem zou verraden, daarom zei hij dat ze niet allemaal rein waren.

Zingen:  lied 569, vers 1 en 2
 
Toen Jezus wist: nu is gekomen
het uur om door de nacht te gaan,
heeft Hij een linnendoek genomen
en water in een schaal gedaan.

Hij gaf ons zwijgende een teken
en kwam ons voet voor voet nabij,
Hij deed het water van zich spreken,
het stort zich uit en reinigt mij.

Tweede schriftlezing: Johannes 13:12-20
Toen hij hun voeten gewassen had, deed hij zijn bovenkleed aan en ging weer naar zijn plaats. ‘Begrijpen jullie wat ik gedaan heb?’ vroeg hij. ‘Jullie zeggen altijd “meester” en “Heer” tegen mij, en terecht, want dat ben ik ook. Als ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen. Ik heb een voorbeeld gegeven; wat ik ook voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen. waarachtig, ik verzeker jullie: een slaaf is niet meer dan zijn meester, en een afgezant niet meer dan wie dan wie hem zendt. Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt. Ik doel niet op jullie allemaal: ik weet wie ik heb uitgekozen. Wat in de Schrift staat zal in vervulling gaan: ‘Hij die at van mijn brood heeft zich tegen mij gekeerd.” Ik zeg het jullie nu al, voor het gaat gebeuren; wanneer het dan gebeurt, zullen jullie geloven dat ik het ben. Ik verzeker jullie: wie iemand ontvangt die door mij gezonden is ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt hem die mij gezonden heeft.’

Zingen: 569, vers 3 en 4

Zo is de Heer een knecht geworden
en tot de bodem toe gegaan
om ons met ootmoed te omgorden,
Hij doet ons zijn geringheid aan.

Heer van mijn hart, U bent gekomen
de nacht door naar uw grote dag,
ik heb in eenvoud aangenomen
dat ik U daarin volgen mag.

Derde schriftlezing: Johannes 13:21-28
Nadat hij dit gezegd had werd Jezus diepbedroefd, en hij verklaarde: ‘Waarachtig, ik verzeker jullie: een van jullie zal mij verraden.’ De leerlingen keken elkaar aan en vroegen zich af wie hij bedoelde. Een van hen, de leerling van wie Jezus veel hield, lag naast hem aan tafel aan, en Simon Petrus beduidde hem dat hij moest vragen wie Jezus bedoelde. Hij boog zich dicht naar Jezus toe en vroeg: ‘Wie, Heer?’ ‘Degene aan wie ik het stuk brood geef dat ik nu in de schaal doop,’ zei Jezus. Hij doopte een stuk brood in de schaal en gaf het aan Judas, de zoon van Simon Iskariot. Op dat moment nam de duivel bezit van Judas. Jezus zei: ‘Doe maar meteen wat je van plan bent.’ Niemand aan tafel begreep waarom hij dit zei; omdat Judas de kas beheerde, dachten sommigen dat Jezus bedoelde dat hij inkopen voor het feest moest doen, of dat hij iets aan de armen moest geven. Judas nam het brood aan en ging meteen weg. Het was nacht.

Preek

Zingen: 561 O liefde die verborgen zijt
O liefde die verborgen zijt
in diepe stilten eeuwigheid,
erbarm u over ons bestaan,
het wordt verraden en verdaan.

Hoe achtloos in ons midden wordt
het kostbaar mensenbloed gestort
en in het onbarmhartig licht
het  kruis des Heren opgericht.

De minsten van de mensen zijn
daar uitgestrekt in angst en pijn.
Tot aan het eind der wereld lijdt
Christus in hun verlatenheid.

O liefde uit de eeuwigheid
die met ons mens geworden zijt,
wij bidden, laat ons niet alleen
in al het duister om ons heen,

opdat ook wij o Heer U niet
verlaten in uw diep verdriet
maar bij U zijn in al de pijn
waarmee de mensen mensen zijn.

Dank- en voorbeden

Collecteaankondiging

VIERING VAN DE MAALTIJD VAN DE HEER

Gebed over de gaven
Heer, onze God,
wij brengen U dank
in onze gaven,
in brood en wijn.
Maak ons deze avond
en in uw koninkrijk
tot deelgenoten
van uw Zoon,
omwille van Hem
die zich ten einde toe
ten dienste gesteld heeft
van al uw mensen:
Christus, onze Heer.
Amen.

Prefatie
Ja, het is goed,
het is onze plicht en onze vreugde,
dat wij U danken en prijzen,
altijd en overal,
o God van Israël,
Gij, Heer van alle machten,
want altijd zijt Gij trouw gebleven
en nooit zijt Gij ons meer nabij gekomen
dan in uw eigen Zoon,
Jezus Christus, onze Heer.
Op deze avond zeggen wij U dank
omdat Hij, toen zijn uur gekomen was,
in zijn grote liefde deze maaltijd
aan zijn leerlingen gegeven heeft,
opdat wij zijn dood mogen verkondigen
totdat Hij komt,
en met Hem feest mogen vieren in zijn koninkrijk.
Daarom verkondigen wij,
met engelen en aartsengelen
en met alle hemelse heerscharen,
uw grote en heerlijke naam,
en wij prijzen U voor altijd en zeggen:

Zingen:lied 985 vers 3

Heilig, heilig, heilig, bron van alle leven,
bloemen en bomen en al wat adem heeft!
Heilig, heilig, heilig, Vader van ons allen,
eerste en laatste, U dankt al wat leeft!

Viering van de maaltijd
In deze nacht van de overlevering,
dat is in deze nacht,
Heeft Hij het brood genomen…

Het brood, dat wij breken,
is de gemeenschap met het lichaam van Christus.
Neemt, eet, gedenkt en gelooft,
dat het lichaam van onze Heer Jezus Christus
gegeven is tot een volkomen verzoening
van al onze zonden.

Eten van het brood

De drinkbeker der dankzegging,
waarover wij de dankzegging uitspreken,
is de gemeenschap met het bloed van Christus.
Neemt, drinkt allen daaruit,
gedenkt en gelooft,
dat het kostbaar bloed
van onze Heer Jezus Christus
vergoten is tot een volkomen verzoening
van al onze zonden.

Drinken uit de beker

Zingen Lied 566, 4, 5 en 6
Lamp voor onze voet,
licht voor onze ogen,
geef ons levensmoed
met de dood voor ogen,
met de dood in ‘t bloed.

Jezus, uit de dood
opgestaan tot leven,
wees voor ons het brood,
dat wij in U leven
midden in de dood.

Wees voor ons de wijn,
dat wij van U drinken.
Wees voor ons de pijn,
dat wij in U zinken,
dat wij in U zijn.

Gebed na de maaltijd
God van liefde,
U hebt ons gevoed met uw gaven:
het brood uit de hemel
en de wijn van het koninkrijk.
Wij bidden U:
blijf ons nabij,
ook in de nacht die komt.
Laat ons nooit alleen,
Zelfs niet in de dood.
Dat bidden wij U
in de naam van Hem
die ons is voorgegaan naar U:
Jezus, de Levende.
Amen.

De avondmaalstafel wordt afgeruimd

Lezen Johannes 14: 27-31
Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet. Jullie hebben toch gehoord dat ik zei dat ik wegga en bij jullie terug zal komen? Als je me liefhad zou je blij zijn dat ik naar mijn Vader ga, want de Vader is meer dan ik. Ik vertel jullie dit nu, voordat het gebeurt, zodat jullie het geloven wanneer het zover is. Ik kan niet lang meer met jullie spreken, want de heerser van deze wereld is al onderweg. Hij heeft geen macht over mij, maar zo zal de wereld weten dat ik de Vader liefheb en doe wat de Vader me heeft opgedragen. Kom, laten we hier weggaan.’

Zingen gezang 180 vers 1 (oude liedboek)

Getshémane, die nacht moest eenmaal komen.
De heiland heeft bewust die weg genomen.
Hij laat zijn doel niet los, wijkt niet terzijde,
aanvaardt het lijden.

Slotgebed

We bidden het avondgebed uit de lutherse traditie:

Heer, blijf bij ons,
want het is avond en de nacht zal komen.
Blijf bij ons en bij uw ganse kerk
aan de avond van de dag,
aan de avond van het leven,
aan de avond van de wereld.
Blijf bij ons
met uw genade en goedheid,
met uw troost en zegen,
met uw Woord en sacrament.
Blijf bij ons
wanneer over ons komt
de nacht van beproeving en van angst,
de nacht van twijfel en aanvechting,
de nacht van de strenge, bittere dood.
Blijf bij ons
in leven en sterven,
in tijd en eeuwigheid.
Amen.

De dienst eindigt in stilte







 
 
Preek Palmpasen 2020 Preek Palmpasen 2020

Thema: ‘Doe intocht Heer in ons gemoed’

Gemeente van Christus, lieve mensen van God,

Als je het woord ‘Intocht’ googelt komen er allereerst allerlei hits over de intocht van Sinterklaas naar boven. Tegenwoordig – in Nederland althans - niet zo’n onschuldig feest als het jarenlang is geweest. Want de hits die naar voren komen geven niet alleen informatie over de plaats waar de goedheiligman zijn anker uitgooit om aan land te gaan, maar geven allereerst allerlei berichten door over rellen en anti-pieten demonstraties. Politie en bewaking staan op scherp. De tegenbeweging heeft een eigen demonstratievak toegewezen gekregen en achter beveiligde dranghekken staan ouders en kinderen vol verwachting Sinterklaas op te wachten. Het is spannend, zo’n intocht. Kinderen zien reikhalzend uit naar de pepernoten die de Zwarte Pieten uitdelen. De demonstranten roepen leuzen en yells en zijn hartgrondig tegen de aanwezigheid van diezelfde Zwarte Pieten. Het is spannend omdat twee tegenbewegingen zo dicht op elkaar gepakt zijn en er hoeft maar iets kleins te gebeuren of het loopt uit de hand…

lees meer »
 
Liturgie Palmzondag Liturgie Palmzondag
Liturgie Palmpasen, 5 april 2020, zesde zondag van de veertigdagentijd

Thema: Doe intocht Heer in ons gemoed

Welkom en mededelingen

Stilte

Aanvangslied: psalm 118, vers 1 en 9

Votum en groet

Over Palmpasen, de zesde zondag van de veertigdagentijd

Gedicht: Palmpasen:

Spontane inhuldiging!
Het is alsof de stad ontwaakt
en uitbarst in een golf
van enthousiaste mensen
die takken van de bomen rukken
en ermee zwaaien als met een vlag.
Jassen worden uitgetrokken
en uitgespreid over de weg
als een soort rode loper.

Dit is de held waarop ze wachten,
de man die alles kan,
de nieuwe leider…
‘Hosanna voor de zoon van David!’
roept de menigte spontaan,
en de kinderen nemen het over,
zodat tot ver na de inhuldiging
de yell door de straten golft.

Een stad spontaan in beroering.
Met bestuurders die verstrakken:
‘Hoe krijgen we grip op die chaos?
Onrust kunnen we niet gebruiken.
Die man moet de mond gesnoerd.’
De man op het ezeltje doorziet het.
Hij weet waar het op uitloopt:
dat ze hem zullen ombrengen.
Maar hij doet wat hij moet doen:
mensen wakker schudden
en in beweging brengen.

En dat gebeurt
zelfs nog eeuwen na zijn dood…

Kyrie gebed

Zingen: 1003: Komt er God, een nieuwe morgen

Stil is de straat. Overal
mensen in huizen verdwenen,
even een luide sirene –
stil is de straat overal.

Refrein:
Komt er God, een nieuwe morgen
als een teken van uw trouw,
worden wij bevrijd van zorgen?
God kom gauw.

Klassen, kantoren zijn leeg.
Thuis moeten werken of leren,
hoe alles organiseren?
Klassen, kantoren zijn leeg. Refrein

Mensen zijn bang overal.
Ieder op afstand gehouden:
ben je niet ziek of verkouden?
Mensen zijn bang overal. Refrein

Mensen gebonden aan huis.
Puzzels of brieven of boeken.
Bellen, maar niemand bezoeken.
Mensen gebonden aan huis. Refrein

Veel in ons leven valt stil.
Doorgaan en ‘s nachts liggen malen:
kan ik nog alles betalen?
Veel in ons leven valt stil. Refrein

Stil is de straat. Overal
mensen in huizen verdwenen,
even een luide sirene –
stil is de straat overal.

Komt er God, een nieuwe morgen
als een teken van uw trouw,
worden wij bevrijd van zorgen?
God kom gauw.
Bewerking van lied 1003, Nieuwe Liedboek


Gebed bij de opening van het woord

Eerste schriftlezing: Jesaja 40:9-11 en Zacharia 9: 9 en 10

Beklim een hoge berg, vreugdebode Sion, verhef je stem met kracht, vreugdebode Jeruzalem, verhef je stem, vrees niet. Zeg tegen de steden van Juda: ‘Ziehier jullie God!’ Ziehier God, de HEER! Hij komt met kracht, zijn arm zal heersen. Zijn loon heeft hij bij zich, zijn beloning gaat voor hem uit. als een herder weidt hij zijn kudden: zijn arm brengt de lammeren bijeen, hij koestert ze, en zorgzaam leidt hij de ooien.

Juich, Sion, Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde! Je koning is in aantocht, bekleed met gerechtigheid en zege. Nederig komt hij aanrijden op een ezel, op een hengstveulen, het jong van een ezelin. Ik zal de strijdwagens uit Efraïm verjagen en de paarden uit Jeruzalem; de bogen worden gebroken. Hij zal vrede stichten tussen de volken. Zijn heerschappij strekt zich uit van zee tot zee, van de Rivier tot de einden der aarde.

Zingen: 550: Verheug u o dochter van Sion

Tweede schriftlezing: Johannes 12: 12-19
De volgende dag was er al een grote menigte in Jeruzalem voor het feest. Toen ze hoorden dat Jezus ook zou komen, haalden ze palmtakken en liepen ze de stad uit, hem tegemoet, terwijl ze riepen: ‘Hosanna! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer, de koning van Israël.’ Jezus zag een ezel staan en ging erop zitten, zoals geschreven staat: ‘Vrees niet, Sion, je koning is in aantocht, en hij zit op een ezelsveulen.’ Zijn leerlingen begrepen dit aanvankelijk niet, maar later, toen Jezus tot majesteit verheven was, herinnerden ze zich dat dit over hem geschreven stond, en dat het zo ook gebeurd was. De mensen die erbij waren geweest toen hij Lazarus uit het graf riep en uit de dood opwekte, waren van die gebeurtenis blijven getuigen. Daarom ging de menigte hem ook tegemoet, omdat ze gehoord hadden dat hij dit wonderteken had gedaan. en de farizeeën zeiden tegen elkaar: ‘Je ziet dat we niets bereikt hebben; kijk maar, de hele wereld loopt achter hem aan.’

Zingen: 556: Alles wat over ons geschreven is

Preek

Zingen: 442: Op U, mijn heiland blijf ik hopen

Dankgebed – voorbeden – stil gebed – Onze Vader

Zingen projectlied, melodie: lied 637 (Daar juicht een toon)

De Paaskaars brandt, zo weten wij
God maakt het licht voor jou en mij.
Hij maakt een eind aan je verdriet
Want hij vergeet de mensen niet.

Dit is het woord dat Hij ons geeft
Ik ben de Heer, een God die leeft
En waar je gaat ben ik er bij
Voor altijd ga ik aan je zij.

Collecte aankondiging: mogelijk om gift op rekening te storten

Slotlied: 575: Jezus leven van ons leven,  1, 3 en 6

Wegzending en zegen

Gezongen amen 
 
Leerhuisgang 2019-2020: Verhalen van hoop Leerhuisgang 2019-2020: Verhalen van hoop

Bijbelverhalen als bron van inspiratie en geloof

 

Houd je hoofd omhoog, steek je borst naar voren. Je gaat het redden.

Soms treedt de duisternis in, maar altijd volgt de ochtend…

Bewaar de hoop.

Jesse Jackson

lees meer »
 
LEERHUISAVONDEN: VERHALEN VAN HOOP LEERHUISAVONDEN: VERHALEN VAN HOOP

Bijbelverhalen als bron van inspiratie en geloof

Aan de hand van negen bijbelgedeelten worden deelnemers uitgenodigd om die op hun eigen manier te benaderen en te ontdekken, waar het verhaal gaat stromen en in beweging zet.

Houd je hoofd omhoog, steek je borst naar voren. Je gaat het redden.Soms treedt de duisternis in, maar altijd volgt de ochtend…
Bewaar de hoop.

Jesse Jackson

Hoop is de levensadem van de ziel. Zonder hoop is er geen leven. Hoop zet mensen in beweging. Veel verhalen uit de Bijbel worden gedragen door hoop. Het belangrijkste verhaal uit de Schrift is barstensvol hoop: Christus die opstaat uit de dood. Er is geen duister zo donker, of God is daar en plant zijn zaadjes van hoop. De zaadjes liggen soms op of naast het asfalt van de weg, maar weten door hun levenskracht een weg naar het licht te vinden en doen het asfalt splijten. In de gemeente van Christus vieren we dat God ons leven kleurt met hoop.

lees meer »
 
Kookworkshop "Lekker en Leerzaam" Kookworkshop "Lekker en Leerzaam"
Negen enthousiaste kooksters volgden op 7 maart de kookworkshop van Ilonka Cirk. Velen van ons zagen in de recepten kruiden en groenten staan die we zelf niet in onze keuken gebruiken: kuzu, shoyu, mirin, seitan. Duurzaam koken was de uitdaging, maar hoe doe je dat? We gingen aan de slag, terwijl Ilonka toelichting gaf. Het voorgerecht was een bloemkoolsoep met rooktofu. Als hoofdgerecht maakten we een kikkererwtenschotel die werd geserveerd met aramé. Daarnaast kwam er een smaakvolle pickel met spitskool en wortel op tafel. Het toetje bestond uit appel met rozijnensaus.
Tijdens het nuttigen van de heerlijke maaltijd kwamen de dilemma’s vanzelf ter sprake: als je groente van het seizoen wilt eten, kun je dan in de winter helemaal geen tomaatje kopen? En als je daar bescheiden in bent, wordt het dan een geïmporteerde tomaat of eentje uit de kas? Gebruik je bij het koken gewoon zout of gefermenteerd zout? Waar koop je überhaupt nog niet-verpakte groenten?
De volgende ochtend liep ik door de supermarkt en ik keek met andere ogen naar de producten: meer weten is niet altijd gemakkelijker ... 
Enkele tips van Ilonka om duurzaam te eten:
  1. Kies voor groente en fruit uit het seizoen
  2. Kies voor groente en fruit van dichtbij
  3. Kies regelmatig voor plantaardig eiwit, zoals peulvruchten
  4. Kies zoveel mogelijk voor onbewerkte producten en volle granen
  5. Kies voor biologisch
 
Gemeente groei groep Gemeente groei groep

In de afgelopen weken is de GemeenteGroeiGroep tweemaal bijeen geweest.
Met een groepje deelnemers hebben we naar China Blue gekeken. Dat is een film over uitbuiting van mensen c.q. jongeren die in China in de kledingindustrie werken.
Bij een volgende bijeenkomst hebben we Hans van der Waal uitgenodigd. Hij heeft een verslag gegeven van zijn reis naar Israël, waarbij hij veel gesproken heeft met Palestijnen die in de bezette gebieden wonen.
Als laatste activiteit van dit seizoen hebben we de grote, gebrandschilderde ramen van de St.-Jan te Gouda bekeken.

Voor vragen kunt u terecht bij Everlien Flier (fliermaas@planet.nl; 0182 362985) 
 

 
Een verhaal voor kleine en grote gelovigen … Een verhaal voor kleine en grote gelovigen …

Het opschrift van dit verhaal kunt u zowel letterlijk als figuurlijk nemen. Er zijn grote gelovigen, mensen bij wie het geloof stevig verankerd is en er zijn kleine gelovigen, soms twijfelaars genoemd; mensen die het allemaal (nog) niet zo zeker weten. In de komende week gedenken we alle mensen, die uit ons gezichtsveld verdwenen zijn. Mensen gelovig of twijfelend, groot en klein, jong of oud, want er is geen bepaalde leeftijd waarop mensen sterven. In de kerken worden mensen van wie gehouden werd en die op hun beurt ook weer van anderen hielden, herdacht en we proberen hen toch bij ons leven te betrekken en een plaats te geven in ons bestaan. Zij en wij blijven op een onzichtbare en wonderlijke manier met elkaar verbonden. Over onze korte of wat langere tijd van leven, in het licht van de eeuwigheid natuurlijk kort,  gaat het volgende verhaal (voor groot en klein), dat ik las in het tijdschrift  “Open Deur”. Het (wat aangepaste) verhaal is van ds. Wim Jansen, die twee boeken schreef m.b.t. de dood: “Levend hart - stervenskunst als levenskunst” (na een hartinfarct)  en “Waar ben je nu?” (na het overlijden van een vriend).

 

lees meer »
 
Groep Liturgisch Bloemschikken Groep Liturgisch Bloemschikken

Soms zegt een beeld meer dan duizend woorden. Soms roept een bloemschikking krachtige gevoelens op. Daarom is er de groep liturgisch bloemschikken, die in bijzondere diensten zorg draagt voor een afgewogen schikking. Om zo de woorden die klinken te ondersteunen en te versterken.

 
Geloofsgespreksgroep Geloofsgespreksgroep

Nadenken over het geloof. Dat klinkt meteen ‘zwaar’ en ingewikkeld. En misschien is het dat ook wel. Toch kan het heel bemoedigend en verfrissend zijn, om te merken dat anderen het minstens zo lastig vinden. En wanneer je samen durft te praten over wat je beweegt, over het geloof, dan kan het ineens boeiend, leerzaam, verhelderend, of gewoon gezellig worden. Vandaar deze oproep en uitdaging: Meldt je dit jaar gewoon eens aan en doe mee. Want meedoen is misschien wel één van de belangrijkste dingen die bij geloven horen. En dan maakt het niet uit of je belijdenis wilt doen, of niet, of dat je het al lang gedaan hebt. Als je maar een beetje zin hebt om te praten en om naar anderen te luisteren, dan is er al genoeg reden om mee te doen.

 
Pasen

Pasen

We zijn aangekomen bij de laatste periode in de veertigdagentijd. Bijna is het project van de kinderen “Wij staan stevig” afgelopen en het nadert zijn ontknoping.
Nog zo’n dag of tien, afhankelijk van wanneer u dit leest, maar nog een korte tijd en het feest van Pasen, feest van de Opstanding, feest van de Opgestane, of van de “opstandige” Mens gaat gevierd worden.
De zondag voorafgaande aan Pasen is de dag van de optocht, het laatste woord in de trits:  uittocht—doortocht—optocht”. Het is de eerste dag van een bijzondere week.
De Optocht: inleiding tot de algehele ontmaskering, de algehele deceptie, de totale ontgoocheling. Jezus, Koning van de Joden; Jezus, Kind van de rekening; Jezus, de Opgestane! Jezus, die alles en iedereen moest loslaten …behalve Zijn Vader!
Loslaten: een van de moeilijkste opgaven in het leven van een mens, van De Mens. Maar loslaten, al dan niet gedwongen, kan een gevoel van bevrijding, vernieuwing en verrijking bewerkstelligen.
 

lees meer »
 
Vasten is gezond

Vasten is gezond

“Wanneer jullie vasten, zet dan niet zo’n somber gezicht als de huichelaars, want zij doen dat om iedereen te laten zien dat ze aan het vasten zijn. Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen. Maar als jullie vasten, was dan je gezicht en wrijf je hoofd in met olie,  zodat niemand ziet dat je aan het vasten bent, alleen je Vader, die in het verborgene is. En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.” (Matteüs 6:16-18)

 

lees meer »
 
Pastoraal overleg Pastoraal overleg

Vanaf deze plek willen we ieder die het nodig heeft alle sterkte toewensen. Wanneer u denkt dat iemand het nodig heeft, of zelf contact met de kerk op prijs stelt, aarzel niet om dit aan te geven aan het pastoraal team.

Voor vragen omtrent pastorale zorg kunt het beste contact opnemen met de scriba, dhr. Gerrit Oudijk (tel. 0182-362212 of email scriba-wijk1@hervormdberkenwoude.nl) of met een van de andere ouderlingen.
 


lees meer »
 
Predikant en kerkenraad Predikant en kerkenraad

Preek en catechese zijn de meest in het oog springende taken van de predikant. Wij zien hem als motor (of aandrijfkracht) waar de gemeente om draait. Huis- en ziekenbezoek behoren tot zijn werk, hoewel ook andere ambtsdragers daarin een taak hebben.

Eenmaal per maand is er een vergadering van de kerkenraad, waar ondermeer gesproken wordt over het beleid met betrekking tot kerkdiensten, pastoraat, toerusting, algemene financiële zaken etc.

Elke Protestantse gemeente telt drie ambten, elk met een eigen taak. De dragers van die ambten vormen de kerkenraad.

lees meer »
 
 
 
 

Kerkdienst o.l.v. Ds. Rietveld
datum en tijdstip 16-08-2020 om 10.00 uur
meer details

kaartenactie van Amnesty International.
datum en tijdstip 23-08-2020 om
meer details

 
Actueel wijk 1:

Woord van bemoediging

Nieuwsbrief


Liturgie en preek

Aanmelden / afmelden mailinglist wijk 1 
 
Meeluisteren met:
Wijk I
Iedere zondag vanaf 10:00 uur.  

Wijk II
Iedere zondag vanaf 10:00 en 18:30 uur.

Is het driehoekje grijs? Dan kunt u proberen om de pagina te verversen. Wanneer deze grijs blijft is er geen uitzending.

Klik HIER om naar de livestream van de Vakantie Bijbel Week te gaan.

 
contact:
info@hervormdberkenwoude.nl

Adres kerk:
Dorpsstraat 20
2825 BN Berkenwoude

 
ANBI
ANBI-gegevens. meer informatie
 
  Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.